Spring naar inhoud

C. Risicoprofiel

Introductie

Risicocategorieën Solvency II

De onderstaande Solvency II-risicocategorieën zijn van toepassing voor DELA. De aanduidingen in dit rapport voor de daarbij horende kapitaalseisen zijn tussen haakjes weergegeven:

  • Verzekeringstechnisch risico (SCRvt);
  • Marktrisico (SCRmarkt);
  • Tegenpartij Kredietrisico (SCRtp);
  • Liquiditeitsrisico;
  • Operationeel risico (SCRop);
  • Immateriële vaste activa.

Deze risicocategorieën worden hierna verder toegelicht. 

Voor de kwantificering van de risico’s wordt het standaardmodel Solvency II gebruikt. Dit model is passend voor het kwantificeren van de risico’s. Gezien de aard van de verzekeringsportefeuilles bevat het verzekeringstechnisch risico louter het levenrisico.

Identificatie en monitoring van risico’s

De identificatie van risico’s kan plaatsvinden door zowel de 1e lijn als de 2e lijn. De Financial Risk Manager en Operational Risk Manager monitoren de risico’s. Onderdeel van de reguliere ORSA is daarnaast de beoordeling en toetsing van het risicoprofiel alsmede de beoordeling van de passendheid van het standaardmodel. 

Risicobereidheid

De risicobereidheid is gebaseerd op de vastgestelde bedrijfsdoelstellingen en de draagkracht.

Risicobereidheid is de mate van risico dat DELA, op basis van haar risicoprofiel, wil lopen om de strategische doelen te behalen passend binnen de draagkracht (risicocapaciteit). Naast de te behalen doelen is borging van de continuïteit van de organisatie essentieel. Risicobereidheid bestaat uit kwalitatieve statements en kwantitatieve statements. De risicobereidheid wordt vertaald in risicolimieten en risicotoleranties om continue monitoring mogelijk te maken. In hoofdstuk B.3 is de governance omtrent de risicobereidheid, het risicoprofiel en de risicolimieten en -toleranties toegelicht.

Stresstesten

FRMA stelt jaarlijks de ORSA rapportage op. Daarin worden een aantal stresstesten beschreven die zijn uitgevoerd om de weerbaarheid van de kapitaalpositie te toetsen. De uitgevoerde stresstesten liggen op het terrein van:

  • negatieve ontwikkelingen in rente- en inflatiecurves;
  • reputatieschade gevolgd door dalende verzekeringsportefeuilles;
  • wijziging in de samenstelling van verzekeringsportefeuilles;
  • tegenvallende beleggingsopbrengsten, bijvoorbeeld als gevolg van klimaatrisico's.

Uit de testen blijkt dat de solvabiliteitspositie robuust is, maar wel gevoelig is voor lage rentes. 

Vereist kapitaal

In de grafiek hieronder is de opbouw van de SCR grafisch weergegeven, waarbij verzekeringstechnisch risico, marktrisico en tegenpartij-kredietrisico bruto worden weergegeven, zonder rekening te houden met het verliescompenserend vermogen van technische voorzieningen. Deze wordt hier separaat getoond.

Samenstelling SCR DELA Coöperatie, ultimo 2025

SCR naar bruto componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Bedragen x € 1 miljoen tussensaldo positief negatief resultaat
         
verz. techn.   1461    
markt 1461 2690    
tegenpartij 4151 39    
diversificatie 3380   810  
LAC TP 1873   1507  
operationeel 1873 31    
LAC DT 1529   375  
SCR     0 1529
Samenstelling SCR DELA Coöperatie, ultimo 2024

SCR naar bruto componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Bedragen x € 1 miljoen tussensaldo positief negatief resultaat
         
verz. techn.   1712    
markt 1712 2473    
tegenpartij 4185 45    
diversificatie 3355   875  
LAC TP 1545   1810  
operationeel 1545 30    
LAC DT 1293   282  
SCR       1293

Duidelijk is dat de verzekeringstechnische risico’s en de marktrisico’s de grootste risico’s zijn. Elk van de risicocategorieën wordt in het vervolg nader toegelicht. Iedere categorie voor zich vormt het 1 in 200 jaar scenario voor de betreffend risicocategorie. In de praktijk zullen deze risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd manifesteren. Daarom wordt middels de onder het standaardmodel voorgeschreven correlatiematrix een correctie bepaald: het diversificatie-effect.

Het verlies compenserend vermogen van technische voorzieningen in de vorm van winstdeling (Loss Absorbing Capacity of Technical Provisions = LAC TP) is een belangrijk middel in het beheersen van de risico’s. Dit wordt in paragraaf C.1 nader toegelicht. DELA stuurt haar risico’s op basis van de vereiste kapitalen na aftrek van deze winstdeling. Het verlies compenserend vermogen van uitgestelde belastingen (Loss Absorbing Capacity of Deferred Taxes = LAC DT) geeft een afslag op het vereiste kapitaal. De gedachte hierachter is dat een verlies ter grootte van het vereist kapitaal (het 1 in 200 jaar scenario) leidt tot een fiscaal verlies waardoor dit verlies kan worden verrekend met toekomstige winsten. Bedrijfseconomisch gezien houdt dit in dat een gedeelte van het bruto verlies door een verlaging van toekomstige belastingdruk wordt gefinancierd. De Solvency II-regelgeving stelt strikte eisen aan de onderbouwing van deze LAC DT. In paragraaf C.7 wordt nader toegelicht hoe DELA hiermee omgaat.

De bruto marktrisico’s namen toe als gevolg van hogere blootstellingen en stijging van de symmetrische aanpassing voor aandelenrisico's. Verder was er minder mitigerende werking van de winstdeling en daardoor namen de netto marktrisico's naar verhouding nog meer toe. De verminderde mitigerende werking komt doordat de dekkingsgraad per eind 2025 (241%) boven de grens van 210% ligt. De grens van 210% is relevant omdat de gedragslijn winstdeling boven deze grens leidt tot volledige winstdeling, terwijl onder deze grens de gedragslijn leidt tot gedeeltelijke winstdeling. Eind 2025 was de dekkingsgraad 241%. De toename van de dekkingsgraad kwam door de combinatie van gestegen rente en aanpassing aan de Solvency II-rekenregels. 

De bruto verzekeringstechnische daalden in 2025 als gevolg van de hogere rente in 2025. Ook de netto verzekeringstechnische risico's namen af.

In onderstaande grafiek is de opstelling van de netto SCR weergegeven, waarbij in elke risicocategorie het mitigerend effect van de winstdeling is verwerkt. Daarin is zichtbaar dat de netto verzekeringstechnische risico’s zijn afgenomen t.o.v. 2024, terwijl de netto marktrisico's zijn gestegen.

Samenstelling SCR Netto DELA Coöperatie, ultimo 2025

SCR naar netto componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Bedragen x € 1 miljoen tussensaldo positief negatief resultaat
         
verz. techn.   601    
markt 601 1617    
tegenpartij 2218 39    
diversificatie 1873   384  
operationeel 1873 31    
LAC DT 1529   375  
SCR       1529
Samenstelling SCR Netto DELA Coöperatie, ultimo 2024

SCR naar netto componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Bedragen x € 1 miljoen tussensaldo positief negatief resultaat
         
verz. techn.   753    
markt 753 1158    
tegenpartij 1911 45    
diversificatie 1545   411  
operationeel 1545 30    
LAC DT 1293   282  
SCR       1293

In C.1 en C.2 staan grafieken met de netto SCR's van verzekeringstechnische risico’s respectievelijk marktrisico’s. In de grafiek hierna staat de opbouw van de SCR van DELA Coöperatie met als startpunt de SCR van DELA Natura. 

Samenstelling SCR van Natura naar Coöperatie, ultimo 2025

bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Bedragen x € 1 miljoen tussensaldo positief negatief resultaat
         
SCR Natura   1507    
SCR markt 1507 22    
SCR tegenpartij 1529 4    
diversificatie 1529   4  
SCR Coöperatie       1529
Samenstelling SCR van Natura naar Coöperatie, ultimo 2024

bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Bedragen x € 1 miljoen tussensaldo positief negatief resultaat
         
SCR Natura   1272    
SCR markt 1272 23    
SCR tegenpartij 1295 4    
diversificatie 1293   6  
SCR Coöperatie       1293

In vergelijking met de SCR van DELA Natura worden de volgende elementen van de SCR toegevoegd c.q. gewijzigd:

  • marktrisico: aandelenrisico gerelateerd aan de deelnemingen binnen DELA Coöperatie;
  • marktrisico: vastgoedrisico betreffende de panden van DELA Uitvaartverzorging N.V.;
  • het tegenpartijrisico is hoger dan dat van DELA Natura;
  • diversificatie-effecten.

De LAC DT wordt alleen voor de verzekeringsentiteit toegepast.

C.1. Verzekeringstechnisch risico

Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat de omvang en het tijdstip van uitkeringen niet overeenstemmen met de verwachtingen. De belangrijkste verzekeringstechnische risico's zijn het kortlevenrisico, het onnatuurlijkvervalrisico en het kostenrisico. Wanneer een risico zich manifesteert stemt de werkelijke ontwikkeling van de verzekeringsportefeuille niet overeen met de verwachtingen zoals gehanteerd bij de bepaling van de 'best estimate' voorziening, waardoor deze mogelijk ontoereikend is. Er wordt gebruik gemaakt van risicomitigerende maatregelen om de negatieve effecten op de technische voorzieningen gedeeltelijk te voorkomen dan wel de impact te beperken.

DELA staat alleen bloot aan het levensverzekeringsrisico aangezien het alleen levensverzekeringen voert. De portefeuille bestaat voor een belangrijk deel uit uitvaartverzekeringen. Hierbij worden aparte tarieven voor Nederland, België en Duitsland gebruikt. Deze tarieven zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken en uitgangspunten (kosten, vervalpercentages en overlevingstafels) die in het betreffende land passend zijn. Jaarlijks wordt onderzocht of deze uitgangspunten passen bij de ontwikkeling van betreffende portefeuilles. De portefeuilles zijn groot in aantal en omvang. Hierdoor is de kans op schommelingen in de verzekeringstechnische resultaten beperkt. 

Naast uitvaartverzekeringen voert DELA in Nederland en Duitsland een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering. De verzekerde kapitalen zijn hierbij aanzienlijk hoger dan bij de uitvaartverzekeringen. Voor deze portefeuille wordt gebruik gemaakt van risicomitigerende maatregelen om de volatiliteit van de resultaten te beperken. Dit gebeurt middels herverzekering. Jaarlijks wordt beoordeeld of het gevoerde herverzekeringsbeleid past bij haar risk appetite.

Tot slot voert DELA in Nederland een vermogensopbouwproduct. Het overlijdensrisico in deze portefeuille is beperkt tot 10% van de opgebouwde waarde.

De verzekeringstechnische risico’s van DELA Coöperatie zijn gelijk aan die van DELA Natura.

DELA maakt géén gebruik van Special Purpose Vehicles.

De componenten van het verzekeringstechnisch risico worden hierna toegelicht.

C.1.1. Kortlevenrisico

Het kortlevenrisico is het risico dat er meer overlijdens plaatsvinden dan verwacht wat leidt tot hoger dan verwachte uitkeringen en daardoor tot een daling van het kernvermogen. Bij het kortlevenrisico worden alleen de verzekeringen in aanmerking genomen die aan dit risico blootstaan. Voor DELA is dat vrijwel de gehele verzekeringsportefeuille. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het eigen vermogen als gevolg van een permanente toename van de overlijdenskansen met 15%.

C.1.2. Langlevenrisico

Het langlevenrisico is het risico dat er minder overlijdens plaatsvinden dan verwacht waardoor er juist méér of hogere uitkeringen plaatsvinden wat vervolgens leidt tot een daling van het kernvermogen. Bij langlevenrisico worden alleen de verzekeringen in aanmerking genomen die aan dit risico blootstaan. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het eigen vermogen als gevolg van een permanente daling van de overlijdenskansen met 20%. Bij het vermogensopbouwproduct kan er in beperkte mate sprake zijn van langlevenrisico. 

C.1.3. Invaliditeitsrisico

Het invaliditeitsrisico is het risico dat er meer arbeidsongeschiktheid voorkomt dan verwacht. Dit kan het gevolg zijn van een hogere kans op het arbeidsongeschikt worden dan verwacht, maar ook van een lagere revalideringskans. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het eigen vermogen als gevolg van een stijging in de kans op arbeidsongeschikt worden van 35% in het eerstvolgende jaar en 25% in de volgende jaren terwijl de revalideringskansen tegelijkertijd met 20% dalen. DELA kent geen producten die aan het invaliditeitsrisico blootstaan.

C.1.4. Kostenrisico

Het kostenrisico is het risico dat de toekomstige kosten hoger liggen dan verwacht. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een directe stijging van de kosten van 10% terwijl tegelijkertijd de jaarlijkse kosteninflatie vanaf jaar 1 met 1% stijgt. De gehele technische voorziening is blootgesteld aan het kostenrisico.

C.1.5. Onnatuurlijk vervalrisico

Het onnatuurlijk vervalrisico is het risico dat het onnatuurlijk verval (royement, premievrijmaking & afkoop) afwijkt van de verwachtingen en hierdoor leidt tot een daling van het kernvermogen. Al naar gelang het product kan dat door een lager danwel een hoger dan verwachte onnatuurlijk vervalkans zijn. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de grootste daling van het eigen vermogen als gevolg van:

  • een stijging van de vervalkansen met 50%;
  • een daling van de vervalkansen met 50%;
  • een massale afkoop op berekeningsdatum van 40% van de verzekeringen.

Per 31-12-2025 is de massale afkoopschok leidend binnen de portefeuille.

C.1.6. Catastroferisico

Het catastroferisico is het risico dat door een eenmalige stijging van de sterftekansen de uitkeringshoogte stijgt waardoor vervolgens het kernvermogen daalt. Bijvoorbeeld als gevolg van een pandemie. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een stijging in de sterftekansen in het eerstkomende jaar met 1,5 promille voor die verzekeringen waar een stijging in overlijdenskansen leidt tot verhoging van de technische voorzieningen. Voor DELA is dat van toepassing op de gehele verzekeringsportefeuille.

C.1.7. Herzieningsrisico

Het herzieningsrisico is het risico dat herziening van de uitkeringstermijn/hoogte leidt tot een lager kernvermogen. DELA kent geen verzekeringen die zijn blootgesteld aan het herzieningsrisico.

C.1.8. Diversificatie-effect verzekeringstechnische risico’s

Hierboven staan alle scenario’s benoemd die onder Solvency II conform het standaardmodel dienen te worden doorgerekend. Ieder voor zich vormen ze het 1 in 200 jaar scenario voor betreffend risico. In de praktijk zullen deze risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd manifesteren. Daarom wordt middels de onder het standaardmodel voorgeschreven correlatiematrix een correctie bepaald, het diversificatie-effect.

C.1.9. Verliescompenserend vermogen van de technische voorzieningen

DELA kent voor een groot deel van haar uitvaartverzekeringen een winstdelingsregeling. Uitgangspunt is hierbij is dat de Algemene Vergadering jaarlijks op voordracht van het bestuur vaststelt of er een bedrag voor winstdeling beschikbaar is en hoe dit bedrag wordt verdeeld. De Algemene Vergadering heeft m.b.t. winstdeling een gedragslijn vastgesteld. Als het bestuur de winstdeling wil vaststellen volgens de geldende gedragslijn dan is geen vaststelling of goedkeuring nodig van de Algemene Vergadering. Afwijken van de gedragslijn kan alleen met goedkeuring van de Algemene Vergadering. Wanneer de gedragslijn wordt gevolgd dan wordt de winstdeling gebaseerd op de dekkingsgraad: de waarde van de in aanmerking komende beleggingen, uitgedrukt in een percentage van de waarde van de verplichtingen. Deze laatste wordt in dit kader bepaald zonder rekening te houden met toekomstige indexatie en zonder de waarde van opties. De gedragslijn leidt tot volledige winstdeling indien de gemiddelde dekkingsgraad over het gehele jaar 210% of hoger is. Indien de dekkingsgraad gelijk is aan 120% of daarbeneden ligt dan resulteert de gedragslijn in geen winstdeling. Tussen deze grenswaarden is er op basis van de gedragslijn sprake van proportionele winstdeling. De winstdeling is van toepassing op de in aanmerking komende uitvaartkostenverzekeringen in de vorm van een beperking van de jaarlijkse premiestijging.

Als één van de schokken zoals genoemd in de voorgaande paragrafen optreedt, heeft dat gevolgen voor de actuele economische positie en daarmee dus op de dekkingsgraad. Dit houdt in dat de mate van winstdeling in een schokscenario zal dalen, waardoor ook de waarde van die winstdeling zal dalen. Met andere woorden, de technische voorziening voor de winstdeling zal in waarde dalen zodra zich een schok voordoet. Hierdoor wordt de negatieve impact van de schok op het kernvermogen deels verkleind. Dit wordt het verlies compenserend vermogen van de technische voorzieningen genoemd.

C.1.10. Risicobeperkende maatregelen

DELA maakt gebruik van risicobeperkende maatregelen om de negatieve gevolgen van afwijkingen ten opzichte van de verwachtingen zoveel mogelijk te beperken. Onder deze maatregelen worden geschaard:

  • medische acceptatie: deze is er op gericht om de risico’s op individuele basis goed te prijzen en eventueel risico’s uit te sluiten. Gezien de aard van de aangeboden verzekeringen gaat het hierbij om het beoordelen van de gezondheid van de potentiële verzekerde(n);
  • schadeafhandeling: deze is er op gericht de schadeafhandeling soepel, kostenefficiënt en gecontroleerd te laten verlopen. Hierbij wordt standaard gekeken naar de uitkeringsoorzaak en eventueel mogelijke verzwijgingen tijdens de aanvraag;
  • herverzekering: dit wordt nader toegelicht in C.3.3;
  • kostencontrole / begroting en kostenanalyse: de kosten worden jaarlijks in de begroting op kostenplaatsniveau ingeschat. Op maandbasis worden de actuele kostenontwikkelingen gerapporteerd en vergeleken met de begroting. Verschillen worden geanalyseerd en eventuele bijsturingsmaatregelen worden onderzocht;
  • dekkingsgraadafhankelijke winstdeling: zie ook verlies compenserend vermogen van de technische voorzieningen (C.1.9) voor een verdere toelichting;
  • de zogenoemde premiemaatregel voor een groot deel van de Nederlandse uitvaartverzekeringen. Als over het voorgaande kalenderjaar de gemiddelde 20-jaars rente lager is dan 1% en bovendien de gemiddelde dekkingsgraad lager dan 120%, wordt automatisch de premie vanaf het eerstvolgende jaar structureel verhoogd met het 125% van het verschil tussen dat 12-maands gemiddelde en 1%. Wanneer de gemiddelde 20-jaars rente lager is dan -1%, wordt de premieverhoging gemaximeerd op 2,5%. Uitzondering daarop is wanneer de gemiddelde dekkingsgraad 110% is of lager, dan geldt nog een additionele premieverhoging. Door de premiemaatregel wordt het effect van een lage rente deels gecompenseerd.

C.1.11. Vereist kapitaal verzekeringstechnische risico’s

Bij de scenarioberekeningen voor het bepalen van het benodigd kapitaal wordt –conform Solvency II-regelgeving- de wijziging van de risicomarge buiten beschouwing gelaten.

In de onderstaande tabel zijn de verzekeringstechnische risico’s ná herverzekering opgenomen voor zover deze van toepassing zijn. Hierbij zijn 3 kolommen opgenomen te weten “Blootstelling”, “Bruto” en “Netto”. De kolom “Blootstelling” laat zien welk deel van de totale Best Estimate blootstaat aan betreffend risico. Omdat indirect via het verliescompenserende effect van de technische voorzieningen de volledige best estimate gevoelig is voor de schok staat hier steeds de volledige Best Estimate. Assets zijn niet afhankelijk van de verzekeringstechnische schokken.

De kolom “Bruto” laat het vereist kapitaal zien wanneer er géén rekening wordt gehouden met het verliescompenserend- effect van de technische voorzieningen. De kolom “Netto” laat het vereist kapitaal zien waarbij hier wel rekening mee wordt gehouden. In de meest rechtse kolommen zijn de vergelijkende cijfers 2024 weergegeven.

Verzekeringstechnisch risico, na herverzekering
Bedragen x € 1.000 Bedragen per 31-12-2025 Bedragen per 31-12-2024
  Blootstelling Bruto Netto Blootstelling Bruto Netto
             
Kortlevenrisico 5.671.938  568.512  350.937  5.677.417  578.597  284.928 
Langlevenrisico 5.671.938  1.888  1.888  5.677.417  5.139  5.139 
Onnatuurlijk vervalrisico 5.671.938  277.400  198.936  5.677.417  435.071  374.530 
Kostenrisico 5.671.938  1.027.383  261.487  5.677.417  1.192.694  351.073 
Catastroferisico 5.671.938  98.972  67.483  5.677.417  98.383  68.346 
Diversificatie binnen verzekeringstechnisch risico   -512.681  -279.859    -597.731  -331.304 
SCR verzekeringstechnisch risico   1.461.473  600.872    1.712.153  752.711 

De blootstelling aan verzekeringstechnische risico’s, ofwel de technische voorziening, is vrijwel onveranderd t.o.v. 2024. Enerzijds resulteerde de rentestijging in een daling van de technische voorziening; anderzijds nam de technische voorziening toe door inkomende verzekeringstechnische kasstromen. 

Het bruto kapitaalvereiste voor verzekeringstechnische risico's daalde in 2025. Het onnatuurlijk vervalrisico nam af doordat de waarde van de premiemaatregel  is gedaald, waardoor deze minder impact heeft op het onnatuurlijk vervalrisico.

Het verliescompenserend vermogen van technische voorzieningen heeft een dempend effect op het vereiste kapitaal. Dat is vooral zichtbaar bij het kostenscenario en in mindere mate bij het kortlevenscenario. Dat komt doordat het structureel stijgen van de kosten in belangrijke mate wordt gecompenseerd door lagere winstdeling en dat geldt in mindere mate voor een stijging van de overlijdensuitkeringen.

De mitigerende werking van de winstdeling is voor de verzekeringstechnische risico's in dezelfde orde van grootte gebleven, waardoor ook het netto verzekeringstechnisch risico per saldo is afgenomen. Kostenrisico en onnatuurlijk vervalrisico werden door gestegen rente en aanpassing van de dekkingsgraad aan de Solvency II-rekenregels meer gemitigeerd door winstdeling.

In de onderstaande grafiek is de opbouw van het netto verzekeringstechnisch risico grafisch weergegeven.

Verzekeringstechnisch risico DELA Coöperatie en DELA Natura, ultimo 2025

Netto, naar componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Bedragen x € 1 miljoen tussensaldo positief negatief resultaat
         
Kortleven   351    
Langleven 351 2    
Onnatuurlijk
verval
353 199    
Kosten 552 261    
Catastrofe 813 67    
Diversificatie 601   279  
SCR verzekering-
technisch risico
      601
Verzekeringstechnisch risico DELA Coöperatie en DELA Natura, ultimo 2024

Netto, naar componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Bedragen x € 1 miljoen tussensaldo positief negatief resultaat
         
Kortleven   285    
Langleven 285 5    
Onnatuurlijk verval 290 375    
Kosten 665 351    
Catastrofe 1016 68    
Diversificatie 753   331  
SCR verzekering-
technisch risico
      753

C.2. Marktrisico

Het marktrisico is het risico op mogelijke verliezen door ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten. De waarde van de beleggingen en de waarde van de verplichtingen hangen af van de ontwikkelingen op de financiële markten, de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de kenmerken van de verzekeringsverplichtingen.

DELA hanteert met betrekking tot haar beleggingsbeleid het prudent person principe. In paragraaf D staan op de activazijde van de balans de beleggingen waarop dit van toepassing is. Periodiek wordt een ALM-studie uitgevoerd. Dat kan een volledige ALM-studie zijn of een gericht onderzoek op basis van een specifieke vraagstelling. De ALM-studie vormt de basis voor de strategische assetmix waar wij op termijn naar toe willen groeien. Tevens levert de ALM-studie waardevolle input voor de evaluatie van de risicobereidheid. De meest recente ALM-studie is in 2024 uitgevoerd.

De componenten van het marktrisico worden hierna toegelicht.

C.2.1. Renterisico

Het renterisico is het risico dat de rentetermijnstructuur wijzigt. Dit heeft zowel gevolgen voor de waardering van de rentedragende assets als voor de waardering van de technische voorzieningen. Deze waarderingseffecten hebben effect op het kernvermogen. Om het benodigd kapitaal te bepalen worden de waarderingen bepaald op een verlaagde, maar ook op een verhoogde curve. De toe te passen verlaging c.q. verhoging is vastgelegd binnen de Solvency II-regelgeving. Om een keuze te maken tussen het opwaartse of neerwaartse scenario wordt gekeken welk scenario de grootste netto impact heeft, dus met medeneming van het verlies compenserend effect van technische voorzieningen.

De impact van het opwaartse en neerwaartse scenario is mede afhankelijk van de absolute hoogte van de rentetermijnstructuur in het basis-scenario. EIOPA verstrekt de rentetermijnstructuur per valutasoort. DELA bezit een substantiële portefeuille vastrentende waarden genoteerd in vreemde valuta. Wanneer de rentetermijnstructuur bij betreffende valuta vergelijkbaar is met die van de euro zal de impact van de renteschokken nauwelijks afwijken van de schokken in euro’s. Bij valuta waar de rentetermijnstructuur op een hoger niveau ligt, is er wel een materieel effect in vergelijking met de euro zichtbaar. Voor valuta waarvoor de rentetermijnstructuur anders is dan de rentetermijnstructuur in euro, is een berekening doorgevoerd gebaseerd op die afwijkende rentetermijnstructuur en corresponderende schokken.

In onderstaande tabel worden de resultaten van de schokken op de rentetermijnstructuur weergegeven. Het totale effect bestaat uit de waardeverandering in de rentedragende assets verhoogd met de waardeveranderingen in de verzekeringstechnische voorzieningen. In de onderstaande tabel is de blootstelling van de assets weergegeven. De gehele technische voorziening is direct, maar ook via de winstdeling gevoelig voor de renteschokken.

Renterisico, na herverzekering
  Bedragen per 31-12-2025 Bedragen per 31-12-2024
Bedragen x € 1.000 Blootstelling Bruto Netto Blootstelling Bruto Netto
             
SCR renterisico - opwaarts scenario 3.922.579  3.574.495 
SCR renterisico - neerwaarts scenario 3.922.579  126.121  3.574.495 
SCR renterisico - vereist kapitaal 3.922.579  126.121  3.574.495 

In tegenstelling tot voorgaande jaren is het kapitaalvereiste voor neerwaarts renterisico eind 2025 hoger dan dat voor opwaarts renterisico. Dat komt doordat de premiemaatregel verder in waarde is gedaald als gevolg van de hogere rente. De premiemaatregel heeft in deze omstandigheden minder effect bij een rentedaling. Dat is te verklaren: de premiemaatregel is bedoeld voor opvangen van renterisico bij lage rentes. Bij hogere rentes is de mitigerende werking van de premiemaatregel niet nodig.

C.2.2. Aandelenrisico

Het aandelenrisico is het risico dat de aandelenkoersen wijzigen waardoor er een verlaging van het kernvermogen plaatsvindt. 

De aandelenportefeuille wordt verdeeld in twee types aandelen:

  • Type 1: Beursgenoteerde beleggingen in aandelen in gereglementeerde markten in landen die lid zijn van de European Economic Area of de OESO;
  • Type 2: Overige aandelen: onder te verdelen in infrastructuur, strategische deelnemingen en overige type 2 aandelen.

Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een schok (daling) in de aandelenkoersen. De hoogte van de schokken die moet worden toegepast is voorgeschreven in de Solvency II-regelgeving. Deze schok bestaat uit een basisschok (Type 1: 39%; Type 2 infrastructuur: 30% of 36% afhankelijk van de classificatie; Type 2 strategische deelnemingen: 22%; Type 2 overig: 49%; aandelen die worden aangehouden voor de lange termijn: 22%) verhoogd met de door EIOPA maandelijks gepubliceerde symmetrische aanpassing in de mate waarop deze van toepassing is (2025: 7,90%; 2024: 2,86%). DELA maakt geen gebruik van de categorie 'aandelen voor de lange termijn'.

C.2.2.1. Strategische deelnemingen

Voor strategische deelnemingen geldt een aandelenschok van 22%.

De deelnemingen in DELA Holding N.V., DELA Holding Belgium N.V., Voor Elkaar Holding N.V. en DELA Depositofonds B.V. worden door DELA Coöperatie als strategische deelnemingen aangemerkt. Er is getoetst of deze deelnemingen voldoen aan de voorwaarden van artikel 171 van de Gedelegeerde Verordening. De conclusie is dat dit het geval is.

C.2.2.2. Samenstelling van de aandelenportefeuille

Onderstaande grafieken laten de samenstelling van de aandelenportefeuille naar sectoren en regio’s zien. Hierbij zijn de beleggingen in fondsen meegenomen; de beleggingen in infrastructuur staan onder C.2.2.3 opgenomen.

De totale waarde exclusief strategische deelnemingen (ad € 100 miljoen) en beleggingen in infrastructuur (€ 1.285 miljoen) bedraagt ultimo 2025 € 2.315 miljoen (2024: € 2.167 miljoen). De stijging komt door de toename van het belegd vermogen onder meer als gevolg van de koersstijgingen van aandelen. De aandelenposities exclusief strategische deelnemingen van DELA Coöperatie zijn gelijk aan die van DELA Natura; andere entiteiten bezitten geen beleggingen in aandelen.

Uit de onderstaande grafieken wordt duidelijk dat het aandelenrisico goed gediversificeerd is naar sectoren. DELA belegt een beperkt deel van haar portefeuille in emerging markets.

Daarnaast zijn de aandelenposities over de gehele wereld gespreid, zoals uit onderstaande grafiek blijkt:

De relatieve posities in sectoren en regio's zijn in 2025 niet wezenlijk veranderd.

C.2.2.3. Beleggingen in infrastructuur

In 2025 zijn de beleggingen in infrastructuurfondsen verder uitgebouwd van € 1.164 miljoen naar € 1.285 miljoen belegd vermogen. Door leverage is de exposure in infrastructuur licht hoger dan het belegd vermogen, namelijk € 1.288 miljoen. 

Voor beleggingen die kwalificeren als infrastructuurproject respectievelijk infrastructuurentiteit geldt een aandelenschok van 30% respectievelijk 36%, verhoogd met 77% respectievelijk 92% van de door EIOPA maandelijks gepubliceerde symmetrische aanpassing (2025: 7,90%; 2024: 2,86%). Een klein deel van de beleggingen in infrastructuur voldoet niet aan de criteria voor een infrastructuurproject en infrastructuurentiteit en daarvoor geldt een aandelenschok van 49% verhoogd met de symmetrische aanpassing.

In de tabel hieronder is de samenstelling van de blootstelling weergegeven.

Samenstelling infrastructuurfondsen
In % van de blootstelling 31-12-2025 31-12-2024
     
Infrastructuur projecten 8% 11%
Infrastructuur entiteiten 83% 79%
Niet kwalificerend (aandelen type 2) 9% 10%
  100% 100%

C.2.3. Vastgoedrisico

Het vastgoedrisico is het risico dat de vastgoedprijzen dalen waardoor er een verlaging van het kernvermogen plaatsvindt. Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een schok (daling) van de waarde van de vastgoedbeleggingen. De vastgoedschok bedraagt conform Solvency II-regelgeving 25%.

De vastgoedportefeuille bevat grotendeels beleggingen in vastgoedfondsen en deels ook in land- en tuinbouw. In onderstaande grafiek is de portefeuille opgedeeld naar de verschillende soorten vastgoed die DELA in deze portefeuille heeft. In 2025 is de samenstelling niet materieel gewijzigd.

De waarde van de vastgoedportefeuille bedroeg voor DELA Coöperatie per ultimo 2025 € 2.648 miljoen (2024: € 2.740 miljoen). De daling komt met name door een negatief valutaresultaat op vastgoed en uitbetalingen van redempties.

De waarde van het vastgoed van DELA Coöperatie is € 8 miljoen hoger (2024: € 14 miljoen) dan van DELA Natura. Dat betreft crematoria en uitvaartcentra die niet op de balans van DELA Natura staan. In 2025 is een deel van het vastgoed van DELA Coöperatie overgeheveld naar DELA Natura. 

De blootstelling aan vastgoedrisico als gevolg van leverage in vastgoedfondsen bedraagt € 697 miljoen.

C.2.4. Spreadrisico

Het spreadrisico is het risico dat de creditspreads op vastrentende waarden stijgen. Door deze stijging daalt de waarde van de vastrentende portefeuille. Voor dit risico dient kapitaal aangehouden te worden. De vastrentende waarden worden uitgesplitst in:

  • obligaties en leningen (in verschillende varianten);
  • securitisaties;
  • krediet derivaten die niet bedoeld zijn voor hedging doeleinden.

Binnen de voorgeschreven categorisering beschikt DELA alleen over overheidsobligaties, bedrijfsobligaties en leningen. Overige producten zijn niet van toepassing.

Het benodigd kapitaal is gelijk aan de daling van het kernvermogen als gevolg van een stijging van de creditspreads. Hiertoe wordt de impact van de gewijzigde creditspread bepaald op het niveau van de individuele obligaties c.q. leningen. Deze impact is afhankelijk van het soort obligatie, de marktwaarde, de modified duration en de rating van betreffende obligatie / lening.

Het spreadrisico van DELA Natura is identiek aan dat van DELA Coöperatie.

In onderstaande grafiek worden de blootstellingen aan vastrentende waarden verdeeld naar sectoren en naar rating. De totale blootstelling aan vastrentende waarden bedraagt € 3.160 miljoen (2024: € 3.024 miljoen). De stijging komt door groei van het belegd vermogen en door waardestijgingen.

In 2025 is de strategische assetallocatie binnen de vastrentende portefeuille gewijzigd. Daardoor is er eind 2025 minder in overheidsobligaties belegd dan eind 2024 en meer in bedrijfsobligaties en daarmee samenhangend is de gemiddelde rating gedaald. De toename van 'unrated' is een gevolg van investering in een leningenfonds.

DELA maakt gebruik van de “second best rating”. Hierbij wordt gekeken naar de ratings van de grotere rating-agencies, indien er tenminste twee ratings zijn voor een belegging wordt degene genomen die op een na hoogst is. Dit is conform Solvency II-richtlijnen.

In onderstaande grafiek wordt de verdeling naar regio’s weergegeven. Aangezien blootstellingen niet noodzakelijkerwijs in lokale valuta zijn, kan hier geen conclusie uit worden getrokken betreffende de verdeling naar valuta.

De eerder genoemde aanpassing in de allocatie heeft ook tot gevolg gehad dat er eind 2025 in de vastrentende portefeuille meer belegd is in de Verenigde Staten en Canada en minder in Europa. 

C.2.5. Valutarisico

Valutarisico is het risico dat ontstaat door veranderingen in de volatiliteit en de hoogte van wisselkoersen. Het valutarisico is van toepassing op alle beleggingen in vreemde valuta. Voor dit valutarisico dient kapitaal aangehouden te worden. Bij de bepaling van dit kapitaal wordt gekeken naar het kapitaalvereiste voor een opwaartse valutaschok en het kapitaalvereiste voor een neerwaartse valutaschok. De schok die het meest nadelige effect heeft op de financiële positie is bepalend voor de hoogte van het kapitaalvereiste.

Voor vreemde valuta die niet gekoppeld zijn aan de euro wordt een opwaartse valutaschok van 25% en een neerwaartse valutaschok van -25% gehanteerd. Voor vreemde valuta die gekoppeld zijn aan de euro, worden lagere schokken gehanteerd, conform Solvency II-regelgeving.

DELA gebruikt valutaderivaten om haar exposure voor het valutarisico te beperken. Het valutarisico binnen de portefeuille vastrentende waarden is in principe 90% afgedekt, met uitzondering van valuta in opkomende markten waarbij hedging een groot deel van het verwacht rendement zou wegnemen. Dit risico wordt dus bewust genomen. Binnen de aandelenportefeuille, vastgoedportefeuille en infrastructuurportefeuille wordt een gedeelte van het valutarisico bewust geaccepteerd omdat een goed gespreide valutaportefeuille hier werkt als extra diversificatie. De strategie is dat 50% wordt gehedged omdat uit eigen onderzoek blijkt dat dit het meest optimale hedgepercentage is. Bij dit percentage worden de valutarisico’s in belangrijke mate gereduceerd terwijl er tegelijkertijd voldoende mogelijkheden resteren om met het niet afgedekte deel risico’s te diversificeren. Met het oog op toegenomen onzekerheid m.b.t. de Amerikaanse dollar is deze strategie begin 2025 bijgesteld; ook voor zakelijke waarden in Amerikaanse dollar wordt voortaan 90% van het valutarisico afgedekt.

Hedging vindt alleen plaats als het om significante posities gaat (zijnde boven de 1% van de totale assetmix) en valuta in opkomende markten worden niet gehedged.

De hedge voldoet aan de voorwaarden zoals Solvency II deze stelt en kan derhalve mee worden genomen in de berekeningen voor het benodigde kapitaal. De hedge wordt elke 3 maanden afgewikkeld en doorgerold op basis van de actuele beleggingsposities en de contractueel vastgestelde limieten. Er wordt een bandbreedte van +/- 3% gehanteerd voor de hedges van de vastrentende waarden en 5% voor de hedges van aandelen en real assets. Alleen indien de hedgepositie buiten de bandbreedte komt, wordt de hedge tussentijds in principe binnen 5 werkdagen na over- dan wel onderschrijding aangepast.

DELA heeft alleen verzekeringsverplichtingen luidend in euro, derhalve is er geen directe valutaexposure voor de verzekeringstechnische verplichtingen. Door de winstdeling is er indirect wel exposure voor het valutarisico, doordat de winstdeling mede afhankelijk is van de beleggingen.

In onderstaande tabel worden de valuta met de hoogste netto blootstellingen op de assetzijde getoond. De daling bij de Amerikaanse dollar is het gevolg van de eerder genoemde hogere afdekking.

Valutarisico 31-12-2025
Bedragen x € 1 miljoen Assets Hedge Netto blootstelling
       
United States dollar 3.104 2.785 319
South Korean won 192 192
British pound sterling 354 195 159
New Taiwan dollar 140 140
Japanese yen 250 125 125
Indian rupee 107 107
Australian dollar 215 107 107
Mexican peso 90 90
Swedish krona 86 86
Canadian dollar 80 80
Overige valuta 747 129 618
Totaal 5.367 3.342 2.025
Valutarisico 31-12-2024
Bedragen x € 1 miljoen Assets Hedge Netto blootstelling
       
United States dollar 3.176 1.990 1.185
Hong Kong dollar 183 183
British pound sterling 328 180 148
South Korean won 139 139
Japanese yen 254 131 123
Singapore dollar 105 105
Australian dollar 211 112 99
Indian rupee 92 92
Mexican peso 84 84
New Taiwan dollar 80 80
Overige valuta 611 66 545
Totaal 5.264 2.479 2.785

C.2.6. Concentratierisico

Het concentratierisico is het risico dat de beleggingen onvoldoende gespreid zijn, waardoor de gevoeligheid voor een bepaalde specifieke belegging te groot is. Voor de bepaling van het benodigde kapitaal voor het concentratierisico wordt gekeken naar de beleggingen die vallen onder het aandelenrisico, het spreadrisico en het vastgoedrisico. Beleggingen die vallen onder het tegenpartijrisico, worden bij de bepaling van het concentratierisico niet meegenomen. Per ultimo 2025 was er geen concentratierisico inzake beleggingen op de balans aanwezig.

Ook voor verzekeringstechnische risico’s en tegenpartij-kredietrisico's kan er in principe sprake zijn van concentratierisico’s. Gezien de aard van de verzekeringsdekkingen (grotendeels uitvaartverzekeringen, blootstelling risicoverzekering is maximaal € 300.000 per verzekerde) en van de tegenpartijen (hypotheekgevers, herverzekeraars, tussenpersonen) is op die gebieden geen sprake van onvoldoende spreiding.

C.2.7. Diversificatie-effect marktrisico’s

Hierboven staan alle scenario’s benoemd die onder Solvency II conform het standaardmodel dienen te worden doorgerekend. Ieder voor zich vormen ze het 1 in 200 jaar scenario voor het betreffende risico. In de praktijk zullen deze risico’s zich niet allemaal tegelijkertijd manifesteren. Daarom wordt middels de onder het standaardmodel voorgeschreven correlatiematrix voor marktrisico’s een correctie bepaald, het diversificatie-effect.

C.2.8. Risicobeperkende maatregelen

DELA maakt gebruik van risicobeperkende maatregelen om de negatieve gevolgen van economische omstandigheden zoveel mogelijk te beperken. Onder deze maatregelen, die deels ook al ten behoeve van verzekeringstechnische risicobeperking in paragraaf C.1.10 zijn beschreven, worden geschaard:

  • dekkingsgraadafhankelijke winstdeling; zie ook verlies compenserend effect van de technische voorzieningen voor een verdere toelichting;
  • premiemaatregel; zie ook paragraaf C.1.10 voor een verdere toelichting;
  • afdekking van het valutarisico; zie ook paragraaf C.2.5 voor een verdere toelichting;
  • het stellen van onderpandvereisten, bijvoorbeeld bij valutahedges en security lending.

C.2.9. Vereist kapitaal marktrisico’s

In de onderstaande tabel zijn de marktrisico’s van DELA ná herverzekering opgenomen. Hierbij zijn 3 kolommen opgenomen te weten “Blootstelling”, “Bruto” en “Netto”. De kolom “Blootstelling” laat zien welk deel van de totale beleggingen blootstaat aan betreffend marktrisico. De technische voorzieningen zijn via de winstdeling wederom volledig gevoelig voor alle marktschokken.

De kolom “Bruto” laat het vereist kapitaal zien wanneer er géén rekening wordt gehouden met het verlies compenserend effect van de technische voorzieningen. De kolom “Netto” laat het vereist kapitaal zien waarbij hier wel rekening mee wordt gehouden.

Marktrisico DELA Coöperatie
Bedragen x € 1 miljoen Bedragen per 31-12-2025 Bedragen per 31-12-2024
Omschrijving Blootstelling
(excl. leverage)
Bruto Netto Blootstelling
(excl. leverage)
Bruto Netto
             
Renterisico 3.922.579 126.121 3.574.495 0
Aandelenrisico 3.701.663 1.594.537 915.197 3.433.090 1.307.149 616.523
Vastgoedrisico 2.648.455 823.939 469.533 2.745.623 816.756 378.122
Spreadrisico 3.160.145 323.635 188.196 3.024.370 295.990 139.722
Valutarisico 2.024.910 485.037 280.215 2.784.557 657.596 304.961
Concentratierisico    
Diversificatie marktrisico   -536.819 -361.977   -604.645 -281.617
SCR marktrisico   2.690.328 1.617.285   2.472.846 1.157.711

In de onderstaande grafiek is de opbouw van het netto marktrisico grafisch weergegeven.

Marktrisico DELA Coöperatie, ultimo 2025

Netto, naar componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  tussensaldo positief negatief resultaat
Rente-
risico
  126    
Aandelen-
risico
126 915    
Vastgoed-
risico
1041 470    
Spread-
risico
1511 188    
Valuta-
risico
1699 280    
Concentratie-
risico
1979   0  
Diversificatie
marktrisico
1617   362  
SCR markt       1617
Marktrisico DELA Coöperatie, ultimo 2024

Netto, naar componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  tussensaldo positief negatief resultaat
Rente-
risico
    0  
Aandelen-
risico
0 617    
Vastgoed-
risico
617 378    
Spread-
risico
995 140    
Valuta-
risico
1135 305    
Concentratie-
risico
1440   0  
Diversificatie
marktrisico
1158   282  
SCR markt       1158

De bruto marktrisico’s namen toe als gevolg van hogere blootstellingen voor aandelenrisico en spreadrisico en stijging van de symmetrische aanpassing voor aandelenrisico's. Zoals eerder toegelicht in paragraaf C.2.1 nam ook het renterisico toe. Het valutarisico daalde daarentegen door de hogere afdekking op de Amerikaanse dollar.

De mitigerende werking van de winstdeling is afgenomen en daardoor namen de netto marktrisico's naar verhouding nog meer toe dan de bruto marktrisico's. De verminderde mitigerende werking komt doordat de dekkingsgraad per eind 2025 (241%) ruim boven de grens van 210% ligt waaronder op basis van de gedragslijn winstdeling geen volledige winstdeling meer wordt gegeven. 

In de grafiek hieronder is de opbouw van de SCR voor het marktrisico van DELA weergegeven, met als startpunt de SCR voor marktrisico van DELA Natura. De grafiek laat alleen de onderdelen zien waarvan deze SCR van DELA Coöperatie afwijkt van de SCR van DELA Natura.

Marktrisico, verloop van DELA Natura naar DELA Coöperatie, ultimo 2025

Netto, naar componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  tussensaldo positief negatief resultaat
SCR markt Natura   1596    
Aandelenrisco 1596 21    
Vastgoedrisico 1617 2    
Diversificatie 1617   2  
SCR markt Coöperatie       1617
Marktrisico, verloop van DELA Natura naar DELA Coöperatie, ultimo 2024

Netto, naar componenten, bedragen x € 1 miljoen

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  tussensaldo positief negatief resultaat
SCR markt Natura   1135    
Aandelenrisco 1135 21    
Vastgoedrisico 1156 4    
Diversificatie 1158   2  
SCR markt Coöperatie       1158

In vergelijking met de SCR van DELA Natura worden de volgende elementen van de SCR toegevoegd c.q. gewijzigd:

  • aandelenrisico gerelateerd aan de deelnemingen binnen DELA Coöperatie;
  • vastgoedrisico betreffende de panden van DELA Uitvaartverzorging N.V.

C.3. Kredietrisico

Kredietrisico (ook wel: tegenpartij-kredietrisico) is het risico dat verliezen optreden door een onverwacht in gebreke blijven of een onverwachte verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van een verzekeraar. Beleggingen die vallen onder spreadrisico worden niet meegenomen bij de bepaling van het kredietrisico.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen Type 1 kredietrisico en Type 2 kredietrisico.

Blootstelling van Type 1 betreft:

  • risicolimiteringsovereenkomsten zoals herverzekeringsovereenkomsten, verzekeringssecuritisaties en derivaten;
  • kasmiddelen;
  • deposito’s bij cederende ondernemingen als het aantal singlename blootstellingen niet meer dan 15 bedraagt;
  • ontvangen toezeggingen die opgevraagd maar niet-gestort zijn als het aantal singlename blootstellingen niet meer dan 15 bedraagt;
  • garanties en kredietbrieven.

Blootstellingen van Type 2 bestaan uit alle kredietblootstellingen die niet vallen onder spreadrisico en die geen blootstelling van Type 1 zijn, inclusief het volgende:

  • vorderingen op intermediairs;
  • debiteuren;
  • hypotheekleningen;
  • deposito’s bij cederende ondernemingen als het aantal singlename blootstellingen meer dan 15 bedraagt;
  • ontvangen toezeggingen die opgevraagd maar niet-gestort zijn als het aantal singlename blootstellingen meer dan 15 bedraagt.

In de onderstaande tabel zijn de kredietrisico’s ná herverzekering opgenomen voor zover deze van toepassing zijn.

De omvang van de openstaande vorderingen is in 2025 afgenomen en daarmee is ook het kapitaalsvereiste voor kredietrisico gedaald.

Kredietrisico DELA Coöperatie
Bedragen x € 1.000 31-12-2025 31-12-2024
     
Type I 28.987 31.222
Type II 12.482 16.489
Diversificatie -2.242 -2.778
SCR tegenpartijrisico 39.227 44.932

C.3.1. Hypotheken

DELA heeft twee hypotheekportefeuilles met een totale nominale waarde van € 838 miljoen. Beide portefeuilles worden hierna toegelicht.

DELA verstrekt via DELA Hypotheken B.V. hypotheken. De portefeuille beperkt zich tot hypotheken die onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG) zijn afgegeven. Hierdoor is het kredietrisico beperkt. Ultimo 2025 staat voor € 126 miljoen nominale waarde (2024: € 138 miljoen) aan hypotheken uit. De actuele waarde van deze hypotheken ultimo 2025 is € 124 miljoen.  

Daarnaast wordt belegd in hypotheken zonder hypotheekgarantie via een beleggingsfonds. Ultimo 2025 is de nominale waarde van onze participatie hierin € 712 miljoen (2024: € 453 miljoen). De actuele waarde van onze participatie in dit fonds bedroeg ultimo 2025 € 638 miljoen. 

In 2025 waren er geen afwaarderingen op hypotheekvorderingen.

C.3.2. Derivaten

DELA bezit derivaten in het kader van haar valutahedge. Doel daarvan is het gedeeltelijk afdekken van het valutarisico. De doorrol van de derivatenposities is in contracten met de uitvoerende partijen vastgelegd, waarbij telkens de actuele balansposities als uitgangspunt dienen. Er is een 3-maandelijkse doorrol. Zie ook paragraaf C.2.5.

Conform Solvency II-regelgeving wordt bij de berekening van het tegenpartijrisico op derivaten ook het risicolimiteringseffect meegenomen.

De derivatenstrategie wordt door de afdeling vermogensbeheer gemonitord.

C.3.3. Herverzekering

DELA heeft een deel van de volgende portefeuilles herverzekerd:

  • de portefeuille “tijdelijke overlijdensrisicoverzekering tegen premiebetaling” in Nederland;
  • de portefeuille “tijdelijke overlijdensrisicoverzekering tegen premiebetaling” in Duitsland.

Het betreft hier twee herverzekeraars die elk herverzekeraar zijn van een deel van één van de bovenstaande portefeuilles.

In 2025 was er een herstructurering van herverzekeringscontracten.  Dit had geen materiële impact op de afdekking van onderliggende risico's.

De herverzekeraars hebben op balansdatum een kredietkwaliteitscategorie 1. Conform Solvency II-regelgeving wordt bij de berekening van het tegenpartijrisico op herverzekeraars ook het risicolimiteringseffect meegenomen. Het herverzekeringsbeleid wordt eens per drie jaar geëvalueerd op effectiviteit en doeltreffendheid waarna noodzakelijke/gewenste wijzigingen in het nieuwe beleid worden opgenomen.

C.3.4. Securities lending

DELA heeft een portefeuille “securities lending”. Dit houdt in dat aandelen en obligaties tijdelijk worden uitgeleend tegen een vergoeding. DELA blijft hierbij economisch eigenaar. De onderliggende aandelen blijven op de balans staan en worden in de reguliere marktschokken meegenomen. Er ontstaat in de basis een kredietrisico, immers de tegenpartij dient na afloop van de uitleenperiode de aandelen terug te geven. Dit risico wordt gemitigeerd door enerzijds stringente eisen te stellen aan de partijen waaraan wordt uitgeleend, anderzijds door een sterk onderpand te eisen met minimaal dezelfde waarde als de uitgeleende aandelen. De custodian draagt zorg voor deze transacties. Indien een partij haar afspraken niet nakomt, is DELA gerechtigd het onderpand te gelde te maken. Het onderpand voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 214 van de uitvoeringsmaatregelen. Conform richtsnoer 8 uit de omgang met markt- en tegenpartijrisico’s in de standaardformule wordt deze positie meegenomen bij de bepaling van het kredietrisico.

Securities lending
Bedragen x € 1.000 31-12-2025 31-12-2024
     
Uitgeleende securities 190.744  182.268 
Onderpand 198.154  188.362 
Ratio afdekking 103,9% 103,3%

De omvang van de posities eind 2025 was vergelijkbaar met het jaar daarvoor.

C.4. Liquiditeitsrisico

Liquiditeitsrisico is het risico dat DELA op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders of andere crediteuren kan voldoen omdat activa niet snel genoeg verhandeld kunnen worden. Liquiditeitsrisico wordt binnen Solvency II niet in een kapitaalseis (SCR) uitgedrukt en wordt derhalve hier kwalitatief besproken.

DELA dient voldoende liquiditeiten ter beschikking te hebben om claims uit te kunnen betalen die voortvloeien uit de gesloten verzekeringsovereenkomsten, maar ook om de overige jaarlijkse lasten te kunnen betalen. DELA beschikt over kredietfaciliteiten, onder meer bij een bank en bij de custodian van de aandelen en obligaties.

De verzekeringstechnische verplichtingen hebben een zeer lange looptijd en de komende jaren zal er naar verwachting nog een grote netto instroom van gelden plaatsvinden. Stresstesten hebben uitgewezen dat een belang tot maximaal 70% aan illiquide beleggingen binnen de strategische assetmix acceptabel is. 

In het kader van het opstellen / periodiek herijken van de strategische beleggingsmix wordt aandacht besteed aan de actuele en toekomstige liquiditeitspositie. DELA heeft als risk appetite dat tenminste 30% van de beleggingen liquide is, waarmee is gewaarborgd dat ten allen tijde aan de liquide verplichtingen kan worden voldaan.

Ultimo 2025 beschikte DELA onder andere over kasgeld en aanverwante middelen, liquide staatsobligaties alsmede over overige obligaties en aandelen. Mocht de inkomende kasstroom uit premies, renteontvangsten en aflossingen op enig moment onvoldoende zijn om de uitgaande kasstroom te financieren dan zijn er binnen de portefeuille voldoende liquide beleggingen aanwezig om aan de verplichtingen te kunnen voldoen.

De hypothekenportefeuille en de real assets worden niet onder de liquide beleggingen gerekend.

Op basis van de verzekeringsportefeuille per ultimo 2025 zijn kasstromen te verwachten zoals die in de tabel hieronder staan. De kasstromen zijn opgesteld op basis van de reële gegarandeerde verplichtingen; de kapitaalstijgingen alsmede de premiestijgingen uit hoofde van de uitvaartkosteninflatie en de effecten van winstdeling en premiemaatregel zijn dus opgenomen. De verwachte kasstromen op lange termijn uit de verzekeringsportefeuille zijn toegenomen in vergelijking met 2024. Dat is het gevolg van hogere verwachte uitvaartkosteninflatie én winstdeling. 

Voor de kasstromen uit beleggingen is alleen rekening gehouden met rentebetalingen en aflossingen op vastrentende waarden die per ultimo 2025 in portefeuille zijn. Bij de kasstromen uit beleggingen is geen rekening gehouden met huuropbrengsten vastgoed, aandelendividenden, verkoop van aandelen en vastgoed en dergelijke en ook niet met voortijdige verkoop van vastrentende waarden. Ook zonder deze potentiële inkomende kasstromen zijn er op basis van de huidige balans minimaal 10 jaar voldoende liquiditeiten.

Liquiditeitsrisico - kapitaalbehoefte
Bedragen x € 1.000 Jaar 1 Jaar 2 tm 5 Jaar 6 tm 10 Jaar 11 tm 20 Jaar 21 tm 30 > Jaar 30
             
2025            
Kasstromen vastrentende waarden 687.605 1.983.139 1.592.358 539.765 204.351 12.241
Verzekeringstechnische verplichtingen 182.048 403.903 -141.177 -2.039.620 -3.528.412 -15.537.745
Totaal 869.653 2.387.042 1.451.181 -1.499.855 -3.324.062 -15.525.504
             
2024            
Kasstromen vastrentende waarden 472.416 1.888.011 1.622.315 481.251 201.127 19.829
Verzekeringstechnische verplichtingen 193.951 429.287 -22.175 -1.658.591 -3.001.202 -11.755.369
Totaal 666.367 2.317.298 1.600.140 -1.177.341 -2.800.075 -11.735.540

C.4.1. Expected profit included in future premiums

Onder “Expected profit in future premiums” (EPIFP) wordt het verschil bepaald tussen de waarde van de Best Estimate op normale grondslagen en de Best Estimate uitgaande van direct wegvallen van de premiebetaling onder gelijktijdige verlaging van de verzekerde aanspraken. Daarbij zijn de aanspraken per polis berekend als het aankopen van premievrije dekkingen met een koopsom ter grootte van de afkoopwaarde van de betreffende polis. Hierbij is verondersteld dat de premievrije aanspraken worden aangekocht tegen actuele Solvency II-grondslagen. In onderstaande tabel is de waarde na herverzekering per ultimo 2025 weergegeven en ter vergelijking die van 2024.

Expected profit included in future premiums (EPIFP)
Bedragen x € 1.000 31-12-2025 31-12-2024
     
EPIFP 1.052.439 676.687

De EPIFP bevat voor de Nederlandse portefeuille onder andere:

  • de waarde van toekomstige indexaties van de uitvaartverplichtingen en daarbij horende premies; en
  • de waarde van de premiemaatregel; verminderd met
  • de waarde van de winstdelingsoptie.

Als een polis wordt premievrij gemaakt voor de einddatum premiebetaling, dan is geen sprake meer van een waardevaste toekomstige uitkering en dus ook geen indexatie van de verplichtingen. Ook zal geen premiemaatregel meer doorgevoerd kunnen worden. De winstdeling zal vervallen aangezien er bij het volledige wegvallen van de premiebetaling geen basis meer voor winstdeling aanwezig zal zijn.

De stijging ten opzichte van eind 2024 wordt gedreven door ontwikkelingen in de technische voorzieningen.

C.5. Operationeel risico

Het operationeel risico bestaat uit de risico’s die voortkomen uit invloeden van buitenaf, uit het falen van mensen, processen en systemen of het niet tijdig voldoen aan wetgeving. Maatregelen zoals scherpe protocollen, procedures, interne controles, Control Self Assessments, risico-inventarisaties etc. zorgen voor een beperking van deze risico’s.

De berekening van het operationeel risico neemt herverzekering niet mee. In onderstaande tabel is het voor deze risico’s aan te houden kapitaal conform het standaard model van Solvency II terug te vinden.

Operationeel risico
Bedragen x € 1.000 31-12-2025 31-12-2024
     
SCR operationeel risico 31.457 30.202

Het aan te houden kapitaal is licht gestegen.

Voor een nadere toelichting op operationeel risico wordt verwezen naar paragraaf B.3.5.

C.6. Overige materiële risico’s

C.6.1. Uitvaartkosteninflatie

Het standaardmodel bevat geen uitvaartkosteninflatierisico. DELA Natura heeft een jaarlijkse prijsafspraak met DELA Uitvaartverzorging N.V. over een vaste verrekenprijs. Hoewel de verhoging van verzekerde aanspraken grotendeels gefinancierd wordt door behaalde (beleggings)resultaten en premieverhogingen, is dit risico toch van belang. In de ORSA wordt hieraan dan ook specifiek aandacht besteed. Voor de uitvaartkosteninflatie wordt jaarlijks onderzoek uitgevoerd naar het verband tussen de prijsinflatie en de uitvaartkosteninflatie. Hierbij wordt verondersteld dat het verschil tussen de prijsinflatie en de uitvaartkosteninflatie een constante is. DELA heeft enigszins invloed op de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie en volgt de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie nauwgezet gedurende het jaar. 

C.6.2. Overige risico’s

Naast de bovengenoemde risico’s erkent DELA een aantal aanvullende risico’s. Dit betreft onder andere het reputatierisico, strategisch risico, duurzaamheidsrisico en immateriële-vaste activa-risico. Er stonden eind 2025 geen immateriële vaste activa op de Solvency II-balans, derhalve bestaat er geen immateriële-activa-risico. Voor de overige risico’s geldt dat deze periodiek door de groepsdirectie beoordeeld worden en dat hiervoor, waar nodig, diverse risicobeheersmaatregelen zijn geïmplementeerd. Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en DELA is derhalve van mening dat hiervoor geen aanvullende kapitaal aangehouden hoeft te worden.

C.7. Aanvullende informatie

Alle materiële risico’s zijn in voorgaande paragrafen toegelicht.

LAC DT

Naast het verlies compenserend vermogen van de technische voorzieningen kent DELA ook verlies compenserend vermogen van belastingen (LAC DT) ter grootte van € 395 miljoen per 31-12-2025. Vanaf 2025 zijn alle beleggingsopbrengsten en mutaties in technische voorzieningen belastbaar in Nederland, ongeacht of de polissen worden beheerd op ons hoofdkantoor in Nederland of op één van de bijkantoren in Duitsland of België. In voorgaande jaren waren onze activiteiten in België nog belastbaar in België, maar met de recente wijzigingen in de governance is dat veranderd.

Er staat een significante belastingschuld (DTL) op de balans. Deze wordt grotendeels veroorzaakt door meerwaarden in vastgoed en aandelen die fiscaal op aanschafwaarde worden gewaardeerd, en minderwaarden in de technische voorzieningen, die fiscaal anders gewaardeerd worden. Ook na de toepassing van de schokken van het standaardmodel is er nog een DTL positie. De LAC DT per 31-12-2025 kan worden onderbouwd met de DTL en verwachte toekomstige fiscale winsten.

Overige informatie

DELA stelt of ontvangt zekerheden voor de posities in de valutaderivaten, afhankelijk van de waarde van deze derivaten. Ultimo 2025 had DELA voor deze derivaten zekerheden ontvangen. Daarnaast ontvangt DELA zekerheden als onderpand voor de securities-lending-positie.

DELA heeft geen materiële off-balance posten per 31 december 2025.