Geconsolideerde jaarrekening
Geconsolideerde balans per 31 december 2023
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 31-12-2023 | 31-12-2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||
| Immateriële vaste activa | 5.1 | 151.215 | 134.910 | ||
| Beleggingen | 5.2 | ||||
| Onroerende zaken | 530.956 | 595.829 | |||
| Deelnemingen | 3.542 | 4.464 | |||
| Overige financiële beleggingen: | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 1.949.308 | 1.792.117 | |||
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 2.438.535 | 2.226.270 | |||
| - Derivaten | 14.749 | 64.574 | |||
| - Hypothecaire leningen | 150.175 | 163.879 | |||
| - Overige leningen | 187.397 | 243.278 | |||
| - Vastgoedfondsen | 1.740.192 | 1.891.058 | |||
| - Infrastructuurfondsen | 1.087.047 | 1.002.657 | |||
| - Land- en bosbouwfondsen | 250.547 | 103.686 | |||
| - Hypotheekfondsen | 389.016 | 298.979 | |||
| - Beleggingen in liquide middelen | 72.010 | 72.667 | |||
| - Andere financiële beleggingen | 28.718 | 10.894 | |||
| 8.842.192 | 8.470.352 | ||||
| Vorderingen | 5.3 | 260.799 | 183.427 | ||
| Overige activa | 5.4 | ||||
| Onroerende zaken eigen gebruik | 31.998 | 49.995 | |||
| Overige vaste bedrijfsmiddelen | 30.942 | 26.025 | |||
| Voorraden | 2.241 | 2.238 | |||
| 65.181 | 78.258 | ||||
| Overlopende activa | |||||
| Nog te ontvangen huur en rente | 1.091 | 1.164 | |||
| Overlopende activa | 31.244 | 29.466 | |||
| 32.335 | 30.630 | ||||
| Liquide middelen | 101.136 | 107.707 | |||
| TOTAAL ACTIVA | 9.452.858 | 9.005.284 |
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 31-12-2023 | 31-12-2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| PASSIVA | |||||
| Groepsvermogen | |||||
| Eigen vermogen | 5.5, 5.7 | 1.003.276 | 1.057.561 | ||
| Aandeel derden | 5.6 | 891 | 3.164 | ||
| 1.004.167 | 1.060.725 | ||||
| Voorzieningen | 5.8 | 27.962 | 9.631 | ||
| Technische voorzieningen | 5.9 | 8.021.400 | 7.531.734 | ||
| Langlopende schulden | 5.11 | 159.454 | 168.559 | ||
| Kortlopende schulden en overlopende passiva | 5.12 | 239.875 | 234.635 | ||
| TOTAAL PASSIVA | 9.452.858 | 9.005.284 |
Geconsolideerde resultatenrekening over 2023
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 2023 | 2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Opbrengsten | |||||
| Premieopbrengsten | 6.1 | 712.701 | 669.011 | ||
| Bruto beleggingsresultaat | 6.2 | 373.710 | -805.658 | ||
| Omzet uitvaartbedrijf | 6.1 | 187.843 | 191.776 | ||
| Overige omzet | 6.1 | 757 | 39 | ||
| 1.275.011 | 55.168 | ||||
| Kosten | |||||
| Verzekeringstechnische lasten | 6.3 | 461.443 | 437.829 | ||
| Acquisitiekosten | 6.4 | 20.609 | 17.746 | ||
| Externe kosten uitvaartbedrijf | 151.499 | 148.860 | |||
| Personeelskosten | 6.5 | 260.319 | 236.134 | ||
| Afschrijvingen | 6.6 | 20.938 | 37.899 | ||
| Beheerskosten beleggingen | 6.2 | 37.062 | 35.809 | ||
| Overige bedrijfskosten | 6.7 | 125.921 | 101.184 | ||
| 1.077.791 | 1.015.461 | ||||
| Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor rente en belastingen | 197.220 | -960.293 | |||
| Rente | |||||
| Rentebaten | 2.380 | -335 | |||
| Rentelasten | 6.043 | 4.494 | |||
| -3.663 | -4.829 | ||||
| Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 193.557 | -965.122 | |||
| Winstdeling | 5.9 | 249.224 | 43.654 | ||
| Groepsresultaat voor belastingen | -55.667 | -1.008.776 | |||
| Belastingen | 6.10 | 1.343 | 272.329 | ||
| Resultaat aandeel derden | 29 | 177 | |||
| Groepsresultaat na belastingen | -54.295 | -736.270 |
Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2023
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 2023 | 2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Resultaat na belasting | 5.5 | -54.295 | -736.270 | ||
| Aanpassingen voor: | |||||
| Waardemutaties immateriële vaste activa | 5.1 | 14.807 | 29.725 | ||
| Waardemutaties vaste bedrijfsmiddelen | 5.4 | 6.131 | 5.349 | ||
| Afschrijving toegerekende acquisitiekosten | 5.9 | 17.933 | 15.771 | ||
| Toevoeging technische voorziening | 5.9 | 471.733 | 343.651 | ||
| Waardemutaties beleggingen | 5.2 | -20.876 | 914.193 | ||
| Waardemutaties belang derden | 5.6 | -29 | -177 | ||
| Overige mutaties in het eigen vermogen | 5.5 | 10 | 270 | ||
| Mutatie overige voorzieningen | 5.8 | 18.331 | -410.847 | ||
| Mutatie in vaste bedrijfsmiddelen | 5.4 | 970 | - | ||
| 509.010 | 897.935 | ||||
| Mutatie werkkapitaal: | |||||
| Mutatie voorraden | -3 | 642 | |||
| Mutatie vorderingen | 5.3 | -36.184 | 111.009 | ||
| Mutatie overlopende activa | -4.386 | -6.319 | |||
| Mutatie kortlopende schulden | 14.074 | -32.220 | |||
| Mutatie financiële vaste activa | 5.12 | 210 | |||
| -26.289 | 73.112 | ||||
| 482.721 | 971.047 | ||||
| Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties | 428.426 | 234.777 | |||
| Ontvangen interesten | 2.681 | 274 | |||
| Betaalde interesten | -228 | -1.550 | |||
| Betaalde winstbelasting | -49.794 | -79.972 | |||
| -47.341 | -81.248 | ||||
| Kasstroom uit operationele activiteiten | (a) | 381.085 | 153.529 | ||
| Investeringen en aankopen | |||||
| - in immateriële vaste activa | 5.1 | -31.112 | -23.695 | ||
| - in deelnemingen | 5.2 | - | - | ||
| - in onroerende zaken | 5.2 | -23.193 | -22.137 | ||
| - in geldleningen en effecten | 5.2 | -2.570.142 | -3.728.231 | ||
| - in vaste bedrijfsmiddelen | 5.4 | -17.342 | -11.552 | ||
| - in overige financiële beleggingen | 5.2 | -17.289 | -288 | ||
| -2.659.078 | -3.785.903 |
Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2023, vervolg
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 2023 | 2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Desinvesteringen, aflossingen en verkopen: | |||||
| - in immateriële vaste activa | 5.1 | - | - | ||
| - in deelnemingen | 5.2 | 712 | -465 | ||
| - in onroerende zaken | 5.2 | 79.226 | 129.669 | ||
| - in geldleningen en effecten | 5.2 | 2.200.363 | 3.391.052 | ||
| - in vaste bedrijfsmiddelen | 5.4 | 2.470 | 3.537 | ||
| - in overige financiële beleggingen | 5.2 | - | - | ||
| 2.282.771 | 3.523.793 | ||||
| Kasstroom uit investerings- en beleggingsactiviteiten | (b) | -376.307 | -262.110 | ||
| Kasstromen minderheidsbelang | 5.6 | -2.244 | 112 | ||
| Aflossingen langlopende schulden | 5.11 | -9.105 | -2.680 | ||
| Kasstroom uit financieringsactiviteiten | (c) | -11.349 | -2.568 | ||
| Per saldo mutatie liquide middelen | (a)+(b)+(c) | -6.571 | -111.149 | ||
| Liquide middelen op 1 januari | 107.707 | 218.856 | |||
| Liquide middelen op 31 december | 101.136 | 107.707 |
Toelichting op de geconsolideerde balans en resultatenrekening
1. Algemene toelichting
1.1 Activiteiten
De activiteiten van DELA Coöperatie U.A. (‘DELA coöperatie’), statutair gevestigd in Eindhoven, Oude Stadsgracht 1, KvK-nummer 17012026, en haar groepsmaatschappijen (tezamen ‘DELA Groep’) bestaan uit verzekeren, beleggen en uitvaartverzorging. De verzekeringsproducten betreffen uitvaartverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen en spaarverzekeringen. De verzekeringsactiviteiten vinden plaats in Nederland, België en Duitsland. Uitvaartactiviteiten vinden plaats in Nederland en België. Alle beleggingsactiviteiten voor DELA Groep worden in Nederland verricht.
1.2 Consolidatie
DELA coöperatie staat aan het hoofd van een groep rechtspersonen. In de consolidatie worden de financiële gegevens opgenomen van DELA coöperatie, haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarin DELA coöperatie overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.
De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden voor 100 procent in de consolidatie betrokken. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld.
Wanneer er sprake is van een belang in een joint venture wordt dit belang proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking de zeggenschap door de twee aandeelhouders gezamenlijk wordt uitgeoefend.
Intercompanytransacties, -winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd, tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen van DELA Groep.
Aangezien de resultatenrekening van DELA coöperatie in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen, is in de enkelvoudige jaarrekening volstaan met een weergave van een beknopte resultatenrekening in overeenstemming met artikel 2:402 Burgerlijk Wetboek (hierna BW).
Hieronder is het organogram weergegeven van de vennootschappen die binnen de consolidatie van DELA Groep zijn opgenomen. Dit overzicht bevat de vereiste gegevens per 31-12-2023 op grond van de artikelen 2:379 en 2:414 B.W.
In paragraaf 5.2 staat een overzicht van de deelnemingen die niet worden geconsolideerd.
Gedurende 2023 hebben de volgende transacties binnen DELA Groep plaatsgevonden:
- DELA Uitvaartverzorging N.V. heeft de resterende 30% aandelen gekocht in UNC Holding B.V. Vervolgens heeft een moeder-dochter fusie plaatsgevonden tussen UNC Holding B.V. als verdwijnende vennootschap en DELA Uitvaartverzorging N.V. als verkrijgende vennootschap;
- Een moeder-dochter fusie heeft plaatsgevonden tussen Yarden Franchise B.V. als verdwijnende vennootschap en DELA Uitvaartverzorging N.V. als verkrijgende vennootschap;
- Een moeder-dochter fusie heeft plaatsgevonden tussen C.V.U. Uitvaartzorg B.V. als verdwijnende vennootschap en Tempero B.V. als verkrijgende vennootschap;
- Een moeder-dochter fusie heeft plaatsgevonden tussen Tempero B.V. als verdwijnende vennootschap en DELA Uitvaartverzorging N.V. als verkrijgende vennootschap.
Alle hierboven genoemde fusies binnen de groep zijn met terugwerkende kracht (per 1 januari 2023) verwerkt conform de 'carry over accounting' methode.
Daarnaast hebben in boekjaar 2023 de volgende transacties plaatsgevonden:
- DELA Vastgoed België B.V. heeft in boekjaar 2023 alle aandelen gekocht en geleverd gekregen in het kapitaal van de Entreprise de pompes funebres Marion B.V. tegen een koopsom van € 1,5 miljoen. Tevens is deze entiteit in boekkaar 2023 gefuseerd binnen DELA Vastgoed België B.V. conform de 'carry over accounting' methode;
- DELA Vastgoed België B.V. heeft in boekjaar 2023 alle aandelen gekocht en geleverd gekregen in het kapitaal van de Vanheste B.V. tegen een koopsom van € 1,6 miljoen. Tevens is deze entiteit in boekkaar 2023 gefuseerd binnen DELA Vastgoed België B.V. conform de 'carry over accounting' methode;
- DELA Holding Belgium N.V. heeft 75% van de aandelen gekocht in Les Funérailles Borgno SA tegen een koopsom van € 4,8 miljoen.
1.3 Verbonden partijen
Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire bestuurs- en directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van DELA Groep en nauwe verwanten daarvan zijn verbonden partijen.
Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan worden, indien van toepassing, de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht. Inzake overlijdens die bij DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (DELA Natura) in Nederland worden gemeld, wordt de uitvoering in beginsel verzorgd door DELA Uitvaartverzorging N.V. (DELA UV) of haar dochtermaatschappijen. Deze uitvoering geschiedt tegen vaste verrekenprijzen.
1.4 Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen
Vanaf de overnamedatum worden de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen onderneming opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend in de betreffende onderneming.
De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of equivalent dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Indien de verkrijgingsprijs verschilt van het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva, dan wordt het verschil als goodwill aangemerkt.
De maatschappijen die in de consolidatiekring betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen of dat de maatschappij slechts gehouden wordt om te vervreemden.
1.5 Schattingen
Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat het bestuur zich over verschillende zaken een oordeel vormt en dat het bestuur schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende posten. Deze schattingen zijn naar beste weten door het bestuur gemaakt, maar de daadwerkelijke uitkomsten kunnen uiteindelijk afwijken van die schattingen. De belangrijkste schattingen hebben betrekking op:
- de waardering van beleggingen: onroerende zaken, vastgoedfondsen, infrastructuurfondsen en participatiemaatschappijen (zie hoofdstuk 5.2);
- de waardering van onroerende zaken eigen gebruik: uitvaartcentra (zie hoofdstuk 2.7.1);
- de gehanteerde grondslagen voor de technische voorzieningen (zie hoofdstuk 2.14);
- de waardering van de niet-technische voorzieningen (zie hoofdstuk 2.12).
1.6 Foutherstel
Uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn in eerdere boekjaren ten onrechte tegen historische kosten (minus cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen cf. RJ212) gewaardeerd. Deze niet-materiele fout is voor het inzicht op retrospectieve wijze verwerkt in de jaarrekening 2023. De uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn als beleggingsvastgoed aangemerkt. Daarom hadden deze objecten volgens de waarderingsgrondslag van beleggingsvastgoed gewaardeerd (tegen reële waarde met waardeverandering in het resultaat cf. RJ605 en RJ213) moeten worden. De vergelijkende cijfers over boekjaar 2022 zijn hierop aangepast. Hieronder is de impact weergegeven op de presentatie van de waarde op de balans en de wijziging van het resultaat voor boekjaar 2022.
Wijziging presentatie vergelijkende cijfers
| Bedragen x € 1.000 | Jaarrekening 2022 | Effect foutherstel waardering |
Effect foutherstel rubricering |
Jaarrekening 2023 | |
|---|---|---|---|---|---|
| Correcties in de balans | |||||
| Onroerende zaken | 521.889 | 73.940 | 595.829 | ||
| Onroerende zaken in eigen gebruik | 96.116 | 27.819 | -73.940 | 49.995 | |
| Vorderingen (latente belastingvorderingen onroerende zaken) | -109.741 | -7.840 | -117.581 | ||
| Eigen vermogen | 1.037.582 | 19.979 | 1.057.561 |
| Jaarrekening 2022 | Effect foutherstel |
Jaarrekening 2023 | ||
| Correcties in de resultatenrekening | ||||
| Afschrijvingen | 41.377 | -3.478 | 37.899 | |
| Overige bedrijfskosten (herwaarderingen) | 104.009 | -2.825 | 101.184 | |
| Belastingen | 273.801 | -1.472 | 272.329 | |
| Groepsresultaat | -741.101 | 4.831 | -736.270 |
1.7 Opmaken en vaststellen jaarrekening
De jaarrekening 2023 is opgemaakt door het bestuur op 26 april 2024 en zal op het moment van publicatie zijn vastgesteld in de algemene vergadering van 25 mei 2024. De jaarrekening 2022 is in de algemene vergadering van 13 mei 2023 vastgesteld.
2. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling
2.1 Algemeen
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ).
De waardering en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten, tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, tenzij anders vermeld. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.
2.2 Vreemde valuta
2.2.1 Functionele valuta
De posten in de jaarrekening van de groepsmaatschappijen worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de economische omgeving waarin de groepsmaatschappij voornamelijk haar bedrijfsactiviteiten uitoefent (de functionele valuta). De euro is de functionele en presentatievaluta van DELA Groep.
2.2.2 Omrekening van vreemde valuta
Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en passiva in vreemde valuta die op actuele waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Koersverschillen die optreden bij de afwikkeling van monetaire posten zijn in de resultatenrekening verwerkt in de periode dat zij zich voordoen.
Activa die volgens de verkrijgingsprijs worden gewaardeerd in een vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de transactiedatum (of de benaderde koers).
2.3 Herverzekeringscontracten
Uit hoofde van met herverzekeraars afgesloten contracten wordt DELA Groep gecompenseerd voor verliezen op uitgegeven verzekeringscontracten.
Herverzekeringspremies, provisies en uitkeringen evenals technische voorzieningen voor herverzekeringscontracten worden op dezelfde wijze verantwoord als de directe verzekeringen waarvoor de herverzekeringen zijn afgesloten. Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen waartoe DELA Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, wordt in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. De kortlopende vorderingen op herverzekeraars zijn opgenomen onder de vorderingen.
De waardering van door en aan herverzekeraars verschuldigde bedragen geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden van de herverzekeringscontracten. Verplichtingen uit herverzekering betreffen voornamelijk te betalen premies.
De vorderingen uit hoofde van herverzekeringscontracten worden op de balansdatum beoordeeld op eventuele bijzondere waardeverminderingen.
2.4 Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De economische levensduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van het boekjaar opnieuw beoordeeld. Bij eventuele significante wijzigingen worden de afschrijvingstermijn en de afschrijvingsmethode herzien. Voor de kosten van interne ontwikkeling wordt een wettelijke reserve gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag.
Om vast te stellen of er voor een immaterieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering wordt verwezen naar paragraaf 2.8.
2.4.1 Goodwill
De bij acquisities betaalde goodwill is gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. De goodwill wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur, die jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur voor verschillende goodwill- posities ligt tussen de 20 jaar en 30 jaar.
2.4.2. Overgenomen verzekeringsportefeuilles
De toekomstige kasstromen van overgenomen verzekeringsportefeuilles zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. Deze waarde wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur van overgenomen verzekeringsportefeuilles is 20 jaar, gerekend vanaf overnamedatum.
2.4.3. Concessies en vergunningen
Kosten van concessies en vergunningen worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur met een maximum van 20 jaar.
2.5 Beleggingen
Hieronder wordt per beleggingscategorie de grondslag van waardering en resultaatbepaling beschreven. Het merendeel van de beleggingen wordt gewaardeerd tegen actuele waarde. Waar een nadere toelichting nodig is op de actuele waarde, is deze in hoofdstuk 5 bij de toelichting op de balanspost gegeven. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van beleggingen worden in de resultatenrekening verantwoord. Transactiekosten samenhangend met de aan- of verkoop van beleggingen worden rechtstreeks in de resultatenrekening verantwoord.
2.5.1 Onroerende zaken
Onroerende zaken worden gewaardeerd tegen actuele waarde op balansdatum. Waardeveranderingen van beleggingen in onroerende zaken worden in de resultatenrekening verantwoord. Indien deze waardeveranderingen cumulatief positief zijn, wordt er ten laste van de vrije reserves een herwaarderingsreserve gevormd, waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.
2.5.2 Deelnemingen
Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Wanneer 20 procent of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, is er sprake van een wettelijk vermoeden van invloed van betekenis.
De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming.
Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover DELA Groep in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, wordt een voorziening getroffen. De eerste waardering van deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Daarna worden, uitgaande van de waarde bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening.
Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde. Afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening.
De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.
2.5.3 Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren
Aandelen worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.
2.5.4 Obligaties en andere vastrentende waardepapieren
Obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten.
2.5.5 Derivaten
DELA Groep heeft valutatermijncontracten en een optie op extra aandelen van een deelneming. Beide worden gewaardeerd tegen reële waarde. Daarnaast heeft DELA Groep converteerbare leningen. Er is bij deze leningen sprake van een samengesteld financieel instrument. Deze bevatten een lening en een embedded derivaat, namelijk de optie om de lening om te zetten in aandelen. Dit embedded derivaat wordt op reële waarde afzonderlijk gewaardeerd. De winst of het verlies uit de herwaardering naar reële waarde per balansdatum wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Het betreft alle niet-beursgenoteerde stukken en deze worden gewaardeerd op basis van financiële modellen, de 'mark-to-model' methode. Indien afgeleide financiële instrumenten een negatieve waarde hebben, worden deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden.
2.5.6 Hypothecaire leningen
Vorderingen uit hypothecaire leningen worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De directe kosten die samenhangen met het verstrekken van een hypothecaire lening worden opgenomen als aankoopkosten. Zij zijn onderdeel van de geamortiseerde kostprijs en worden geactiveerd op de balans. Op balansdatum wordt beoordeeld of er objectieve waarnemingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de vorderingen uit hypothecaire leningen. Indien dit het geval is, dient dit verlies verantwoord te worden in de resultatenrekening.
2.5.7 Overige leningen
De beleggingen in bedrijfsleningen worden gewaardeerd tegen reële waarde.
Overige leningen met een vastgestelde rente worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.
2.5.8 Vastgoed,- infrastructuur-, land- en bosbouwfondsen
Participaties in vastgoed- infrastructuur-, land- en bosbouwfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt voor de ongerealiseerde waardestijging een herwaarderingsreserve gevormd.
2.5.9 Hypotheekfondsen
Participaties in hypotheekfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.
2.5.10 Beleggingen in liquide middelen
Beleggingen in liquide middelen worden gewaardeerd tegen reële waarde die gelijk is aan de nominale waarde.
2.5.11 Overige financiële beleggingen
De overige financiële beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt voor de ongerealiseerde waardestijging een herwaarderingsreserve gevormd. Uitzondering hierop is de kunstcollectie die tegen kostprijs wordt gewaardeerd.
2.6 Vorderingen
De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgesteld.
2.7 Overige activa
2.7.1 Uitvaartcentra
De uitvaartcentra die in eigendom zijn van de uitvaartverzorgingsentiteit zijn als vastgoed in eigen gebruik aangemerkt. Waardering is op basis van verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van 3 procent van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Periodiek groot onderhoud wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd. Hierbij worden de totale uitgaven toegewezen aan de samenstellende delen.
2.7.2 Overige onroerende zaken in eigen gebruik
Overige onroerende zaken in eigen gebruik worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van 3 procent van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Periodiek groot onderhoud wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd. Hierbij worden de totale uitgaven toegewezen aan de samenstellende delen.
2.7.3 Overige vaste bedrijfsmiddelen
De overige vaste bedrijfsmiddelen waaronder inventarissen en auto’s zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. Kosten voor groot onderhoud worden conform de componentenbenadering geactiveerd en afgeschreven over de verwachte levensduur. De afschrijving vindt lineair plaats. De afschrijvingstermijnen zijn als volgt:
- installaties: 10 jaar
- inventaris: 10 jaar
- rouwauto’s: 8 jaar
- overige auto’s: 5 jaar
- bedrijfskleding: 2 jaar
- laptops: 4 jaar
2.7.4 Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO-methode (‘first in, first out’) of lagere marktwaarde. De verkrijgingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging, inclusief gemaakte kosten om de voorraden op de huidige plaats en in de huidige staat te houden. De lagere marktwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de lagere marktwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.
2.8 Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
Door DELA Groep wordt op balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is geweest. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Hierbij wordt gebruik gemaakt van schattingen. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde.
Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, wordt deze bijzondere waardevermindering teruggedraaid tot maximaal de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.
Ook voor financiële instrumenten beoordeelt DELA Groep op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen wordt de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen bepaald en direct verwerkt in de resultatenrekening.
Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen aflossingswaarde, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Eventuele terugname van het waardeverminderingsverlies wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs. Het teruggenomen verlies wordt dan in de resultatenrekening verwerkt. Een waardeverminderingsverlies op goodwill zal in de toekomst niet meer worden teruggenomen.
2.9 Overlopende activa
De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht.
2.10 Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen als kortlopende schulden onder schulden aan kredietinstellingen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
2.11 Aandeel derden
Het aandeel van derden in het groepsvermogen betreft het minderheidsbelang van derden in het eigen vermogen van geconsolideerde maatschappijen. Het aandeel van derden in het resultaat van geconsolideerde maatschappijen wordt in de winst-en-verliesrekening in mindering gebracht op het groepsresultaat.
Indien de aan het minderheidsbelang van derden toerekenbare verliezen het minderheidsbelang van derden in het eigen vermogen van de geconsolideerde maatschappijen overtreffen, komt het verschil en eventuele verdere verliezen volledig ten laste van DELA Groep, tenzij en voor zover de minderheidsaandeelhouder de verplichting heeft, en in staat is, om die verliezen voor haar rekening te nemen. Als de geconsolideerde maatschappijen vervolgens weer winst maken, komen die winsten volledig ten gunste van DELA Groep totdat de door DELA Groep voor haar rekening genomen verliezen zijn gerecupereerd.
2.12 Voorzieningen
2.12.1 Algemeen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.
Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.
2.12.2 Pensioenvoorziening
Nederland
De pensioenregeling van de Nederlandse groepsmaatschappijen bestaat uit een beschikbare premieregeling. Deelnemers bouwen een pensioenkapitaal op waarmee op het moment van pensionering een pensioenuitkering aangekocht dient te worden.
De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:
- werkgever betaalt maandelijks per werknemer een premie aan de uitvoerder;
- het pensioengevend loon is 1,1666 keer het in de kalendermaand uitgekeerde fulltime maandloon, met een maximum op jaarbasis. (2023: € 128.810);
- de pensioengrondslag waarover de werkgever premie inlegt is het pensioengevend loon minus de franchise (2023: € 16.322);
- de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder bedraagt voor iedereen die na 1 januari 2022 in dienst is gekomen 22 procent. Voor medewerkers die vóór 1 januari 2022 in dienst waren is de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder gebaseerd op een leeftijdsstaffel met oplopende premiepercentages.
- Voor medewerkers die vanaf 1 januari 2022 in dienst zijn getreden geldt een eigen bijdrage van 6 procent van de pensioengrondslag. Voor medewerkers die vóór 1 januari 2022 in dienst waren bedraagt de eigen bijdrage van de werknemer 4,5 procent van de pensioengrondslag.
- de regeling leidt niet tot enige verplichting op balansdatum, met uitzondering van verplichtingen die ontstaan uit nog niet betaalde premies.
Voor deelnemers is tevens een nabestaandenpensioen verzekerd ter grootte van 1,16 procent van pensioengrondslag maal het aantal dienstjaren vanaf deelname aan de pensioenregeling tot aan de pensioenrichtdatum. Het wezenpensioen bedraagt 20 procent van het nabestaandenpensioen. Bij arbeidsongeschiktheid is er sprake van premievrijstelling voor de deelnemers. Daarnaast is een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering verzekerd waarvan de hoogte van de uitkering afhangt van de mate arbeidsongeschiktheid.
Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. Er worden door DELA Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan verzekeringsmaatschappijen betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.
België
In België is er eveneens sprake van een beschikbare premieregeling. Op het moment van pensionering heeft de deelnemer de keuze om het kapitaal eenmalig uit te laten betalen of om dit bedrag om te zetten in een periodieke pensioenuitkering. De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:
- werkgever betaalt maandelijks een premie aan de uitvoerder;
- de premie bedraagt 4 procent van het referentieloon, verhoogd met 4,4 procent belasting;
- het referentieloon bedraagt 13,92 maal het bruto maandloon.
Er is tevens een overlijdensverzekering voor de werknemer afgesloten, waarbij de nabestaanden een overlijdenskapitaal ontvangen als de werknemer overlijdt vóór de einddatum. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte, bevalling of een privé-ongeval, ontvangt de verzekerde een vervangingsinkomen.
Duitsland
In Duitsland worden de wettelijke pensioenpremies afgedragen middels de maandelijkse sociale verzekeringspremies. Er is geen aanvullend bedrijfspensioen.
2.12.3 Voorziening jubilea
De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband. De voor de bepaling van de voorziening gehanteerde actuariële methode staat bekend als Projected Unit Credit-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige salarisstijgingen, overlevings- en arbeidsongeschiktheidskansen en dergelijke. Als langetermijnbeleggingsrendement is 3,1 procent (2022: 3,7 procent) aangehouden en voor de algemene salarisstijging 2,0 procent (2022: 2,0 procent). De AG Generatietafel 2022 en de WIA/IVA-ervaringscijfers zijn toegepast. De aldus berekende verplichting is contant gemaakt tegen 3,2 procent ultimo 2023 (2022: 3,7 procent).
2.12.4 Latente belastingverplichtingen
Voor in de toekomst te betalen belastingbedragen uit hoofde van verschillen tussen commerciële en fiscale balanswaarderingen wordt een voorziening getroffen ter grootte van de som van deze verschillen vermenigvuldigd met het geldende belastingtarief. Op deze voorziening worden in mindering gebracht de in de toekomst te verrekenen belastingbedragen uit hoofde van beschikbare voorwaartse verliescompensatie, voor zover het waarschijnlijk is dat de toekomstige fiscale winsten beschikbaar zullen zijn voor verrekening. De voorziening voor latente belastingverplichtingen wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.
De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. In Nederland bedraagt het belastingtarief 19 procent over een winst van € 200.000 en 25,8 procent daarboven per eind 2023. In België bedraagt het belastingtarief 25 procent per eind 2023. In Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30 procent.
2.12.5 Overige voorzieningen
Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichtingen af te wikkelen. Discontering vindt plaats op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting weergeeft. Indien het effect van de tijdswaarde van geld niet materieel is, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de nominale waarde. Tenzij anders vermeld, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde.
2.13 Discretionaire winstdeling
Winstdeling wordt actuarieel berekend en is discretionair. De winstdeling is op voordracht van het bestuur en de rvc vastgesteld door de algemene vergadering. De verwerking van de discretionaire winstdeling vindt plaats via de post technische voorzieningen. De toevoeging van het bedrag dat DELA Groep onder de technische voorzieningen voor discretionaire winstdeling heeft bestemd, geschiedt ten laste van het resultaat.
2.14 Technische voorziening
2.14.1 Algemeen
Het bepalen van de technische voorzieningen is een proces dat van nature wordt omgeven met onzekerheden. De werkelijke uitkeringen zijn afhankelijk van factoren zoals sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en aannames over de ontwikkeling van sterfte. Het gebruik van andere aannames voor deze factoren dan de tariefsgrondslagen die nu in de jaarrekening zijn gebruikt, zou een materieel effect kunnen hebben op de technische voorzieningen en verzekeringstechnische lasten (zie ook 5.10 toereikendheidstoets).
2.14.2 Uitvaartverzekeringen
Voor uitkeringen uit hoofde van verzekeringspolissen die naar verwachting in de toekomst worden gedaan, wordt een verplichting opgenomen zodra de polis van kracht is. De verplichtingen voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico bestaan uit de (met tariefsinterest) verdisconteerde waarde van de (op basis van tariefsterfte) verwachte toekomstige uitkeringen (inclusief reeds toegekende winstdeling) aan polishouders of andere begunstigden, onder aftrek van toekomstige premies.
Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in Nederland is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2,75 procent interest en op basis van de door het Actuarieel Genootschap gepubliceerde overlevingstafel GBMV 1995-2000, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. Voor verzekeringen tegen tijdelijke premiebetaling is de rekenrente voor de periode na einddatum premiebetaling 2 procent.
Voor de technische voorzieningen van de in 2021 overgenomen Yarden-portefeuille worden grondslagen gehanteerd die behoren bij een waardering op reële waarde ten tijde van de overnamedatum. De rekenrente is gemiddeld 1,3 procent en de sterfte is gebaseerd op de prognosetafel 2020 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap. Ook is rekening gehouden met onnatuurlijk verval, gebaseerd op ervaringscijfers en met het actuele kostenniveau op het moment van overname. Daarnaast zijn er twee additionele voorzieningen inzake de Yarden-portefeuille:
- DELA heeft op het moment van de overname een voorziening gevormd van € 62,4 miljoen waaruit toekomstige indexatie van de pakketpolissen van Yarden wordt gefinancierd. Inmiddels is een aantal jaren indexatie toegekend en is nog € 33,8 miljoen beschikbaar voor toekomstige indexaties. Er is op het moment van overname een inschatting gemaakt van deze toekomstige indexaties. De reële waarde van deze voorziening is vervolgens de contante waarde van deze onttrekkingen.
- Daarbovenop heeft DELA gegarandeerd dat nabestaanden de eerste 10 jaren na de overname het tekort aan inflatie niet hoeven te betalen. Deze tekorten zijn op het moment van overname ingeschat en verdisconteerd met als resultante de reële waarde van deze toezegging.
Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in België is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen de gebruikelijke interestvoeten en overlevingstafels ten tijde van de ingangsdata van de polissen, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. De verwachte uitkeringen zijn gebaseerd op de grondslagen van het tarief zoals dat is vastgesteld bij het afsluiten van de polis.
De technische voorziening voor DELA Sorgenfrei Leben wordt berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2 procent interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.
Voor de technische voorzieningen van de in 2022 overgenomen verzekeringsportefeuille in Duitsland worden grondslagen gehanteerd die behoren bij een waardering op reële waarde ten tijde van de overnamedatum. De rekenrente is gemiddeld 2,5 procent en de sterfte is gebaseerd op de prognosetafel 2022 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap.
2.14.3 Overlijdensrisicoverzekering
Voor het DELA LeefdoorPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 3 procent interest en op basis van de prognosetafels zoals deze ten tijde van de introductie van het tarief door het Koninklijk Actuarieel Genootschap zijn gepubliceerd.
De technische voorziening voor DELA Activ Leben wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3 procent interest vermeerderd met een voorziening voor onverdiende premie. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals ten tijde van de introductie geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.
2.14.4 Spaarverzekeringen
Voor het DELA CoöperatiespaarPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de opgebouwde poliswaarde op grond van de ingelegde spaarpremies, de reeds toegekende winstaandelen alsmede de interestvoet behorende bij het tarief.
2.14.5 Premies
De premies bevatten opslagen voor dekking van de kosten. Wanneer de premies worden ontvangen of invorderbaar zijn geworden, vallen de opslagen vrij en zijn deze beschikbaar voor dekking van de werkelijke kosten, waaronder begrepen doorlopende kosten en acquisitiekosten.
2.14.6 Acquisitiekosten
De geactiveerde acquisitiekosten worden op de voorziening in mindering gebracht.
2.15 Langlopende schulden
Langlopende schulden hebben een looptijd van langer dan één jaar en worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, die bij aanvang gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Indien er geen sprake is van (dis)agio is deze gelijk aan de nominale waarde.
Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de resultatenrekening als interestlast verwerkt.
2.16 Kortlopende schulden
Kortlopende schulden worden op dezelfde manier gewaardeerd als langlopende schulden, echter hebben de kortlopende schulden een looptijd van gelijk aan of korter dan 1 jaar.
2.17 Overlopende passiva
De overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd.
2.18 Leasing
DELA Groep heeft geen financial leasecontracten. Leaseovereenkomsten die niet kwalificeren als financiële lease, worden aangemerkt als operationele lease. Bij operationele leases worden de leasebetalingen lineair over de looptijd van de lease ten laste van het resultaat verwerkt.
2.19 Opbrengstverantwoording
2.19.1 Premieopbrengsten
De brutopremies bestaan uit de premies die door de polishouders zijn verschuldigd voor afgesloten verzekeringscontracten. De brutopremies exclusief belastingen en andere heffingen uit hoofde van verzekeringscontracten worden als opbrengst opgenomen wanneer deze verschuldigd zijn door de polishouder. Voor koopsomcontracten wordt de premie opgenomen als bate wanneer deze verschuldigd is, waarbij de eventuele kosten- en risicodekkingen worden uitgesteld en in het resultaat worden opgenomen in een constante verhouding tot de lopende verzekering.
2.19.2 Herverzekeringspremies
De herverzekeringspremies omvatten de premies uit hoofde van afgesloten herverzekeringscontracten. Deze worden naar evenredigheid van de looptijd van het contract als last opgenomen in de resultatenrekening.
2.19.3 Omzet uitvaartbedrijf
De opbrengsten van het uitvaartbedrijf worden genomen op het moment dat de prestaties zijn geleverd.
2.19.4 Overige omzet
Onder de overige omzet zijn de opbrengsten verantwoord die voortvloeien uit andere dan operationele activiteiten van DELA Groep.
2.19.5 Netto-omzet
Netto-omzet omvat de opbrengsten uit levering van goederen en diensten onder aftrek van kortingen en dergelijke, van over de omzet geheven belastingen en na eliminatie van transacties binnen DELA Groep. Eén van deze eliminaties ziet toe op de uitkeringen bij de verzekeraar die worden aangewend voor een uitvaart bij de uitvaartverzorger.
2.20 Acquisitiekosten
Acquisitiekosten zijn de kosten die direct samenhangen met het afsluiten van verzekeringen, die afhankelijk zijn van en betrekking hebben op het verkrijgen van nieuwe of op verlenging van bestaande verzekeringscontracten. De acquisitiekosten bestaan uit aan derden betaalde provisies inzake verzekeringsproducten. De acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen en in tien jaar afgeschreven ten laste van het resultaat. De jaarlijkse provisies worden gesaldeerd met de in het jaar teruggevorderde retourprovisies. Acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen voor zover zij kunnen worden terugverdiend uit het verwachte brutoresultaat van de onderliggende nieuwe productie van dat jaar. De afschrijvingsperiode wordt periodiek beoordeeld. Indien van toepassing wordt de afschrijvingslast aangepast aan de kortere afschrijvingsperiode. De afschrijvingsperiode is vastgesteld op 10 jaar.
Als onderdeel van de toereikendheidstoets vindt jaarlijks een beoordeling van bijzondere waardevermindering plaats op de toegerekende acquisitiekosten, waarbij wordt vastgesteld of de toekomstige bijdrage uit de verzekeringsproducten voldoende is om de toegerekende kosten te kunnen dekken.
2.21 Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten zijn verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers en de belastingautoriteiten.
2.22 Overige baten en lasten
Dit zijn posten die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening maar op grond van aard, de omvang, het incidentele karakter buiten het operationele resultaat worden gehouden. Dit met het doel om de analyse en de vergelijkbaarheid van het operationeel resultaat over de jaren heen te bevorderen.
2.23 Afschrijvingen op immateriële en vaste activa
Immateriële vaste activa en vaste bedrijfsmiddelen worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa worden verantwoord onder de bijzondere baten en lasten.
2.24 Belastingen
De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de resultatenrekening, rekening houdend met fiscaal compensabele verliezen (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.
3. Toelichting op het kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.
De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Kasstromen in vreemde valuta zijn omgerekend tegen de koersen per maandultimo.
Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en huren, en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. De verkrijgingsprijs van een verworven groepsmaatschappij is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De geldmiddelen die in de verworven groepsmaatschappij aanwezig zijn, zijn op de aankoopprijs in mindering gebracht.
4. Risicoparagraaf
4.1 Solvabiliteitspositie
De solvabiliteitspositie van DELA Groep wordt op basis van het standaardmodel onder Solvency II bepaald.
De Solvency II-ratio is in 2023 enigszins gedaald als gevolg van ontwikkelingen in rente, inflatie en verwachte kosten. Uit stresstesten bleek dat de solvabiliteitspositie robuust is, maar dat DELA Groep gevoelig is voor scenario’s met een lage rente en een lage inflatie.
4.1.1 Ontwikkeling solvabiliteitskapitaalvereiste
De samenstelling van het kapitaalvereiste is in de onderstaande grafiek weergegeven.
Samenstelling SCR
Duidelijk is dat de verzekeringstechnische risico’s en de marktrisico’s de grootste risico’s zijn. Zowel voor de marktrisico’s als voor de verzekeringstechnische risico’s geldt dat de bruto posities (zonder rekening te houden met de mitigerende werking van de winstdeling) zijn toegenomen. Dat wordt grotendeels gecompenseerd door de mitigerende werking van de winstdeling.
4.1.2 Ontwikkeling kernvermogen
Het kernvermogen is in 2023 afgenomen als gevolg van ontwikkelingen in rente, inflatie en verwachte kosten. De samenstelling van het kernvermogen is in de onderstaande grafiek weergegeven (bedragen in € miljoen).
Samenstelling kernvermogen
Het kernvermogen is net als vorig jaar vrijwel geheel tier 1 kernvermogen. Alle bestanddelen van tier 1 staan volledig ter vrije beschikking van DELA. Het tier 3 vermogen betreft een netto positie van een actieve uitgestelde belastingpositie op de Belgische fiscus.
4.2 Risicoprofiel
DELA Groep staat bloot aan een groot palet aan risico’s. In hoofdstuk Onze governance van het bestuursverslag zijn de belangrijkste risicogebieden weergegeven in het risicoprofiel. Tevens zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste ontwikkelingen in 2023 ten aanzien van de belangrijkste risico’s opgenomen
De verschillende risico’s worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. Om de leesbaarheid te vergroten worden niet alle risico’s in detailniveau besproken en zijn enkele risico’s samengevoegd.
4.2.1 Marktrisico's
Het marktrisico is het risico op mogelijke verliezen door ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten. De waarde van de beleggingen en de waarde van de verplichtingen hangen af van de ontwikkelingen op de financiële markten, de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de kenmerken van de verzekeringsverplichtingen.
DELA Groep heeft het marktrisico in belangrijke mate gemitigeerd door haar winstdelingsregeling en premiemaatregel, maar ook door derivaten waarmee een deel van het valutarisico gemitigeerd wordt. DELA Groep hanteert met betrekking tot haar beleggingsbeleid tevens het 'prudent person'-principe en periodiek worden volledige en/of partiële ALM-studies uitgevoerd om te toetsen of het beleggingsbeleid nog passend is.
In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het marktrisico, gekwantificeerd op basis van het standaardmodel gepresenteerd (bedragen in € miljoen).
Ontwikkeling marktrisico
De financiële markten herstelden in 2023 gedeeltelijk van de koersdaling in 2022. De rente is in de loop van het jaar ten opzichte van 2022 gestegen, maar eindigde lager. Ook de inflatie is afgenomen.
De belangrijkste ontwikkelingen met een impact op het kapitaalvereiste voor marktrisico’s in 2023 waren de groei van de beleggingsportefeuille en de betere mitigerende werking van de winstdeling doordat de dekkingsgraad minder ver boven de grens van 210% ligt.
4.2.2 Verzekeringstechnische risico's
Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat de omvang en het tijdstip van uitkeringen niet overeenstemmen met de verwachtingen zoals opgenomen in de premiestelling. DELA Groep mitigeert het verzekeringstechnisch risico o.a. door winstdelingsregeling en de premiemaatregel maar ook door herverzekering, (medische) acceptatie en het continu aandacht hebben voor de kosten ontwikkeling.
DELA Groep staat alleen bloot aan het levensverzekeringsrisico aangezien het alleen levensverzekeringen voert. De portefeuille van DELA Groep bestaat voor een belangrijk deel uit uitvaartverzekeringen. Hierbij worden aparte tarieven voor Nederland, België en Duitsland gebruikt. Deze tarieven zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken en uitgangspunten (rekenrente, kosten, overlevingstafels) die in het betreffende land passend zijn. Jaarlijks wordt onderzocht of deze uitgangspunten passen bij de ontwikkeling van betreffende portefeuilles. De portefeuille is groot in aantal en omvang. Hierdoor is de kans op schommelingen in de resultaten beperkt.
Daarnaast voert DELA Groep in Nederland en Duitsland een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering. De verzekerde kapitalen zijn hierbij aanzienlijk hoger dan bij de uitvaartverzekeringen. Voor deze portefeuille wordt gebruik gemaakt van herverzekering om de volatiliteit van de resultaten te beperken.
Tot slot voert DELA Groep in Nederland een spaarproduct. Het overlijdensrisico in deze portefeuille is beperkt tot 10 procent van de opgebouwde waarde.
In grafiek hieronder is de opbouw van het verzekeringstechnisch risico grafisch weergegeven (bedragen in € miljoen).
Opbouw verzekeringstechnisch risico
De verzekeringstechnische risico’s zijn toegenomen. Dat is met name een neveneffect van de gedaalde rente en wordt grotendeels gecompenseerd door de verbeterde mitigerende werking van de winstdeling. Zoals eerder genoemd komt dat doordat de dekkingsgraad minder boven de grens van 210 procent ligt.
4.2.3 Kredietrisico
Kredietrisico (ook wel: tegenpartijkredietrisico) is het risico dat verliezen optreden door een onverwacht in gebreke blijven of een onverwachte verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van een verzekeraar. Dit betreft met name vorderingen inzake hypotheken, herverzekeraars, derivaten en overige vorderingen op debiteuren. De omvang van het kredietrisico is in 2023 niet significant gewijzigd.
4.2.4 Liquiditeitsrisico
Dit is het risico dat DELA Groep op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders of andere crediteuren kan voldoen, omdat activa niet snel genoeg verhandeld kunnen worden. Het liquiditeitsrisico wordt binnen Solvency II niet in een kapitaalseis (SCR) uitgedrukt. DELA Groep dient voldoende liquiditeiten ter beschikking te hebben om claims uit te kunnen betalen die voortvloeien uit de gesloten verzekeringsovereenkomsten, maar ook om de overige jaarlijkse lasten te kunnen betalen. DELA Groep maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Daarnaast heeft DELA Groep ook kredietfaciliteiten bij de custodian van de aandelen en obligaties. DELA heeft gedurende 2023 voldaan aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders en andere crediteuren.
4.2.5 Operationele risico's
Naast de financiële risico’s kent DELA Groep ook operationele risico’s. Dit zijn risico’s die voortkomen uit invloeden van buitenaf, uit het falen van mensen, processen en systemen. Onderstaand wordt nader ingegaan op de belangrijkste operationele risicogebieden.
Operationele risico’s doen zich voor op alle niveaus binnen de organisatie. De beheersmaatregelen zijn derhalve ook vastgelegd in verschillende specifieke beleidsdocumenten, protocollen en procesbeschrijvingen.
Dit risicodomein is binnen DELA Groep opgebouwd uit de volgende subrisico’s:
4.2.5.1 Interne en externe fraude
DELA Groep maakt onderscheid tussen interne fraude en externe frauderisico’s. Interne fraude is fraude gepleegd door een medewerker van DELA Groep waarbij de medewerker ongeoorloofde activiteiten onderneemt om zichzelf te verrijken en DELA Groep benadeeld wordt. Hieronder vallen malversaties, onterechte onkostendeclaratie, moedwillig onjuiste urendeclaraties etc. Externe fraude is gepleegd door iemand van buiten DELA Groep (externe partijen, leveranciers, klanten etc.) waarbij ongeoorloofde activiteiten worden ondernomen waarmee DELA Groep mee wordt geconfronteerd. DELA Groep accepteert geen enkele vorm van interne en externe fraude in haar risicobereidheid. Door de aanwezigheid van diverse beheersmaatregelen, zoals onder meer functiescheidingen en het vier-ogen principe, welke vastgelegd zijn in beleidsdocumenten (bijv. fraudebeleid) en procesbeschrijvingen worden de interne frauderisco’s laag en de externe frauderisico’s voor DELA Groep midden ingeschat.
In 2023 hebben er ten aanzien van dit subrisico een of meerdere incidenten plaatsgevonden. Hoewel geen van deze incidenten een significante impact had op de bedrijfsvoering zijn deze incidenten geëvalueerd en waar nodig zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het aanscherpen van werkinstructies en/of protocollen.
4.2.5.2 Werkomstandigheden en veiligheid
De risico’s die hieronder vallen, hebben betrekking op verliezen als gevolg van handelingen die niet in overeenstemming zijn met wetgeving op het gebied van werkomstandigheden, gezondheid of veiligheid of als gevolg van gebeurtenissen in verband met ongelijkheid of discriminatie. DELA Groep accepteert geen verhoogde risico's t.a.v. de gezondheid en veiligheid van haar medewerkers in haar risicobereidheid. Door de aanwezigheid van diverse beheersmaatregelen die vastgelegd zijn in beleidsdocumenten (bijv. ARBO-beleid) en protocollen worden deze risico’s voor DELA Groep laag ingeschat.
In 2023 hebben er ten aanzien van dit subrisico een of meerdere incidenten plaatsgevonden. Hoewel geen van deze incidenten een significante impact had op de bedrijfsvoering zijn deze incidenten geëvalueerd en waar nodig zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het aanscherpen van werkinstructies en/of protocollen.
4.2.5.3 Fysieke activa
Dit betreffen de risico’s op verlies van of schade aan het hoofdkantoor, de uitvaartcentra en crematoria als gevolg van natuurrampen of andere gebeurtenissen. DELA Groep accepteert geen risico's met betrekking tot de beschikbaarheid van haar uitvaartfaciliteiten. Door de aanwezigheid van diverse beheersmaatregelen die vastgelegd zijn in beleidsdocumenten en procedures worden deze risico’s op midden ingeschat.
In 2023 hebben er ten aanzien van dit subrisico een of meerdere incidenten plaatsgevonden. Hoewel geen van deze incidenten een significante impact had op de bedrijfsvoering zijn deze incidenten geëvalueerd en waar nodig zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het aanscherpen van werkinstructies en/of protocollen.
4.2.5.4 Systeemfalen en procesmanagement
Dit betreffen risico’s op verstoringen van bedrijfsactiviteiten als gevolg van systeemfalen. Hiertoe behoren ook de thema’s cyberrisico’s en informatiebeveiliging. Daarnaast zijn dit de risico’s waarbij sprake is van verliezen als gevolg van falende transactieverwerking of procesbeheer of als gevolg van relaties met leveranciers. DELA Groep heeft in haar risicobereidheid een aantal statements geformuleerd:
- DELA Groep accepteert geen risico’s met betrekking tot verstoringen van IT / telecomsystemen, die leiden tot substantiële verstoring van de bedrijfskritische operationele processen;
- DELA Groep accepteert geen risico's die de reputatie van DELA wezenlijk in gevaar brengen; DELA Groep accepteert geen risico's met betrekking tot beheerste bedrijfsvoering.
Door de aanwezigheid van diverse beheersmaatregelen die vastgelegd zijn in beleidsdocumenten (bijvoorbeeld informatiebeveiligingsbeleid en procesmanagementbeleid), procesbeschrijvingen en protocollen worden de risico’s op het vlak van procesmanagement en systeemfalen gedeeltelijk gemitigeerd en door DELA Groep op midden ingeschat.
In 2023 hebben er ten aanzien van dit subrisico een of meerdere incidenten plaatsgevonden. Hoewel geen van deze incidenten een significante impact had op de bedrijfsvoering zijn deze incidenten geëvalueerd en waar nodig zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het aanscherpen van werkinstructies en/of protocollen.
4.2.6 Integriteitsrisico's
Integriteitsrisico’s gaan gepaard met het gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat als gevolg van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven. Binnen DELA Groep wordt dit risico in de basis gemonitord vanuit de compliancefunctie op basis van de thema’s in de systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA). Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en hiervoor hoeft geen aanvullend kapitaal aangehouden te worden.
De thema’s in SIRA zijn:
- Organisatie- en medewerkers integriteit: onder organisatie-integriteit vallen thema’s als governance en uitbesteding. Medewerkersintegriteit heeft betrekking op de integriteit van het bestuur, het intern toezichthoudende orgaan en de interne en externe medewerkers. Onderwerpen die hiermee samenhangen zijn bijvoorbeeld pre- employmentscreeningen, vakbekwaamheid en belangenverstrengeling.
- Klant-ketenintegriteit: dit betreft zowel de integriteit van de klanten als het integere gedrag van de organisatie richting deze klanten. Daarnaast betreft het de integriteit van de keten waarin de onderneming opereert. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld zorgplicht en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.
- Marktintegriteit: dit betreft de integriteit van de (financiële) markt(en). Mededinging en marktmisbruik maken hiervan onderdeel uit.
- Integriteit verwerking persoonsgegevens: dit betreft de integriteit van de data die binnen DELA Groep gebruikt worden (denk aan bewerking en beveiliging van persoonsgegevens).
4.2.7 Risico’s welke geen onderdeel zijn van het standaardmodel
Naast de risico’s die in het standaardmodel mee worden genomen bij de vaststelling van de kapitaalvereisten zijn er nog verschillende andere risico’s die van belang zijn voor DELA Groep. In de onderstaande paragrafen worden deze nader toegelicht.
4.2.7.1 Strategische risico's
Dit zijn onzekerheden die een belemmering kunnen vormen voor de implementatie van de langetermijnstrategie. Deze risico’s kunnen de buitenlandse expansie of het handhaven van het bedrijfsmodel waarin het kunnen geven van winstdeling essentieel is, belemmeren. Deze risico’s worden vooral ondervangen door een gedegen strategieproces. Dit proces wordt begeleid door externe consultants, waarop de rvc toezicht houdt. Bij de implementatie worden business cases gehanteerd om de benodigde investeringen te toetsen en beheersbaar te houden. Daarnaast wordt in de jaarlijkse ORSA geanalyseerd welke risico’s een potentiële bedreiging vormen voor de continuïteit van DELA Groep. Uit stresstesten bleek dat de solvabiliteitspositie robuust is, maar dat DELA Groep gevoelig is voor scenario’s met een lage rente en een lage inflatie. Indien nodig worden voorbereidende maatregelen getroffen of andere keuzes gemaakt. De belangrijkste randvoorwaarden en maatregelen zijn uitgewerkt in het kapitaalbeleid dat jaarlijks geëvalueerd wordt. Het risico wordt derhalve als beperkt ervaren en hiervoor hoeft geen aanvullend kapitaal aangehouden te worden.
De externe ontwikkelingen die impact kunnen hebben op de strategie worden continu gemonitord en meegenomen in het lopende strategieproces.
4.2.7.2 Reputatierisico
Het reputatierisico is het risico op schade door reputatieverlies. Het reputatierisico wordt beheerst door het actief invulling geven aan reputatiemanagement, met als belangrijke pijler het incidentenmanagement. Hierbij worden mogelijke reputatierisico’s en de bijbehorende uitstralingseffecten tijdig geïdentificeerd en eventuele managementacties tijdig in gang gezet. Ook zijn de ondernemingscultuur en gewenste toon aan de top belangrijke pijlers om dit risico te mitigeren, ondersteund door opleidingsprogramma’s, de administratieve organisatie en interne beheersing. Het risico wordt daarom als beperkt ervaren en hiervoor hoeft geen aanvullend kapitaal aangehouden te worden.
4.2.7.3 Uitvaartkosteninflatie
Het standaardmodel bevat geen uitvaartkosteninflatierisico. Hoewel dit inflatierisico het risico van de polishouders is, is dit risico toch van belang aangezien een stijging van de uitvaartkosten direct leidt tot een premiestijging. DELA Groep streeft naar een goede dienstverlening aan leden tegen een zo laag mogelijke premie. In de ORSA wordt hier dan ook specifiek aandacht aan besteed. DELA Groep heeft in enige mate invloed op de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie en volgt de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie nauwgezet gedurende het jaar.
4.2.7.4 Duurzaamheidsrisico
Onder het duurzaamheidsrisico valt onder andere het risico van klimaatveranderingen. DELA Groep wordt hier zowel direct mee geconfronteerd als indirect via haar beleggingen. In 2023 is de impact van klimaatrisico’s wederom nader geanalyseerd in de ORSA. De risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt, hebben beperkte invloed op de dekkingsgraad, premiestijging en solvabiliteit. Bij de inprijzing van klimaatgerelateerde risico’s zien we dat de dekkingsgraad langer laag blijft en de premiestijging hoger is dan in het basisscenario. De solvabiliteit blijft in de verschillende klimaatscenario’s overeind.
4.2.7.5 Verslaggevingsrisico
Daarnaast heeft DELA Groep te maken met het verslaggevingsrisico. Dit is het risico dat de financiële en niet- financiële rapportages van de onderneming substantieel onjuiste of onvolledige informatie bevatten. Tevens betreft dit het risico dat interne en externe belanghebbenden niet tijdig kennis kunnen nemen van de rapportages. Dit risico wordt binnen DELA Groep onder andere beheerst door maatregelen en procedures die in verschillende beleidsdocumenten zijn vastgelegd en in praktijk worden gebracht, zoals het Beleid externe verslaglegging volgens de richtlijnen van de Jaarverslaggeving (RJ) en het Beleid inzake openbaarmaking SFCR en rapportages aan de toezichthouder.
5. Toelichting op de balans
5.1 Immateriële activa
Verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 134.910 | 140.940 | |||
| Investeringen | 31.112 | 17.572 | |||
| Afwaarderingen | -2.442 | -16.377 | |||
| Verwerving als gevolg van acquisities | - | 6.123 | |||
| Afschrijvingen | -12.365 | -13.348 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 151.215 | 134.910 |
Immateriële vaste activa, cumulatief
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Verkrijgingsprijzen | 386.842 | 355.730 | |||
| Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen | -235.627 | -220.820 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 151.215 | 134.910 |
Immateriële vaste activa, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | Goodwill | Overgenomen verzekerings-portefeuilles | Software-systemen | Overig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde 31-12-2022 | 77.349 | 9.611 | 46.726 | 1.224 | 134.910 |
| Investeringen | 4.879 | - | 26.233 | - | 31.112 |
| Afwaarderingen | -2.442 | - | - | - | -2.442 |
| Afschrijvingen | -5.595 | -610 | -5.855 | -305 | -12.365 |
| Boekwaarde 31-12-2023 | 74.191 | 9.001 | 67.104 | 919 | 151.215 |
De investeringen gedurende het boekjaar 2023 hebben voornamelijk betrekking op investeringen in meerdere softwaresystemen. Daarnaast heeft het uitvaartbedrijf in België overnames gedaan.
In 2023 heeft een impairment van € 1,6 miljoen plaatsgevonden op de goodwillpositie van Salarise als gevolg van een aanpassing van toekomstverwachtingen.
Per jaareinde ziet nog € 17,7 miljoen van de goodwillpositie toe op overgenomen Nederlandse en Belgische uitvaartactiviteiten. In 2023 heeft een impairment van € 0,8 miljoen plaatsgevonden. De waardering van deze goodwillpositie ultimo jaareinde is sterk afhankelijk van enerzijds het verwachte rendement alsmede ook de verwachte toekomstige exploitatieresultaten. Indien deze grootheden in de toekomst afwijken van de huidige inschattingen kan dit een effect hebben op de boekwaarde.
5.2 Beleggingen
DELA Groep beheert risicoposities met behulp van periodieke Asset & Liability Management (ALM)–studies met het doel op de lange termijn beleggingsresultaten te realiseren die de interestverplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten en deposito's overtreffen en daarnaast de winstdelingambities waarmaken. De belangrijkste beleggingsdoelstelling in het verzekeringsbedrijf is de maximalisatie van het beleggingsrendement binnen het toegestane risicokader.
5.2.1 Onroerende zaken
Verloop
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 2023 | 2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari (voor foutherstel) | 521.889 | 672.637 | |||
| Effect foutherstel | 73.940 | 73.246 | |||
| Boekwaarde per 1 januari (na foutherstel) | 595.829 | 745.883 | |||
| Investeringen | 23.193 | 22.137 | |||
| Herwaarderingen | -29.691 | -43.216 | |||
| Herrubricering uitvaartcentra | 20.852 | 694 | |||
| Desinvesteringen | -79.226 | -129.669 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 530.956 | 595.829 | |||
| Verkrijgingsprijzen | 500.847 | 540.599 | |||
| Cumulatieve waardemutaties | 30.109 | 55.229 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 530.956 | 595.829 |
Onroerende zaken betreffen investeringen in direct vastgoed. Op de balans van DELA Groep zijn geen vastgoedbeleggingen opgenomen vanuit operationele leasing waarbij DELA de lessee is. Om een betere geografische spreiding van vastgoedbeleggingen te bewerkstelligen zijn vanaf 2020 delen van de vastgoedportefeuille verkocht en is er geïnvesteerd in internationale vastgoedfondsen (beleggingscategorie: vastgoedfondsen). De waardering van het vastgoed (excl. crematoria en uitvaartcentra) dat ultimo 2023 nog in de portefeuille zit, is in 2023 met circa 6 procent in waarde gedaald. De markthuur steeg voor deze assets met ongeveer 2 procent. Ultimo 2023 bedroeg de totale waarde van deze portefeuille 11.6 keer de markthuur (2022: 14,4 keer).
Over de desinvesteringen is een positief resultaat van € 3,1 miljoen gerealiseerd. Het verkoopresultaat wordt bepaald door het verschil tussen de nettoverkoopopbrengst en de waardering op de balans per verkoopdatum.
De overige onroerende zaken zijn allemaal dienstbaar aan de bedrijfsactiviteiten.
In het volgende overzicht is een verdeling van onroerende zaken naar soort weergegeven.
Onroerende zaken, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Winkels | 67.855 | 152.096 | |||
| Woningen | 4.020 | 6.085 | |||
| Crematoria | 304.724 | 299.234 | |||
| Uitvaartcentra | 98.464 | 73.940 | |||
| Kantoren | 33.665 | 35.051 | |||
| Parkeerplaatsen | - | 3.410 | |||
| Overig | 22.228 | 26.013 | |||
| Totaal | 530.956 | 595.829 |
De beleggingen in winkels bestaan hoofdzakelijk uit winkelpanden op A-1 locaties en winkelcentra verspreid over Nederland.
Overige onroerende zaken hebben betrekking op DOMUSDELA. De fair value van DOMUSDELA Vastgoed en Klooster is in 2023 extern getaxeerd. In 2022 werd het gewaardeerd op basis van de stichtingskosten aangezien er toen nog geen vijf jaar na aanschaf was verstreken en deze periode als opstartfase aangemerkt wordt.
Per 31-12-2023 waren er geen onroerende zaken in ontwikkeling.
Onroerende zaken, bedragen in resultatenrekening
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Huurinkomsten | 43.298 | 44.972 | |||
| Overige baten en lasten | -25.603 | -37.898 | |||
| Exploitatiekosten | -13.533 | -13.922 | |||
| Totaal | 4.161 | -6.848 |
De huurcontracten voor commercieel vastgoed worden opgesteld op basis van ROZ-model 2012. Circa 15 procent van de contracten hebben een looptijd en worden automatisch verlengd, als er niet opgezegd wordt. Circa 41 procent van de contracten met looptijd hebben een verlengingsregel van 5 jaar, overige hebben diverse looptijden (meestal 1 of 3 jaar). 11 procent van de contracten loopt voor onbepaalde tijd, op ieder moment opzegbaar met inachtneming van een opzegtermijn van een jaar. Er zijn geen koopopties opgenomen in de contracten.
De negatieve Overige baten en lasten komen voornamelijk voort uit een ongerealiseerde waardedaling van de onroerende zaken. Dit is onderdeel van de beleggingsopbrengsten.
DELA Groep heeft aangaande leegstand een beperkte omvang aan exploitatiekosten.
Contractuele verplichtingen per balansdatum
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Voor nieuwbouw | 45 | 2.210 | |||
| Voor herontwikkeling | - | - | |||
| Totaal | 45 | 2.210 |
In de waardebepaling van onroerende zaken zijn schattingen opgenomen. Daarom bestaat er een mate van onzekerheid in de waardering en dient er bij de waardering altijd met een bandbreedte rekening gehouden te worden. De nauwkeurigheid van een taxatie van een courant object wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10 procent (+/ -) van de waarde. Hieronder wordt de waarderingsmethode per categorie onroerende zaak toegelicht.
Waarderingsmethode van winkels, woningen, kantoren en parkeerplaatsen
De waardering van de onroerende zaken wordt onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en wordt samengesteld door externe taxateurs. De taxaties worden uitgevoerd conform RICS Taxatiestandaarden en conform het reglement van de NRVT. Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de 'International Valuation Standards' en derhalve voldoen de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille is de BAR/NAR-methode, de huurwaardekapitalisatiemethode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld door middel van een full valuation op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren wordt de waarde gebaseerd op een hertaxatie die ook door de externe deskundigen wordt verricht. De gehele portefeuille is gewaardeerd door de externe taxateur CBRE . De taxateur beschikt over een ISAE3402 type II verklaring. De verantwoordelijke taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT. De gehanteerde disconteringsvoet ligt tussen de 2 procent en 7 procent, afhankelijk van de gehanteerde risico-opslag die per complex wordt vastgesteld. De Gross initial yield ligt tussen 3,2 procent en 19,1 procent. Indien er definitieve en onvoorwaardelijke overeenstemming is over de verkoop van een onroerende zaak wordt de onroerende zaak gewaardeerd tegen de overeengekomen koopsom.
Winkels
Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels zijn de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De taxateur maakt een afweging met welke methode hij het best de waarde kan bepalen. Bij winkels wordt voornamelijk de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd, bij winkelcentra voornamelijk de DCF-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode wordt de actuele waarde bepaald aan de hand van de brutomarkthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht nettorendement.
Woningen
Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen wordt de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten en eventuele uitpondopbrengsten, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.
Kantoren
Voor kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve is de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.
Waarderingsmethode van crematoria
Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCF-methode en huurwaardekapitalisatiemethode gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 9,25 procent en 10,25 procent. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld. In de tussenliggende jaren wordt de actuele waarde intern vastgesteld. Het extern waarderen vindt roulerend in de tijd over de portefeuille plaats, waardoor jaarlijks altijd een gedeelte van de portefeuille door een onafhankelijke, externe deskundigen is vastgesteld.
De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.
Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een aanzienlijk verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.
Waarderingsmethode van uitvaartcentra
De uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn als beleggingsvastgoed aangemerkt. Deze uitvaartcentra worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij uitvaartcentra ouder dan 5 jaar de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld. In de tussenliggende jaren wordt de actuele waarde intern vastgesteld. Het extern waarderen vindt roulerend in de tijd over de portefeuille plaats, waardoor jaarlijks altijd een gedeelte van de portefeuille door een onafhankelijke, externe deskundigen is vastgesteld.
De uitvaartcentra jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt en daarom de beste inschatting is van de actuele waarde.
Waardeveranderingen worden in de resultatenrekening verantwoord. Indien deze waardeveranderingen cumulatief positief zijn, wordt er ten laste van de vrije reserves een herwaarderingsreserve gevormd, waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Herwaarderingsreserves worden op objectniveau gevolgd.
5.2.2 Deelnemingen
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | Aandeel in geplaatst kapitaal | 31-12-2023 | 31-12-2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| - Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., Rue des Nutons 329, Charleroi | 35% | 1.287 | 1.242 | ||
| - Stoppelenburg B.V., Populierenlaan 122a, Krimpen aan den IJssel | - | 712 | |||
| - Neo Joule B.V., Sintelstraat 27, Maasbracht | 18% | 1.400 | 1.400 | ||
| - The Right Meal B.V., Melkpad 49, Hilversum | 16% | - | 275 | ||
| - Salarise B.V., Hoofdstraat 244, Driebergen-Rijsenburg | 25% | 657 | 657 | ||
| - Jelsumerhof Beheer B.V., Sem Dresdenstraat 2A, Leeuwarden | 25% | 198 | 178 | ||
| Totaal | 3.542 | 4.464 |
Deelnemingen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 4.464 | 3.999 | |||
| Desinvesteringen | -712 | - | |||
| Resultaat deelneming | 65 | 515 | |||
| Dividenduitkeringen | - | -50 | |||
| Afwaarderingen | -275 | - | |||
| Boekwaarde per 31 december | 3.542 | 4.464 |
- DELA Funerals Assistance 1 BVBA heeft een 35 procent belang in Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., een crematorium;
- DELA Holding N.V. heeft een 18,4 procent belang in deelneming Neo Joule B.V. Neo Joule B.V. is opgericht voor onderzoek naar andere crematiemethoden;
- Voor Elkaar Holding N.V. heeft een 25 procent belang in Salarise B.V. Salarise B.V. is een Peer-to-Peer leningsplatform, dat aantrekkelijke aflosbare leningen aanbiedt en oversluit voor mensen met een salaris in dienstverband. DELA Holding N.V. heeft opties om het belang in stappen uit te breiden naar 100 procent;
- DELA Uitvaartverzorging N.V. heeft een belang van 25 procent in Jelsumerhof Beheer B.V. Jelsumerhof Beheer B.V. is een uitvaartonderneming.
DELA Uitvaartverzorging N.V. heeft haar 20 procent belang in uitvaartonderneming Stoppelenburg B.V. in 2023 verkocht.
The Right Meal B.V. is in 2023 failliet verklaard. Inmiddels is gebleken dat het bedrijf een doorstart heeft gemaakt. In afwachting van de afwikkeling is deze positie uit voorzichtigheid afgewaardeerd.
5.2.3 Overige financiële beleggingen
Verloop
| Bedragen x € 1.000 | Boekwaarde 31-12-2022 | Aankopen | Verkopen en aflossingen | Herwaarde-ring en andere mutaties | Boekwaarde 31-12-2023 |
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 1.792.117 | 716.253 | -758.931 | 199.869 | 1.949.308 |
| Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 2.226.270 | 1.361.176 | -1.245.236 | 96.325 | 2.438.535 |
| Derivaten | 64.574 | - | - | -49.825 | 14.749 |
| Hypothecaire leningen | 163.879 | 3.553 | -17.434 | 177 | 150.175 |
| Overige leningen | 243.278 | 109.741 | -178.762 | 13.140 | 187.397 |
| Vastgoedfondsen | 1.891.058 | 88.612 | - | -239.478 | 1.740.192 |
| Infrastructuurfondsen | 1.002.657 | 64.579 | - | 19.811 | 1.087.047 |
| Land- en bosbouwfondsen | 103.686 | 143.665 | - | 3.196 | 250.547 |
| Hypotheekfondsen | 298.979 | 82.563 | - | 7.474 | 389.016 |
| Beleggingen in liquide middelen | 72.667 | - | - | -657 | 72.010 |
| Andere financiële beleggingen | 10.894 | 17.289 | - | 535 | 28.718 |
| Totaal | 7.870.059 | 2.587.431 | -2.200.363 | 50.567 | 8.307.694 |
Overige financiële beleggingen, overige waarderingen
| Bedragen x € 1.000 | Balans- waarde |
Kostprijs | Markt- waarde |
||
|---|---|---|---|---|---|
| Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 1.949.308 | 1.575.952 | 1.949.308 | ||
| Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 2.438.535 | 2.546.375 | 2.438.535 | ||
| Derivaten | 14.749 | - | 14.749 | ||
| Hypothecaire leningen | 150.175 | 150.175 | 146.113 | ||
| Overige leningen | 187.397 | 194.815 | 187.397 | ||
| Vastgoedfondsen | 1.740.192 | 1.697.934 | 1.740.192 | ||
| Infrastructuurfondsen | 1.087.047 | 964.773 | 1.087.047 | ||
| Land- en bosbouwfondsen | 250.547 | 248.012 | 250.547 | ||
| Hypotheekfondsen | 389.016 | 436.953 | 389.016 | ||
| Beleggingen in liquide middelen | 72.010 | 72.010 | 72.010 | ||
| Andere financiële beleggingen | 28.718 | 28.308 | 28.718 | ||
| Totaal | 8.307.694 | 7.915.307 | 8.303.632 |
Niet-afgedekte valutaposities
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Amerikaanse dollar | 1.736.290 | 1.636.057 | |||
| Hong Kong dollar | 124.586 | 146.125 | |||
| Zuid-Koreaanse won | 88.647 | 64.138 | |||
| Braziliaanse real | 84.819 | 76.779 | |||
| Nieuwe Taiwanese dollar | 67.776 | 56.703 | |||
| Indiase roepie | 61.605 | 54.409 | |||
| Australische dollar | 58.220 | 65.739 | |||
| Overig | 515.707 | 494.336 | |||
| Totaal | 2.737.650 | 2.594.286 |
Aandelen en obligaties
Alle aandelen en obligaties zijn beursgenoteerd.
De modified duration is een maat voor de rentegevoeligheid. De modified duration van de obligaties en andere leningen bedraagt gemiddeld 5,2.
Aandelen, geografisch verdeeld
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Azië-Pacific | 32,8% | 33,4% | |||
| Europa | 25,6% | 25,9% | |||
| Noord-Amerika | 36,0% | 34,4% | |||
| Latijns-Amerika | 3,3% | 3,7% | |||
| Midden-Oosten | 2,4% | 2,7% | |||
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
Aandelen, verdeling naar sector
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Informatie Technologie | 20,3% | 15,9% | |||
| Financiële instellingen | 18,9% | 17,7% | |||
| Luxe consumentengoederen | 12,3% | 11,9% | |||
| Industrie | 11,7% | 11,2% | |||
| Gezondheidszorg | 9,1% | 10,3% | |||
| Consumptiegoederen | 6,7% | 8,6% | |||
| Communicatiediensten | 6,6% | 6,5% | |||
| Energie | 5,4% | 5,7% | |||
| Grondstoffen | 4,6% | 6,2% | |||
| Vastgoed | 2,6% | 3,0% | |||
| Nutsbedrijven | 1,8% | 3,0% | |||
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
Vastrentende waardepapieren, verdeling naar rating
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| AAA | 31,7% | 27,5% | |||
| AA | 14,6% | 13,2% | |||
| A | 6,8% | 6,5% | |||
| BBB | 16,6% | 17,6% | |||
| < BBB | 21,9% | 25,0% | |||
| Overige | 8,4% | 10,3% | |||
| Totaal | 100,0% | 100,0% |
Derivaten
De waardering van de derivaten (valutatermijn contracten) vindt plaats op basis van de ‘mark-to-model’ benadering. De gemiddelde resterende looptijd van deze contracten bedraagt 7 weken.
Hypothecaire leningen
De hypothecaire leningen betreffen directe investeringen in hypotheken, alle met NHG verstrekt. De actuele waarde van de hypothecaire leningen bedraagt € 146,1 miljoen. De actuele waarde van de onderpanden op de hypothecaire leningen bedraagt € 335,8 miljoen per eind 2023.
Overige leningen
Binnen de leningen is per 31 december 2023 een lening opgenomen ter hoogte van € 3,5 miljoen met een vast rentepercentage van 3 procent. Voor deze lening is een zekerheid verworven middels pandrecht op alle uitstaande aandelen van de betreffende tegenpartij en een borgstelling ter hoogte van € 0,5 miljoen.
In 2023 heeft Voor Elkaar Holding N.V. (VEH) een converteerde lening verstrekt aan Prikkl ter grootte van € 1 miljoen. De vergoeding over de lening bedraagt een vaste rente van 6 procent en loopt tot 2027. In 2027 heeft VEH de optie om de lening om te zetten in een aandelenbelang. Daarnaast zijn er in de overeenkomst nog 2 call opties op aandelen opgenomen. De waarde van het conversierecht en de call opties zijn niet berouwbaar te bepalen. Hierdoor zijn deze uit voorzichtigheid op € 0 gewaardeerd.
In 2023 heeft VEH een converteerde lening verstrekt aan Salarise ter grootte van € 0,9 miljoen. De vergoeding over de lening bedraagt een vaste rente van 6 procent en loopt tot 2028. In 2028 heeft VEH de optie om de lening om te zetten in een aandelenbelang. De waarde van het conversierecht is niet betrouwbaar te bepalen. Hierdoor is deze uit voorzichtigheid op € 0 gewaardeerd.
Vastgoedfondsen
De vastgoedfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de vastgoedfondsen betreft de reële waarde, waarbij de DCF-methode is gehanteerd. Deze waardering wordt van de fondsmanagers overgenomen en betreft de waarderingsmethode die ook gebruikt wordt bij het verhandelen van eigendomsstukken. De waardering voldoet aan algemene aanvaardbare waarderingsmethodes. Deze waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. Van de meeste fondsen ontvangen wij een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij de door het fonds gehouden investeringen.
Infrastructuurfondsen en land- en bosbouwfondsen
De infrastructuurfondsen en land- en bosbouwfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de fondsen betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij waardering van de fondsen is de DCF-methode gehanteerd. Bij de waardering van de fondsen worden de lokale boekhoudstandaarden gehanteerd. Vastgesteld is dat deze standaarden slechts marginaal van elkaar afwijken. De waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. We ontvangen van de meeste fondsen een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij de door het fonds gehouden investeringen.
Hypotheekfondsen
Het hypothekenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in niet-NHG hypotheken. De waardering van het hypothekenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de waardering van het hypothekenfonds is de DCF-methode gehanteerd. Het fonds past lokale boekhoudstandaarden toe die door DELA geëvalueerd worden op toepasbaarheid binnen de eigen waarderingsgrondslagen. De waardering wordt intern uitgevoerd en getoetst door de externe accountant van het fonds. We ontvangen een ISAE3402 Type II rapport daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de jaarrekening van het fonds wordt ontvangen voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.
Per balansdatum bedraagt de loan-to-value 70,1 procent (2022: 66,7 procent).
Beleggingen in liquide middelen
Beleggingen in liquide middelen hebben betrekking op vorderingen en schulden die direct verband houden met de beleggingsportefeuilles met een afgegeven mandaat aan de vermogensbeheerder. Het betreft met name geldposities in de verschillende FGR's (Fonds Gemene Rekening).
Overige financiële beleggingen
De onder de Overige financiële beleggingen opgenomen bedragen hebben betrekking op de kunstcollectie, belangen in niet-beursgenoteerde participatiemaatschappijen en een leningenfonds. De kunstcollectie is tegen kostprijs of lagere marktwaarde gewaardeerd. Ultimo 2023 bedraagt deze € 4,1 miljoen (2022: € 3,8 miljoen). De marktwaarde van participatiemaatschappijen is gebaseerd op de DCF-methode.
Het leningenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in bedrijfsleningen. De waardering van het leningenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de reële waardering van het leningenfonds zijn de standaarden gehanteerd die aansluiten bij IFRS en US GAAP. DELA heeft vastgesteld dat deze standaarden slechts marginaal afwijken van de DELA-grondslagen. De waardering wordt uitgevoerd door een externe waardeerder. We ontvangen van het fonds een ISAE3402 Type II rapport. Voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld ontvangt DELA in ieder geval een controleverklaring van de accountant waarmee er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.
Securities lending
DELA Groep leent aandelen en obligaties uit. Om het risico voor DELA Groep te beperken, dienen de leners hiervoor onderpand (collateral) te storten. Hierbij is cash-collateral niet toegestaan en aan de lenende partijen worden strenge eisen gesteld. Om het risico verder te beperken worden de volgende aanvullende restricties opgelegd:
- alleen tegenpartijen met een rating van minimaal A- volgens S&P;
- onderpand alleen staatsobligaties van OECD-landen met een rating van minimaal AA- volgens S&P;
- de marktwaarde van het onderpand dient minimaal 102 procent te bedragen van de marktwaarde van de uitgeleende effecten;
- aandelen op onze engagementlijst worden niet uitgeleend. Engagement is het proces waarbij actief gebruik gemaakt wordt van rechten als aandeelhouder.
De marktwaarde van de uitgeleende stukken per 31-12-2023 bedraagt € 408,4 miljoen (2022: € 518,6 miljoen). De waarde van het onderpand bedraagt € 421,8 miljoen (2022: € 536,2 miljoen).
5.3 Vorderingen
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Latente belastingvorderingen | 116.498 | 82.893 | |||
| Vennootschapsbelasting | 81.945 | 40.757 | |||
| Belastingen en premies sociale verzekeringen | 26.215 | 11.185 | |||
| Leningen u/g bestuur | 85 | 107 | |||
| Debiteuren | 20.326 | 17.541 | |||
| Vorderingen uit verzekeren | -279 | -251 | |||
| Overige vorderingen | 16.009 | 31.195 | |||
| Totaal | 260.799 | 183.427 |
De overige vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar, behalve de latente belastingvorderingen en de leningen u/g bestuur.
Op de latente belastingposities wordt saldering toegepast. In de tabel hieronder is een specificatie gegeven van de verschillende latente posities die gezamenlijk gepresenteerd zijn op de actiefzijde van de balans, waarbij als gevolg van saldering ook negatieve bedragen in zijn opgenomen.
Latente belastingvorderingen, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Inzake andere fiscale waardering van: | |||||
| - technische voorziening | 100.024 | 109.308 | |||
| - verliesverrekening voorgaande jaren | 86.218 | - | |||
| - eerste kosten | 37.199 | 38.222 | |||
| - effecten | -31.554 | 55.309 | |||
| - onroerende zaken | -78.822 | -117.581 | |||
| - overig | 3.433 | -2.365 | |||
| Totaal | 116.498 | 82.893 |
Als gevolg van een negatieve fiscaal resultaat is er in 2023 een verlieslatentie ontstaan. Door een stijging van de reële waarde van de beleggingen in boekjaar 2023 zijn de actieve latenties op effecten gewijzigd in passieve latenties.
Leningen u/g bestuur
De in artikel 2:383 lid 2 BW bedoelde hypothecaire lening aan een bestuurder bedraagt € 85.000 (2022: € 107.000). Van de lening aan de bestuurder is € 85.000 (2022: € 107.000) verstrekt tegen 3 procent. In 2024 is deze lening volledig afgelost.
5.4 Overige activa
Onroerende zaken in eigen gebruik, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari (voor foutherstel) | 96.116 | 99.580 | |||
| Effect foutherstel op waardering | 27.819 | 21.516 | |||
| Effect foutherstel op rubricering | -73.940 | -73.246 | |||
| Boekwaarde per 1 januari (na foutherstel) | 49.995 | 47.850 | |||
| Investeringen | 5.726 | 3.752 | |||
| Herwaarderingen | -970 | 2.825 | |||
| Herrubricering uitvaartcentra | -20.852 | -694 | |||
| Verwerving als gevolg van acquisitie | - | 45 | |||
| Desinvesteringen | -1.383 | -2.457 | |||
| Afschrijvingen | -519 | -1.326 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 31.998 | 49.995 | |||
| Aanschafwaarde | 117.768 | 134.276 | |||
| Afschrijvingen en herwaarderingen | -85.770 | -84.281 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 31.998 | 49.995 |
Over de desinvesteringen is een boekverlies van € 232.000 gerealiseerd (2022: boekverlies € 22.000).
Overige vaste bedrijfsmiddelen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 26.025 | 26.198 | |||
| Investeringen | 11.616 | 7.621 | |||
| Verwerving als gevolg van acquisities | - | 134 | |||
| Desinvesteringen | -1.087 | -1.080 | |||
| Afschrijvingen | -5.612 | -6.848 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 30.942 | 26.025 | |||
| Aanschafwaarde | 165.873 | 155.344 | |||
| Cumulatieve afschrijvingen | -134.931 | -129.319 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 30.942 | 26.025 |
Over de desinvesteringen is een boekwinst van € 17.000 gerealiseerd (2022: boekverlies € 330.000).
5.5 Groepsvermogen
Verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari (voor foutherstel) | 1.037.582 | 1.778.413 | |||
| Effect foutherstel | 19.979 | 15.148 | |||
| Boekwaarde per 1 januari (na foutherstel) | 1.057.561 | 1.793.561 | |||
| Resultaat na belastingen | -54.295 | -736.270 | |||
| Overige waardemutaties | 10 | 270 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 1.003.276 | 1.057.561 |
Het totaalresultaat over het boekjaar bedraagt - € 54.285.000
5.6 Aandeel derden
Verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 3.164 | 3.229 | |||
| Resultaat na belastingen | -29 | -177 | |||
| Overige mutaties | -2.244 | 112 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 891 | 3.164 |
De overige mutatie van het aandeel derden betreft de uitbreiding van het aandeel UNC van 70 naar 100 procent in 2023.
5.7 Solvabiliteit
DELA Groep bepaalt de solvabiliteit op basis van Solvency II. Dat zijn Europese rekenregels waarbij voor het bepalen van de solvabiliteit rekening wordt gehouden met de risico’s die in de balans van de verzekeraar zijn opgenomen. DELA Groep hanteert het zogeheten standaardmodel Solvency II voor haar berekeningen. Hierbij wordt uitgegaan van de door de Europese toezichthouder EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur (inclusief Ultimate Forward Rate) per ultimo 2023. Het minimaal noodzakelijk geachte solvabiliteitspercentage is intern vastgesteld op 150 procent.
Solvabiliteit (op basis van Solvency II-richtlijnen)
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Vereiste solvabiliteit | 1.236.505 | 1.216.049 | |||
| Aanwezige solvabiliteit | 2.574.915 | 2.751.276 | |||
| Solvabiliteitsratio | 208% | 226% |
De Solvency II-ratio is weliswaar gedaald maar nog steeds robuust te noemen. Voor het verloop van de solvabiliteitsratio in 2023 wordt verwezen naar het hoofdstuk Onze financiën in het jaarverslag.
Voor een nadere toelichting op de totstandkoming van de solvabiliteitsratio's wordt verwezen naar de SFCR-rapportage (solvabiliteit en financiële toestand) die gepubliceerd is op de website van DELA.
5.8 Voorzieningen
Verloop
| Bedragen x € 1.000 | Boekwaarde 31-12-2022 | Dotatie | Onttrekking | Overige waardemutaties | Boekwaarde 31-12-2023 |
|---|---|---|---|---|---|
| Voorziening latente belastingverplichtingen | 7.946 | 18.118 | - | - | 26.064 |
| Voorziening pensioenen | 60 | - | - | -60 | - |
| Voorziening ambtsjubilea | 1.323 | 142 | -77 | - | 1.388 |
| Overige voorzieningen | 302 | 208 | - | - | 510 |
| Totaal | 9.631 | 18.468 | -77 | -60 | 27.962 |
De voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.
Op de latente belastingposities wordt saldering toegepast. In de tabel hieronder is een specificatie gegeven van de verschillende latente posities die gezamenlijk gepresenteerd zijn op de pasiefzijde van de balans, waarbij als gevolg van saldering ook negatieve bedragen in zijn opgenomen.
Latente belastingen, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Inzake andere fiscale waardering van: | |||||
| - onroerende zaken | 447 | -348 | |||
| - verliesverrekening voorgaande jaren | -14.945 | -16.625 | |||
| - eerste kosten | 15.867 | 15.309 | |||
| - effecten | 24.096 | 7.581 | |||
| - overig | 599 | 2.029 | |||
| Totaal | 26.064 | 7.946 |
5.9 Technische voorzieningen
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Bruto technische voorzieningen | 8.134.587 | 7.663.848 | |||
| Herverzekeringsdeel | -14.228 | -25.281 | |||
| Overrentedeling | 17.206 | - | |||
| Toegerekende acquisitiekosten | -116.165 | -106.833 | |||
| Totaal | 8.021.400 | 7.531.734 |
Technische voorziening, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 7.531.734 | 7.172.311 | |||
| - Uit premies | 561.051 | 523.206 | |||
| - Interest | 189.851 | 178.840 | |||
| - Winstdeling | 249.224 | 43.654 | |||
| - Uitkeringen | -294.417 | -201.332 | |||
| - Deelpremie voor overlijden | -187.990 | -175.760 | |||
| - Onttrekking voor kosten | -18.442 | -17.914 | |||
| - Overige mutaties | -279 | -898 | |||
| - Toegerekende acquisitiekosten | -9.332 | -10.355 | |||
| - Acquisitie | - | 19.982 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 8.021.400 | 7.531.734 |
Nagenoeg de totale technische voorziening is als langlopend te beschouwen. De modified duration betreft 36,0.
Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen.
De voorzieningen voor het levenrisico zijn in beginsel gebaseerd op tariefgrondslagen en dat zijn doorgaans bevolkingssterfetafels, een vaste rekenrente en kostenparameters voor eerste en doorlopende kosten.
Financiële grootheden levensverzekeringen 2023
| Bedragen x € 1.000 | Jaarpremie | Verzekerd kapitaal | Opgebouwd saldo | Voorziening verzekerings-verplichtingen | Aantal verzekerden |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitvaartverzekering | 633.350 | 30.849.723 | 7.593.849 | 4.978.491 | |
| Spaarverzekering | 36.064 | 462.710 | 420.646 | 420.646 | 53.157 |
| Overlijdensrisicoverzekering | 62.553 | 47.292.139 | 120.092 | 509.585 | |
| Herverzekering | -14.228 | ||||
| Overrentedeling | 17.206 | ||||
| Toegerekende acquisitiekosten | -116.165 | ||||
| Totaal | 731.967 | 78.604.572 | 420.646 | 8.021.400 | 5.541.233 |
De toename van de jaarpremie en het verzekerd kapitaal komt mede doordat DELA Groep in 2022 een Duitse verzekeringsportefeuille heeft overgenomen.
Financiële grootheden levensverzekeringen 2022
| Bedragen x € 1.000 | Jaarpremie | Verzekerd kapitaal | Opgebouwd saldo | Voorziening verzekerings-verplichtingen | Aantal verzekerden |
|---|---|---|---|---|---|
| Uitvaartverzekering | 589.388 | 28.904.875 | - | 7.100.925 | 4.928.579 |
| Spaarverzekering | 43.465 | 506.381 | 460.401 | 460.401 | 55.136 |
| Overlijdensrisicoverzekering | 57.527 | 43.558.706 | - | 102.522 | 505.747 |
| Herverzekering | -25.281 | ||||
| Toegerekende acquisitiekosten | - | - | - | -106.833 | - |
| Totaal | 690.380 | 72.969.962 | 460.401 | 7.531.734 | 5.489.462 |
Toegerekende acquisitiekosten, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Boekwaarde per 1 januari | 106.833 | 96.478 | |||
| Toegerekend | 27.265 | 26.126 | |||
| Afgeschreven | -17.933 | -15.771 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 116.165 | 106.833 |
Toerekening van acquisitiekosten heeft betrekking op betaalde provisies in België en Duitsland. Voor de Nederlandse verzekeringsportefeuille vindt alleen nog afschrijving plaats op betaalde provisie van voor 1 januari 2013.
5.10 Toereikendheidstoets
De toereikendheidstoets betreft een toets van de technische voorziening waarbij wordt aangetoond dat deze toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. De toets houdt in dat de balansvoorziening verminderd met hiermee verband houdende toegerekende acquisitiekosten en immateriële activa wordt vergeleken met een voorziening die rekening houdt met actuele inschattingen van alle toekomstige kasstromen en met toekomstige ontwikkelingen. In deze kasstromen zijn de winstdeling en premiemaatregel begrepen. Bij deze actuele schatting zijn onzekerheidsmarges in acht genomen zoals voorgeschreven in Richtlijn 605 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.
Indien deze actuele schatting lager uitkomt dan de aanwezige technische voorziening, kan gesteld worden dat de aanwezige balansvoorziening toereikend is om de toekomstige verplichtingen jegens de polishouders te voldoen.
Jaarlijks wordt deze toereikendheidstoets op de totale portefeuille verzekeringsverplichtingen uitgevoerd. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de resultatenrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de toegerekende acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op toegerekende acquisitiekosten of toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen. In het verleden zijn er geen afboekingen geweest.
Veronderstellingen toereikendheidstoets
| Disconteringsvoet | Gebaseerd op door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Ultimate Forward Rate (UFR) per 31 december 2023. |
| Winstdeling | Er is sprake van volledige winstdeling indien de dekkingsgraad, ofwel de marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in procenten van de marktwaarde van de reeds toegekende verplichtingen, hoger is dan 210 procent. Indien de dekkingsgraad 120 procent of lager is, dan is er geen winstdeling. Tussen 120 procent en 210 procent is de winstdeling naar evenredigheid. |
| Premiemaatregel | Indien zowel de 20-jaars swaprente volgens de hierboven omschreven rentetermijnstructuur lager is dan 1 procent en als de dekkingsgraad lager is dan 120 procent, wordt er een extra premieverhoging gevraagd. De extra premieverhoging bereikt de maximale waarde bij een rente van - 1 procent. |
| Verwachte sterfte | Gebaseerd op de prognosetafel 2022 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland, de prognosetafel 2020 van het Instituut van de Actuarissen in België voor België en de sterftetafel 2008T van de Deutschen Aktuarvereinigung voor Duitsland. De sterftekansen uit deze bevolkingstafels zijn gecorrigeerd op basis van portefeuillestatistieken. |
| Onnatuurlijk verval | Ervaringskansen per homogene risicogroep op basis van de eigen portefeuille. |
| Kosten | De kosten per dekking zijn voor zowel Nederland als België bepaald op basis van de begroting 2024 en beleggingskosten die passen bij de verwachte beleggingsmix in 2024. |
| Garanties | Reële waarde. |
Het totaal van de technische voorzieningen laat bij de uitgevoerde toereikendheidstoets per ultimo 2023 op actuele waarde een overwaarde van € 2,3 miljard zien. Dit is nagenoeg gelijk aan vorig jaar. De uitkomsten van de toereikendheidstoets zijn op het niveau van DELA Natura (inclusief het Belgische en Duitse bijkantoor) uitgevoerd.
5.11 Langlopende schulden
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Depot herverzekeraars | 6.939 | 18.462 | |||
| Depositofonds | 142.738 | 139.941 | |||
| Geldleningen o/g extern lang | 8.570 | 8.948 | |||
| Overig | 1.207 | 1.208 | |||
| Langlopende schulden | 159.454 | 168.559 |
Onder de rubriek overig is een langlopende verplichting opgenomen vanuit een verlieslatend contract.
5.11.1 Depot herverzekeraars
De schulden aan herverzekeraars maken deel uit van een arrangement en hebben een langlopend karakter. De herverzekeraar is verplicht het herverzekerd belang in contanten bij de verzekeraars van DELA Groep te deponeren. Over het depot wordt een rente vergoed van 3 procent tot 4,5 procent per jaar (2022: 3 procent tot 4,5 procent).
Depot herverzekeraars, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 18.462 | 17.359 | |||
| Ontvangen stortingen | 1.114 | 1.103 | |||
| Afkoop herverzekeringscontract | -12.637 | ||||
| Boekwaarde per 31 december | 6.939 | 18.462 |
In 2023 is een herverzekeringscontract die betrekking had op een inactieve portefeuille afgekocht. Het bijbehorende depot is daardoor ook teruggestort.
5.11.2 Depositofonds
Dit betreft stortingen door cliënten ten behoeve van de toekomstige verzorging van de uitvaart. Deze deposito’s worden uitgekeerd bij overlijden. Hierdoor heeft deze post een overwegend langlopend karakter.
Schulden uit hoofde van het depositofonds, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 139.941 | 141.547 | |||
| Bijgeschreven rente | 6.098 | 3.756 | |||
| Ontvangen stortingen | 5.178 | 5.346 | |||
| Afkopen | -777 | -744 | |||
| Verwerving als gevolg van acquisities | 138 | - | |||
| Uitkeringen | -7.840 | -9.964 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 142.738 | 139.941 |
De rentevergoeding over het depositofonds wordt jaarlijks gebaseerd op de ECB-depositorente per 31 december van het betreffende jaar plus 0,75 procent, met een minimumvergoeding van 2,5 procent tot 6,0 procent per jaar afhankelijk van ingangsdatum en het ingelegde bedrag.
De rentevergoeding voor de van voormalig-Yarden overgenomen deposito's bedroeg in 2023 0,44 procent (2022: 0,01 procent).
5.11.3 Geldleningen
Het betreft leningen die door dochterondernemingen aangegaan zijn. De van toepassing zijnde rentepercentages variëren van 1 procent tot 4 procent.
Geldleningen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 8.948 | 12.332 | |||
| Verwerving als gevolg van acquisities | -37 | 74 | |||
| Aflossingen | -341 | -3.458 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 8.570 | 8.948 |
Van de geldleningen heeft € 0,2 miljoen een looptijd korter dan een jaar, € 1,6 miljoen een looptijd tussen 1 en 5 jaar en € 6,7 miljoen een looptijd langer dan 5 jaar.
5.12 Kortlopende schulden
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Vooruitontvangen premies | 74.414 | 68.371 | |||
| Crediteuren | 8.759 | 9.229 | |||
| Vennootschapsbelasting | 17.765 | 26.371 | |||
| Overige belastingen en sociale lasten | 15.430 | 4.435 | |||
| Nog te betalen uitkeringen | 70.648 | 67.796 | |||
| Kortlopend deel langlopende schulden | 90 | 98 | |||
| Overige schulden en overlopende passiva | 52.769 | 58.335 | |||
| Boekwaarde per 31 december | 239.875 | 234.635 |
Grafonderhoud (inbegrepen in de post Overige schulden en overlopende passiva)
De overlopende post (groot € 6,6 miljoen) wordt bepaald op basis van de vooruitontvangen opbrengsten uit hoofde van afgesloten onderhoudsovereenkomsten inzake het onderhoud van grafmonumenten en het verwachte toekomstige verlies van de op balansdatum afgesloten onderhoudscontracten. Oude contracten worden gedurende een looptijd van 15 jaar lineair afgeschreven. Nieuwe contracten worden afgeschreven in overeenstemming met de looptijd van het contract.
5.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
5.13.1 Aansprakelijkheidsstelling
Door DELA coöperatie is ten behoeve van de meeste in de consolidatie betrokken dochterondernemingen een aansprakelijkheidsstelling afgegeven zoals bedoeld in artikel 2:403 BW. De betreffende dochterondernemingen zijn opgenomen in paragraaf 1.2.
5.13.2 Garantiestelling terrorisme
Uit hoofde van de deelname aan de collectieve verzekering van de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. bestaat een voorwaardelijke verplichting van terreurschaden voor een bedrag van maximaal € 2,1 miljoen. Er heeft zich in het boekjaar geen terreurschade binnen deze overeenkomst voorgedaan.
5.13.3 Bankgaranties
Binnen DELA Groep zijn in totaal voor € 0,1 miljoen aan bankgaranties afgegeven. Hoofdzakelijk zijn deze afgegeven bij huurcontracten met externe partijen.
5.13.4 Meerjarige financiële verplichtingen
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | Korter dan één jaar | Tussen één en vijf jaar | Langer dan vijf jaar | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Huurverplichtingen | 1.781 | 5.591 | 3.397 | ||
| Leaseverplichtingen | 3.316 | 7.100 | - |
5.13.5 Kredietfaciliteiten
DELA Groep heeft een kredietfaciliteit bij Northern Trust met een maximum van € 100 miljoen of 10 procent van de waarde van de effecten die in bewaring zijn gegeven. Het onderpand bestaat dan ook uit de effecten die bij Northern Trust in bewaring liggen. Het verschuldigde rentepercentage betreft het ESTER-rentetarief plus een opslag van 1,25 procent.
DELA Groep heeft een kredietfaciliteit bij Rabobank met een maximum van € 4 miljoen. Het verschuldigde rentepercentage betreft het EONIA-rentetarief plus een opslag van 1,6 procent.
5.13.6 Investeringsverplichting
DELA Groep is in 2023 geen nieuwe overeenkomsten aangegaan voor investeringen in infrastructuurfondsen. Ultimo 2023 zijn de resterende investeringsverplichtingen met diverse tegenpartijen € 11,1 miljoen en $ 43,3 miljoen (per balansdatum omgerekend € 39,2 miljoen).
DELA Groep is in 2023 geen nieuwe overeenkomsten aangegaan voor investeringen in vastgoedfondsen. Ultimo 2023 zijn de resterende investeringsverplichtingen € 76,0 miljoen.
DELA Groep is in 2023 met een tegenpartij overeengekomen om € 100 miljoen te investeren in land- en bosbouwfondsen. Ultimo 2023 zijn de resterende investeringsverplichtingen € 108,1 miljoen en $ 57,7 miljoen (per balansdatum omgerekend € 52,3 miljoen).
DELA Groep is in 2023 met een tegenpartij overeengekomen om € 200 miljoen te investeren in een leningenfonds. Ultimo 2023 is de resterende investeringsverplichting € 186,6 miljoen.
Ultimo 2023 is er geen resterende investeringsverplichting in ASR Hypotheekfonds.
5.13.7 Toekomstige contractuele huurinkomsten
DELA Groep heeft uit hoofde van lopende huurovereenkomsten recht op toekomstige huuropbrengsten.
Toekomstige contractuele huurinkomsten
| Bedragen x € 1.000 | Korter dan één jaar | Tussen één en vijf jaar | Langer dan vijf jaar | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Huurinkomsten | 7.130 | 19.675 | 22.556 |
5.13.8 Fiscale eenheid
Binnen DELA Groep zijn fiscale eenheden samengesteld voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB) in zowel Nederland als België. Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde belastingen. In de tabel hieronder wordt de samenstelling van deze fiscale eenheden weergegeven.
Samenstelling fiscale eenheden
| VPB Nederland | OB Nederland | VPB België | OB België | |
|---|---|---|---|---|
| DELA Coöperatie U.A. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA Holding N.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA Vastgoed B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA Hypotheken B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA Crematoria Groep B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DomusDELA Vastgoed B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DomusDELA Klooster B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DomusDELA Exploitatie B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA Uitvaartverzorging N.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA Depositofonds B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA US Investments B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| Begraafbeheer B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| DELA Depositary & Asset Management B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| Voor Elkaar Holding B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| Fello B.V. | Ja | Ja | Nee | Nee |
| Crematorium La Grande Suisse B.V. | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Exploitatie crematorium La Grande Suisse B.V. | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Begraafplaatsen & Crematorium Almere B.V | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Exploitatie Maatschappij Yarden - Eefting B.V. | Nee | Nee | Nee | Nee |
| Uitvaartcentrum Zwolle B.V. | Nee | Nee | Nee | Nee |
| DELA Holding Belgium N.V. | Nee | Nee | Ja | Ja |
| Crematorium Brugge N.V. | Nee | Nee | Ja | Ja |
| Crematorium Vilvoorde N.V. | Nee | Nee | Ja | Ja |
| Hainaut Crémation SA | Nee | Nee | Nee | Ja |
| DELA Funerals Assistance 1 BVBA | Nee | Nee | Nee | Ja |
| DELA Natura-en levensverzekeringen N.V. filiaal België | Nee | Nee | Ja | Ja |
| DELA Vastgoed België N.V. | Nee | Nee | Nee | Ja |
| DELA Enterprise N.V. | Nee | Nee | Ja | Ja |
| DELA Investment Belgium N.V. | Nee | Nee | Ja | Nee |
5.14 Gebeurtenissen na balansdatum
Na balansdatum hebben zich geen gebeurtenissen voorgedaan die vermeld dienen te worden die onontbeerlijk zijn voor het inzicht van de jaarrekening respectievelijk belangrijke financiële gevolgen hebben.
6. Toelichting op de resultatenrekening
6.1 Opbrengsten
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Premieopbrengsten | |||||
| Premieopbrengsten Nederland | 480.749 | 487.609 | |||
| Premieopbrengsten België | 161.889 | 146.089 | |||
| Premieopbrengsten Duitsland | 70.063 | 35.313 | |||
| 712.701 | 669.011 | ||||
| Omzet uitvaartbedrijf | |||||
| Omzet uitvaartbedrijf Nederland | 312.060 | 303.408 | |||
| Omzet uitvaartbedrijf België | 71.624 | 66.541 | |||
| 383.684 | 369.949 | ||||
| Interne omzet | -195.841 | -178.173 | |||
| 187.843 | 191.776 | ||||
| Bruto beleggingsresultaat | 373.710 | -805.658 | |||
| Overige omzet | 757 | 39 | |||
| Totaal | 1.275.011 | 55.168 |
Van de totale premieopbrengsten in 2023 bestaat € 7,5 miljoen uit koopsommen (2022: € 11,6 miljoen).
6.2 Beleggingsresultaten
Gerealiseerde en ongerealiseerde netto beleggingsresultaten, specificatie 2023
| Bedragen x € 1.000 | Gerealiseerde winst | Gerealiseerd verlies | Ongerealiseerd resultaat | Beheerskosten | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Onroerende zaken (a) | 17.489 | - | -19.417 | 20.622 | -22.550 |
| Deelnemingen (b) | - | 193 | - | - | -193 |
| Overige financiële beleggingen (c): | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 203.474 | 159.611 | 204.817 | 6.440 | 242.240 |
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 110.419 | 169.078 | 230.277 | 2.330 | 169.288 |
| - Derivaten | 134.173 | 58.634 | -49.817 | 442 | 25.280 |
| - Hypothecaire leningen | 5.046 | - | - | 533 | 4.513 |
| - Overige leningen | 21.942 | 4.672 | 13.321 | 1.367 | 29.224 |
| - Vastgoedfondsen | 54.659 | 591 | -235.040 | 38 | -181.010 |
| - Infrastructuurfondsen | 34.682 | - | 18.250 | - | 52.932 |
| - Land- en bosbouwfondsen | 1.903 | - | 6.194 | - | 8.097 |
| - Hypothekenfondsen | 8.067 | 29 | 7.474 | - | 15.512 |
| - Andere financiële beleggingen | 1.494 | 3.424 | 535 | 5.290 | -6.685 |
| 575.859 | 396.039 | 196.011 | 16.440 | 359.391 | |
| Netto beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) | 593.348 | 396.232 | 176.594 | 37.062 | 336.648 |
Gerealiseerde en ongerealiseerde netto beleggingsresultaten, specificatie 2022
| Bedragen x € 1.000 | Gerealiseerde winst | Gerealiseerd verlies | Ongerealiseerd resultaat | Beheerskosten | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Onroerende zaken (a) | 24.639 | - | -13.273 | 18.997 | -7.631 |
| Deelnemingen (b) | 471 | -44 | - | - | 515 |
| Overige financiële beleggingen (c): | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 453.644 | 203.652 | -619.164 | 5.912 | -375.084 |
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 171.340 | 224.229 | -364.846 | 4.003 | -421.738 |
| - Derivaten | 73.925 | 304.021 | 105.416 | 436 | -125.116 |
| - Hypothecaire leningen | 6.718 | - | - | 946 | 5.772 |
| - Overige leningen | 17.894 | 7.784 | -24.712 | 1.149 | -15.751 |
| - Vastgoedfondsen | 50.112 | 439 | 29.192 | 337 | 78.528 |
| - Infrastructuurfondsen | 28.528 | - | 50.048 | 242 | 78.334 |
| - Land- en bosbouwfondsen | - | - | -660 | - | -660 |
| - Hypothekenfondsen | 4.093 | -304 | -58.310 | - | -53.913 |
| - Andere financiële beleggingen | 64 | 308 | -692 | 3.787 | -4.724 |
| 806.318 | 740.129 | -883.728 | 16.812 | -834.351 | |
| Netto beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) | 831.428 | 740.085 | -897.001 | 35.809 | -841.467 |
Ongerealiseerde resultaten geven de wijzigingen van de marktwaarde in het boekjaar weer van de beleggingen (inclusief valuta-effecten) die op balansdatum in bezit zijn. Alle overige beleggingsopbrengsten worden toegerekend aan de gerealiseerde beleggingsopbrengsten.
Directe en indirecte netto beleggingsresultaten, specificatie 2023
| Bedragen x € 1.000 | Direct | Indirect | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Onroerende zaken (a) | -6.188 | -16.362 | -22.550 | ||
| Deelnemingen (b) | -193 | - | -193 | ||
| Overige financiële beleggingen (c): | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 42.528 | 199.712 | 242.240 | ||
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 71.373 | 97.915 | 169.288 | ||
| - Derivaten | -442 | 25.722 | 25.280 | ||
| - Hypothecaire leningen | 4.513 | - | 4.513 | ||
| - Overige leningen | 18.446 | 10.778 | 29.224 | ||
| - Vastgoedfondsen | 54.355 | -235.365 | -181.010 | ||
| - Infrastructuurfondsen | 33.122 | 19.810 | 52.932 | ||
| - Land- en bosbouwfondsen | 1.903 | 6.194 | 8.097 | ||
| - Hypothekenfondsen | 8.067 | 7.445 | 15.512 | ||
| - Andere financiële beleggingen | -3.796 | -2.889 | -6.685 | ||
| 230.069 | 129.322 | 359.391 | |||
| Netto beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) | 223.688 | 112.960 | 336.648 |
Directe en indirecte netto beleggingsresultaten, specificatie 2022
| Bedragen x € 1.000 | Direct | Indirect | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Onroerende zaken (a) | -2.130 | -5.501 | -7.631 | ||
| Deelnemingen (b) | 515 | - | 515 | ||
| Overige financiële beleggingen (c): | |||||
| - Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren | 61.113 | -436.197 | -375.084 | ||
| - Obligaties en andere vastrentende waardepapieren | 81.707 | -503.445 | -421.738 | ||
| - Derivaten | -436 | -124.680 | -125.116 | ||
| - Hypothecaire leningen | 5.772 | - | 5.772 | ||
| - Overige leningen | 14.198 | -29.949 | -15.751 | ||
| - Vastgoedfondsen | 49.720 | 28.808 | 78.528 | ||
| - Infrastructuurfondsen | 28.528 | 49.806 | 78.334 | ||
| - Land- en bosbouwfondsen | - | -660 | -660 | ||
| - Hypothekenfondsen | 4.402 | -58.314 | -53.912 | ||
| - Andere financiële beleggingen | -1.843 | -2.881 | -4.724 | ||
| 243.161 | -1.077.512 | -834.351 | |||
| Netto beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) | 241.546 | -1.083.013 | -841.467 |
Onder directe beleggingsresultaten worden alle ontvangen rente, huur- en dividendopbrengsten verstaan minus alle beleggingskosten. Alle resultaten, zowel gerealiseerd als niet-gerealiseerd die ontstaan als gevolg van marktwaardemutaties, worden toegerekend aan de indirecte beleggingsopbrengsten.
6.3 Verzekeringstechnische lasten
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Uitkering bij overlijden | 61.051 | 64.813 | |||
| Uitvaartkosten | 154.402 | 133.807 | |||
| Expiratie | 30.508 | 4.028 | |||
| Uitkering pensioenverzekeringen | 11 | 11 | |||
| Kapitaaluitkeringen | 77.743 | 70.877 | |||
| Uitkeringen royementen | 433 | 312 | |||
| Afkopen | 83.361 | 36.012 | |||
| Dotatie technische voorziening | 249.775 | 306.142 | |||
| Intercompany uitkeringen verzekeraar aan uitvaartbedrijf | -195.841 | -178.173 | |||
| Totaal | 461.443 | 437.829 |
6.4 Acquisitiekosten
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Directe acquisitiekosten | 29.941 | 28.101 | |||
| Toegerekende acquisitiekosten | -27.265 | -26.126 | |||
| Afschrijving acquisitiekosten | 17.933 | 15.771 | |||
| Totaal | 20.609 | 17.746 |
De acquisitiekosten betreffen aan derden betaalde provisies.
6.5 Personeelskosten
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Salarissen | 139.883 | 133.630 | |||
| Sociale lasten | 27.217 | 25.672 | |||
| Pensioenlasten | 24.854 | 17.904 | |||
| Uitbesteed werk | 51.647 | 41.432 | |||
| Overige personeelskosten | 16.718 | 17.496 | |||
| Totaal | 260.319 | 236.134 |
Door de uitzonderlijk hoge inflatie van de afgelopen periode is besloten de pensioenafspraken te indexeren. Dit heeft in 2023 voor extra pensioenlasten gezorgd.
6.6 Afschrijvingen op en overige waardeveranderingen van immateriële en materiële vaste activa
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Afschrijvingen immateriële vaste activa | 14.807 | 29.725 | |||
| Afschrijvingen materiële vaste activa | 6.131 | 8.174 | |||
| Totaal | 20.938 | 37.899 |
6.7 Overige bedrijfskosten
Specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Gebouw en inventaris | 34.641 | 22.548 | |||
| Autokosten | 10.061 | 8.705 | |||
| ICT-kosten | 38.485 | 31.467 | |||
| Reclamekosten | 25.356 | 24.331 | |||
| Diensten door derden | 29.143 | 28.473 | |||
| Kantoorkosten | 11.028 | 10.587 | |||
| Incidentele baten | -7.721 | -16.168 | |||
| Incidentele lasten | 643 | 1.885 | |||
| Gift Stichting DELA Fonds | 501 | 602 | |||
| Overige kosten | 897 | 299 | |||
| Af: Activeren softwaresystemen | -17.113 | -11.545 | |||
| Totaal | 125.921 | 101.184 |
De stijging van gebouw- en inventariskosten in 2023 komt vooral door hogere energie- en gasprijzen.
De incidentele baten in 2023 betreffen voornamelijk de definitieve berekening van het zgn. pro rata BTW-percentage.
De incidentele baten in 2022 betreffen voornamelijk de vrijval van negatieve goodwill ten aanzien van de overname van de Monuta-portefeuille in Duitsland.
6.8 Beloning bestuurders en commissarissen
De bezoldiging van de bestuurders kent een vaste en een variabele component. De bestuurders ontvangen geen representatievergoeding noch aandelen of opties, echter de variabele beloning (maximaal 20 procent) wordt voor 60 procent onvoorwaardelijk uitgekeerd en voor 40 procent voorwaardelijk. Beide delen worden volledig in geld uitgekeerd. De retentieperiode voor het voorwaardelijke deel bedraagt drie jaar. De bezoldiging van bestuurders in het boekjaar bedroeg aan vaste beloning € 1.177.000 (2022: € 1.142.000), aan uitgekeerde variabele beloning € 144.000 (2022: € 180.000) en aan bijdrage pensioenen € 262.000 (2022: € 241.000).
De bezoldiging van de commissarissen (van DELA coöperatie, DELA Holding N.V. en DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. tezamen) in het boekjaar bedroeg € 229.000 (2022: € 268.000).
6.9 Accountantshonoraria
Het honorarium voor het onderzoek van de jaarrekening betreft de totale honoraria over het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, ongeacht of de werkzaamheden door de externe accountant reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. In het boekjaar en voorgaand boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:
Accountantshonoraria 2023
| Bedragen x € 1.000 | Deloitte NL | Deloitte buitenland | Totaal Deloitte | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Controle van de jaarrekening | 902 | 282 | 1.184 | ||
| Andere controlewerkzaamheden | 208 | - | 208 | ||
| Totaal | 1.110 | 282 | 1.392 |
Accountantshonoraria 2022
| Bedragen x € 1.000 | Deloitte NL | Deloitte buitenland | Totaal Deloitte | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Controle van de jaarrekening | 853 | 264 | 1.117 | ||
| Andere controlewerkzaamheden | 232 | - | 232 | ||
| Totaal | 1.085 | 264 | 1.349 |
Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij DELA Groep zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke externe accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. De andere controlewerkzaamheden betreffen hoofdzakelijk de controle van de kwantitatieve jaarstaten richting de toezichthouder. De bedragen zijn exclusief omzetbelasting.
6.10 Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening
De belasting over het negatieve resultaat voor belastingen ten bedrage van € 55,7 miljoen kan als volgt worden toegelicht:
Belastingen over het resultaat, specificatie
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Verschuldigde vennootschapsbelasting verslagjaar | 2.498 | 26.126 | |||
| Voorgaande jaren | -3.379 | -10.990 | |||
| Acute vennootschapsbelasting | -881 | 15.136 | |||
| Latente vennootschapbelasting | -462 | -287.465 | |||
| Totaal | -1.343 | -272.329 |
Het nominale belastingtarief in 2023 bedraagt in Nederland 25,8 procent (2022: 25,8 procent), in België 25 procent (2022: 25 procent) en voor Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30 procent (2022: 30 procent). Aangezien in Duitsland slechts beperkt belastbaar resultaat wordt bepaald, zorgt dit voor slechts een geringe afwijking tussen het toepasselijke tarief en de effectieve belastingdruk.
Belastingen over het resultaat, toelichting
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | -55.667 | -1.008.776 | |||
| Nominaal belastingpercentage | 25,8% | 25,8% | |||
| Nominaal belastingbedrag | -14.362 | -260.264 | |||
| Effect deelnemingsvrijstelling | 22.715 | -43.090 | |||
| Vennootschapsbelasting voorgaande jaren | -3.379 | -10.990 | |||
| Fiscale verschillen | -6.317 | 42.015 | |||
| Totaal | -1.343 | -272.329 |
De effectieve belastingdruk wijkt af van het nominale tarief. Door belangen van meer dan 5 procent in beleggingsfondsen ontstaan hierop deelnemingsvrijstellingen. Belastingen voorgaande jaren betreft hoofdzakelijk een aanpassing op het toepassen van de deelnemingsvrijstelling op een beleggingsfonds. De fiscale verschillen zijn vooral veroorzaakt doordat in België gerealiseerde en ongerealiseerde verliezen op aandelen niet fiscaal aftrekbaar zijn. Het effectieve belastingtarief over 2023 bedraagt 2,7 procent (2022: 27,0 procent).
Het wetsvoorstel ‘Wet minimumbelasting 2024’ (Pijler-2 wetgeving) is eind 2023 in Nederland aangenomen. Deze wet voorziet in een winstbelastingstelsel voor grote ondernemingen met een minimum effectief belastingtarief van 15 procent per jurisdictie. De wet treedt in werking met ingang van 31 december 2023 en vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot het verslagjaar 2024 van DELA Groep. Voor verslagjaar 2023 geldt dat gebruik is gemaakt van de verplichte uitzondering inzake de verwerking van latente belastingvorderingen en -verplichtingen die verband houden met Pijler 2-winstbelastingen. Daarnaast zijn op basis van toekomstprojecties van de resultaten voor de komende jaren van DELA Groep de verwachte effecten bepaald van Pijler-2 wetgeving. Op basis van deze projecties is de verwachting dat DELA Groep geen extra winstbelasting dient af te dragen omdat in elke jurisdictie voldaan wordt aan het minimumtarief van Pijler-2 wetgeving.
7. Gemiddelde aantal medewerkers
Gedurende 2023 had DELA Groep gemiddeld 2.953 (2022: 2.919) medewerkers in dienst, waarvan 455 (2022: 447) medewerkers in België en 46 in Duitsland (2022: 36). Hiervan zijn 9 medewerkers (2022: 9) werkzaam voor vermogensbeheer waarvan de personeelskosten € 1,2 miljoen (2022: € 1,0 miljoen) vallen onder de beleggingskosten.
8. Claims
Bij of door DELA Groep is geen materiële claim aanhangig gemaakt.
Eindhoven, 26 april 2024
DELA Coöperatie U.A.
Het bestuur
drs. S. (Sandra) Schellekens- Lyppens, CEO / voorzitter
Ir. J.A.M. (Jack) van der Putten, CCO / vicevoorzitter
J.L.R. (Jon) van Dijk RA, CFRO
De raad van commissarissen
J.W.T. (John) van der Steen, voorzitter
prof. dr. J.J.A. (Hans) Leenaars RA, vicevoorzitter
G.C.A.M. (Frits) van Bree RA, secretaris
drs. W.A.P.J. (Willemien) Caderius van Veen RA
drs. G.M. (Georgette) Fijneman
mr. drs. G.H.C. (Georges) de Méris FCA
Enkelvoudige jaarrekening
Enkelvoudige balans per 31 december 2023
Na resultaatbestemming
| Bedragen x € 1.000 | Ref. | 31-12-2023 | 31-12-2022 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| ACTIVA | |||||
| Vaste activa | |||||
| Deelnemingen | 10 | 1.006.459 | 1.046.025 | ||
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | 11 | 3.500 | 3.500 | ||
| Overige beleggingen | 3.310 | 3.027 | |||
| 1.013.269 | 1.052.552 | ||||
| Vlottende activa | |||||
| Vorderingen op groepsmaatschappijen | 11 | 9.967 | 18.254 | ||
| Overige vorderingen | 70.632 | 16.519 | |||
| 80.599 | 34.773 | ||||
| Liquide middelen | 12 | 297 | 330 | ||
| TOTAAL ACTIVA | 1.094.165 | 1.087.655 | |||
| PASSIVA | |||||
| Eigen vermogen | 16 | ||||
| Herwaarderingsreserve | 13 | 401.855 | 437.905 | ||
| Wettelijke reserves | 14 | 35.437 | 33.200 | ||
| Overige reserves | 15 | 565.984 | 586.456 | ||
| 1.003.276 | 1.057.561 | ||||
| Kortlopende schulden | |||||
| Schulden aan groepsmaatschappijen | 88.746 | 29.601 | |||
| Overige schulden | 2.143 | 493 | |||
| 90.889 | 30.094 | ||||
| TOTAAL PASSIVA | 1.094.165 | 1.087.655 |
Enkelvoudige resultatenrekening over 2023
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Resultaat deelnemingen na belastingen | -39.576 | -720.190 | |||
| Vennootschappelijk resultaat na belastingen | -14.719 | -16.080 | |||
| Resultaat na belasting | -54.295 | -736.270 |
Toelichting op de enkelvoudige balans en resultatenrekening
9. Algemeen
9.1 Grondslagen
De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving.
De grondslagen van waardering en resultaatbepaling voor de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk. Aangezien de resultatenrekening over 2023 van DELA Coöperatie is verwerkt in de geconsolideerde jaarrekening, is volstaan met weergave van de beknopte enkelvoudige resultatenrekening in overeenstemming met artikel 2:402 van het B.W. Deelnemingen in groepsmaatschappijen worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaarde in overeenstemming met paragraaf 2.5.2 van de geconsolideerde jaarrekening.
Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de toelichting in hoofdstukken 2 en 3 op de geconsolideerde balans en resultatenrekening.
9.2 Foutherstel
Uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn in eerdere boekjaren ten onrechte tegen historische kosten (minus cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen cf. RJ212) gewaardeerd. Deze niet-materiele fout is voor het inzicht op retrospectieve wijze verwerkt in de jaarrekening 2023. De uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn als beleggingsvastgoed aangemerkt. Daarom hadden deze objecten volgens de waarderingsgrondslag van beleggingsvastgoed gewaardeerd (tegen reële waarde met waardeverandering in het resultaat cf. RJ605 en RJ213) moeten worden. De vergelijkende cijfers over boekjaar 2022 zijn hierop aangepast. Hieronder is de impact weergegeven op de presentatie van de waarde op de balans en de wijziging van het resultaat voor boekjaar 2022.
Wijziging presentatie vergelijkende cijfers
| Bedragen x € 1.000 | Jaarrekening 2022 | Effect foutherstel |
Jaarrekening 2023 | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Correcties in de balans | |||||
| Deelnemingen | 1.026.045 | 19.979 | 1.046.024 | ||
| Eigen vermogen | 1.037.582 | 19.979 | 1.057.561 | ||
| Correcties in de resultatenrekening | |||||
| Resultaat deelnemingen na belasting | -725.021 | 4.831 | -720.190 |
10. Deelnemingen
De deelnemingen betreffen een 100 procent-belang in DELA Holding N.V. en een 100 procent-belang in Voor Elkaar Holding N.V.
Deelnemingen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari (voor foutherstel) | 1.026.046 | 1.750.752 | |||
| Effect foutherstel | 19.979 | 15.322 | |||
| Stand per 1 januari (na foutherstel) | 1.046.024 | 1.766.074 | |||
| Resultaat deelneming | -39.576 | -720.365 | |||
| Investeringen | - | 45 | |||
| Overige waardemutaties | 11 | 270 | |||
| Stand per 31 december | 1.006.459 | 1.046.024 | |||
| Aanschafwaarde | 607.409 | 607.409 | |||
| Cumulative mutaties | 399.050 | 438.615 | |||
| Stand per 31 december | 1.006.459 | 1.046.024 |
11. Vorderingen
Vorderingen op groepsmaatschappijen, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 31-12-2023 | 31-12-2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Vaste activa | |||||
| DELA Holding N.V. | 3.500 | 3.500 | |||
| Vlottende activa | |||||
| DELA Holding N.V. | 9.967 | 18.254 | |||
| Totaal | 13.467 | 21.754 |
Over het gemiddeld saldo van deze rekening courantverhoudingen wordt 3,5 procent (kort) en 7,0 procent (lang) rente berekend.
12. Liquide middelen
De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de rechtspersoon. De liquide middelen bestaan volledig uit banktegoeden.
13. Herwaarderingsreserve
Verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 437.905 | 387.037 | |||
| Van overige reserves inzake waardemutatie beleggingen zonder frequente marktnotering | 45.944 | 98.970 | |||
| Naar overige reserves inzake verkoop beleggingen zonder frequente marktnotering | -81.994 | -48.102 | |||
| Stand per 31 december | 401.855 | 437.905 |
Herwaarderingsreserves inzake waardemutaties beleggingen zonder frequente marktnotering zijn wettelijke reserves.
14. Overige wettelijke reserves
Ter hoogte van de geactiveerde kosten van intern ontwikkelde softwaresystemen is een wettelijke reserve gevormd.
Overige wettelijke reserves, verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari | 33.200 | 28.198 | |||
| Naar overige reserves inzake vrijval wettelijke reserve bij deelnemingen | -2.089 | -2.562 | |||
| Van overige reserves inzake vorming wettelijke reserve bij deelnemingen | 4.326 | 7.564 | |||
| Stand per 31 december | 35.437 | 33.200 |
15. Overige reserves
Verloop
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari (voor foutherstel) | 566.477 | 1.363.178 | |||
| Effect foutherstel | 19.979 | 15.322 | |||
| Stand per 1 januari (na foutherstel) | 586.455 | 1.378.500 | |||
| Uit bestemming resultaat boekjaar | -54.295 | -736.445 | |||
| Naar herwaarderingsreserve inzake waardemutatie beleggingen zonder frequente marktnotering | -45.944 | -98.970 | |||
| Van herwaarderingsreserve inzake verkoop beleggingen zonder frequente marktnotering | 81.994 | 48.102 | |||
| Vorming wettelijke reserve | -2.237 | -5.002 | |||
| Overige waardemutaties | 11 | 270 | |||
| Stand per 31 december | 565.984 | 586.455 |
16. Mutatieoverzicht eigen vermogen
Voorstel tot resultaatbestemming 2023
Voorgesteld wordt het negatieve resultaat na belastingen van € 54,3 miljoen te onttrekken aan de overige reserves. Vooruitlopend op de vaststelling door de algemene vergadering is deze resultaatbestemming reeds in de jaarrekening verwerkt.
Resultaatbestemming 2022
De jaarrekening 2022 is vastgesteld in de algemene vergadering van 13 mei 2023. De algemene vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.
Mutatieoverzicht eigen vermogen
| Bedragen x € 1.000 | 2023 | 2022 | |||
|---|---|---|---|---|---|
| Stand per 1 januari (voor foutherstel) | 1.037.582 | 1.778.413 | |||
| Effect foutherstel | 19.979 | 15.322 | |||
| Stand per 1 januari (na foutherstel) | 1.057.560 | 1.793.735 | |||
| Uit bestemming resultaat boekjaar | -54.295 | -736.445 | |||
| Overige waardemutaties | 11 | 270 | |||
| Stand per 31 december | 1.003.276 | 1.057.560 |
17. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
DELA Coöperatie maakt deel uit van een Nederlandse fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB). Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde belastingen.
18. Gemiddeld aantal werknemers
Gedurende 2023 had DELA Coöperatie 1 (2022: 1) werknemer in dienst, waarvan geen (2022: geen) werknemers in het buitenland.
Eindhoven, 24 april 2024
DELA Coöperatie U.A.
Het bestuur
drs. S. (Sandra) Schellekens- Lyppens, CEO / voorzitter
Ir. J.A.M. (Jack) van der Putten, CCO / vicevoorzitter
J.L.R. (Jon) van Dijk RA, CFRO
De raad van commissarissen
J.W.T. (John) van der Steen, voorzitter
prof. dr. J.J.A. (Hans) Leenaars RA, vicevoorzitter
G.C.A.M. (Frits) van Bree RA, secretaris
drs. W.A.P.J. (Willemien) Caderius van Veen RA
drs. G.M. (Georgette) Fijneman
mr. drs. G.H.C. (Georges) de Méris FCA