Spring naar inhoud

Jaarrekening

Geconsolideerde jaarrekening

Geconsolideerde balans per 31 december 2023

Bedragen x € 1.000 Ref.   31-12-2023   31-12-2022
           
ACTIVA          
           
Immateriële vaste activa 5.1   151.215    134.910 
           
Beleggingen 5.2        
Onroerende zaken   530.956    595.829   
Deelnemingen   3.542    4.464   
Overige financiële beleggingen:          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren   1.949.308    1.792.117   
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren   2.438.535    2.226.270   
- Derivaten   14.749    64.574   
- Hypothecaire leningen   150.175    163.879   
- Overige leningen   187.397    243.278   
- Vastgoedfondsen   1.740.192    1.891.058   
- Infrastructuurfondsen   1.087.047    1.002.657   
- Land- en bosbouwfondsen   250.547    103.686   
- Hypotheekfondsen   389.016    298.979   
- Beleggingen in liquide middelen   72.010    72.667   
- Andere financiële beleggingen   28.718    10.894   
      8.842.192    8.470.352 
           
Vorderingen 5.3   260.799    183.427 
           
Overige activa 5.4        
Onroerende zaken eigen gebruik   31.998    49.995   
Overige vaste bedrijfsmiddelen   30.942    26.025   
Voorraden   2.241    2.238   
      65.181    78.258 
Overlopende activa          
Nog te ontvangen huur en rente   1.091    1.164   
Overlopende activa   31.244    29.466   
      32.335    30.630 
           
Liquide middelen     101.136    107.707 
           
TOTAAL ACTIVA     9.452.858    9.005.284 
Bedragen x € 1.000 Ref.   31-12-2023   31-12-2022
           
PASSIVA          
           
Groepsvermogen          
Eigen vermogen 5.5, 5.7 1.003.276    1.057.561   
Aandeel derden 5.6 891    3.164   
      1.004.167    1.060.725 
           
Voorzieningen 5.8   27.962    9.631 
           
Technische voorzieningen 5.9   8.021.400    7.531.734 
           
Langlopende schulden 5.11   159.454    168.559 
           
Kortlopende schulden en overlopende passiva 5.12   239.875    234.635 
           
TOTAAL PASSIVA     9.452.858    9.005.284 

Geconsolideerde resultatenrekening over 2023

Bedragen x € 1.000 Ref.   2023    2022 
Opbrengsten          
Premieopbrengsten 6.1 712.701    669.011   
Bruto beleggingsresultaat 6.2 373.710    -805.658   
Omzet uitvaartbedrijf 6.1 187.843    191.776   
Overige omzet 6.1 757    39   
      1.275.011    55.168 
Kosten          
Verzekeringstechnische lasten 6.3 461.443    437.829   
Acquisitiekosten 6.4 20.609    17.746   
Externe kosten uitvaartbedrijf   151.499    148.860   
Personeelskosten 6.5 260.319    236.134   
Afschrijvingen 6.6 20.938    37.899   
Beheerskosten beleggingen 6.2 37.062    35.809   
Overige bedrijfskosten 6.7 125.921    101.184   
      1.077.791    1.015.461 
Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor rente en belastingen     197.220    -960.293 
           
Rente          
Rentebaten   2.380    -335   
Rentelasten   6.043    4.494   
      -3.663    -4.829 
Groepsresultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen     193.557    -965.122 
           
Winstdeling 5.9   249.224    43.654 
           
Groepsresultaat voor belastingen     -55.667    -1.008.776 
           
Belastingen 6.10   1.343    272.329 
           
Resultaat aandeel derden     29    177 
           
Groepsresultaat na belastingen     -54.295    -736.270 

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2023

Bedragen x € 1.000 Ref.   2023    2022 
           
Resultaat na belasting 5.5   -54.295    -736.270 
           
Aanpassingen voor:          
Waardemutaties immateriële vaste activa 5.1 14.807    29.725   
Waardemutaties vaste bedrijfsmiddelen 5.4 6.131    5.349   
Afschrijving toegerekende acquisitiekosten 5.9 17.933    15.771   
Toevoeging technische voorziening 5.9 471.733    343.651   
Waardemutaties beleggingen 5.2 -20.876    914.193   
Waardemutaties belang derden 5.6 -29    -177   
Overige mutaties in het eigen vermogen 5.5 10    270   
Mutatie overige voorzieningen 5.8 18.331    -410.847   
Mutatie in vaste bedrijfsmiddelen 5.4 970     
    509.010    897.935   
Mutatie werkkapitaal:          
Mutatie voorraden   -3    642   
Mutatie vorderingen 5.3 -36.184    111.009   
Mutatie overlopende activa   -4.386    -6.319   
Mutatie kortlopende schulden   14.074    -32.220   
Mutatie financiële vaste activa 5.12 210       
    -26.289    73.112   
      482.721    971.047 
Totaal kasstroom uit bedrijfsoperaties     428.426    234.777 
           
Ontvangen interesten   2.681    274   
Betaalde interesten   -228    -1.550   
Betaalde winstbelasting   -49.794    -79.972   
      -47.341    -81.248 
Kasstroom uit operationele activiteiten (a)   381.085    153.529 
           
Investeringen en aankopen          
- in immateriële vaste activa 5.1 -31.112    -23.695   
- in deelnemingen 5.2    
- in onroerende zaken 5.2 -23.193    -22.137   
- in geldleningen en effecten 5.2 -2.570.142    -3.728.231   
- in vaste bedrijfsmiddelen 5.4 -17.342    -11.552   
- in overige financiële beleggingen 5.2 -17.289    -288   
      -2.659.078    -3.785.903 

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2023, vervolg

Bedragen x € 1.000 Ref.   2023    2022 
           
Desinvesteringen, aflossingen en verkopen:          
- in immateriële vaste activa 5.1    
- in deelnemingen 5.2 712    -465   
- in onroerende zaken 5.2 79.226    129.669   
- in geldleningen en effecten 5.2 2.200.363    3.391.052   
- in vaste bedrijfsmiddelen 5.4 2.470    3.537   
- in overige financiële beleggingen 5.2    
      2.282.771    3.523.793 
Kasstroom uit investerings- en beleggingsactiviteiten (b)   -376.307    -262.110 
           
Kasstromen minderheidsbelang 5.6 -2.244    112   
Aflossingen langlopende schulden 5.11 -9.105    -2.680   
Kasstroom uit financieringsactiviteiten (c)   -11.349    -2.568 
           
Per saldo mutatie liquide middelen (a)+(b)+(c)   -6.571    -111.149 
           
Liquide middelen op 1 januari     107.707    218.856 
           
Liquide middelen op 31 december     101.136    107.707 

Toelichting op de geconsolideerde balans en resultatenrekening

1. Algemene toelichting

1.1 Activiteiten

De activiteiten van DELA Coöperatie U.A. (‘DELA coöperatie’), statutair gevestigd in Eindhoven, Oude Stadsgracht 1, KvK-nummer 17012026, en haar groepsmaatschappijen (tezamen ‘DELA Groep’) bestaan uit verzekeren, beleggen en uitvaartverzorging. De verzekeringsproducten betreffen uitvaartverzekeringen, overlijdensrisicoverzekeringen en spaarverzekeringen. De verzekeringsactiviteiten vinden plaats in Nederland, België en Duitsland. Uitvaartactiviteiten vinden plaats in Nederland en België. Alle beleggingsactiviteiten voor DELA Groep worden in Nederland verricht.

1.2 Consolidatie

DELA coöperatie staat aan het hoofd van een groep rechtspersonen. In de consolidatie worden de financiële gegevens opgenomen van DELA coöperatie, haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. Groepsmaatschappijen zijn rechtspersonen waarin DELA coöperatie overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met potentiële stemrechten die direct kunnen worden uitgeoefend op balansdatum.

De groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden voor 100 procent in de consolidatie betrokken. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld.

Wanneer er sprake is van een belang in een joint venture wordt dit belang proportioneel geconsolideerd. Van een joint venture is sprake indien als gevolg van een overeenkomst tot samenwerking de zeggenschap door de twee aandeelhouders gezamenlijk wordt uitgeoefend.

Intercompanytransacties, -winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompanytransacties worden ook geëlimineerd, tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen van DELA Groep.

Aangezien de resultatenrekening van DELA coöperatie in de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen, is in de enkelvoudige jaarrekening volstaan met een weergave van een beknopte resultatenrekening in overeenstemming met artikel 2:402 Burgerlijk Wetboek (hierna BW).

Hieronder is het organogram weergegeven van de vennootschappen die binnen de consolidatie van DELA Groep zijn opgenomen. Dit overzicht bevat de vereiste gegevens per 31-12-2023 op grond van de artikelen 2:379 en 2:414 B.W.

* Voor deze groepsmaatschappijen is door DELA coöperatie een aansprakelijkheidsverklaring afgegeven conform artikel 2:403 BW. Deze maatschappijen zijn vrijgesteld van de deponeringsplicht.

In paragraaf 5.2 staat een overzicht van de deelnemingen die niet worden geconsolideerd.

Gedurende 2023 hebben de volgende transacties binnen DELA Groep plaatsgevonden:

  • DELA Uitvaartverzorging N.V. heeft de resterende 30% aandelen gekocht in UNC Holding B.V. Vervolgens heeft een moeder-dochter fusie plaatsgevonden tussen UNC Holding B.V. als verdwijnende vennootschap en DELA Uitvaartverzorging N.V. als verkrijgende vennootschap;
  • Een moeder-dochter fusie heeft plaatsgevonden tussen Yarden Franchise B.V. als verdwijnende vennootschap en DELA Uitvaartverzorging N.V. als verkrijgende vennootschap;
  • Een moeder-dochter fusie heeft plaatsgevonden tussen C.V.U. Uitvaartzorg B.V. als verdwijnende vennootschap en Tempero B.V. als verkrijgende vennootschap;
  • Een moeder-dochter fusie heeft plaatsgevonden tussen Tempero B.V. als verdwijnende vennootschap en DELA Uitvaartverzorging N.V. als verkrijgende vennootschap.

Alle hierboven genoemde fusies binnen de groep zijn met terugwerkende kracht (per 1 januari 2023) verwerkt conform de 'carry over accounting' methode.

Daarnaast hebben in boekjaar 2023 de volgende transacties plaatsgevonden:

  • DELA Vastgoed België B.V. heeft in boekjaar 2023 alle aandelen gekocht en geleverd gekregen in het kapitaal van de Entreprise de pompes funebres Marion B.V. tegen een koopsom van € 1,5 miljoen. Tevens is deze entiteit in boekkaar 2023 gefuseerd binnen DELA Vastgoed België B.V. conform de 'carry over accounting' methode;
  • DELA Vastgoed België B.V. heeft in boekjaar 2023 alle aandelen gekocht en geleverd gekregen in het kapitaal van de Vanheste B.V. tegen een koopsom van € 1,6 miljoen. Tevens is deze entiteit in boekkaar 2023 gefuseerd binnen DELA Vastgoed België B.V. conform de 'carry over accounting' methode;
  • DELA Holding Belgium N.V. heeft 75% van de aandelen gekocht in Les Funérailles Borgno SA tegen een koopsom van € 4,8 miljoen.

1.3 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire bestuurs- en directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van DELA Groep en nauwe verwanten daarvan zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan worden, indien van toepassing, de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht toegelicht. Inzake overlijdens die bij DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. (DELA Natura) in Nederland worden gemeld, wordt de uitvoering in beginsel verzorgd door DELA Uitvaartverzorging N.V. (DELA UV) of haar dochtermaatschappijen. Deze uitvoering geschiedt tegen vaste verrekenprijzen.

1.4 Acquisities en desinvesteringen van groepsmaatschappijen

Vanaf de overnamedatum worden de resultaten en de identificeerbare activa en passiva van de overgenomen onderneming opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening. De overnamedatum is het moment dat overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend in de betreffende onderneming.

De verkrijgingsprijs bestaat uit het geldbedrag of equivalent dat is overeengekomen voor de verkrijging van de overgenomen onderneming vermeerderd met eventuele direct toerekenbare kosten. Indien de verkrijgingsprijs verschilt van het nettobedrag van de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva, dan wordt het verschil als goodwill aangemerkt.

De maatschappijen die in de consolidatiekring betrokken zijn, blijven in de consolidatie opgenomen tot het moment dat de beslissende zeggenschap wordt overgedragen of dat de maatschappij slechts gehouden wordt om te vervreemden.

1.5 Schattingen

Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat het bestuur zich over verschillende zaken een oordeel vormt en dat het bestuur schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen in de toelichting op de betreffende posten. Deze schattingen zijn naar beste weten door het bestuur gemaakt, maar de daadwerkelijke uitkomsten kunnen uiteindelijk afwijken van die schattingen. De belangrijkste schattingen hebben betrekking op:

  • de waardering van beleggingen: onroerende zaken, vastgoedfondsen, infrastructuurfondsen en participatiemaatschappijen (zie hoofdstuk 5.2);
  • de waardering van onroerende zaken eigen gebruik: uitvaartcentra (zie hoofdstuk 2.7.1); 
  • de gehanteerde grondslagen voor de technische voorzieningen (zie hoofdstuk 2.14);
  • de waardering van de niet-technische voorzieningen (zie hoofdstuk 2.12).

1.6 Foutherstel

Uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn in eerdere boekjaren ten onrechte tegen historische kosten (minus cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen cf. RJ212) gewaardeerd. Deze niet-materiele fout is voor het inzicht op retrospectieve wijze verwerkt in de jaarrekening 2023. De uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn als beleggingsvastgoed aangemerkt. Daarom hadden deze objecten volgens de waarderingsgrondslag van beleggingsvastgoed gewaardeerd (tegen reële waarde met waardeverandering in het resultaat cf. RJ605 en RJ213) moeten worden. De vergelijkende cijfers over boekjaar 2022 zijn hierop aangepast. Hieronder is de impact weergegeven op de presentatie van de waarde op de balans en de wijziging van het resultaat voor boekjaar 2022.

Wijziging presentatie vergelijkende cijfers
Bedragen x € 1.000   Jaarrekening 2022 Effect
foutherstel
waardering
Effect
foutherstel
rubricering
Jaarrekening 2023
Correcties in de balans          
Onroerende zaken   521.889    73.940  595.829 
Onroerende zaken in eigen gebruik   96.116  27.819  -73.940  49.995 
Vorderingen (latente belastingvorderingen onroerende zaken)   -109.741  -7.840    -117.581 
Eigen vermogen   1.037.582  19.979    1.057.561 
    Jaarrekening 2022 Effect
foutherstel
Jaarrekening 2023
Correcties in de resultatenrekening        
Afschrijvingen   41.377  -3.478  37.899 
Overige bedrijfskosten (herwaarderingen)   104.009  -2.825  101.184 
Belastingen   273.801  -1.472  272.329 
Groepsresultaat   -741.101  4.831  -736.270 

1.7 Opmaken en vaststellen jaarrekening

De jaarrekening 2023 is opgemaakt door het bestuur op 26 april 2024 en zal op het moment van publicatie zijn vastgesteld in de algemene vergadering van 25 mei 2024. De jaarrekening 2022 is in de algemene vergadering van 13 mei 2023 vastgesteld.

2. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

2.1 Algemeen

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ). 

De waardering en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten, tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, tenzij anders vermeld. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.

2.2 Vreemde valuta

2.2.1 Functionele valuta

De posten in de jaarrekening van de groepsmaatschappijen worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de economische omgeving waarin de groepsmaatschappij voornamelijk haar bedrijfsactiviteiten uitoefent (de functionele valuta). De euro is de functionele en presentatievaluta van DELA Groep.

2.2.2 Omrekening van vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en passiva in vreemde valuta die op actuele waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Koersverschillen die optreden bij de afwikkeling van monetaire posten zijn in de resultatenrekening verwerkt in de periode dat zij zich voordoen.

Activa die volgens de verkrijgingsprijs worden gewaardeerd in een vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de transactiedatum (of de benaderde koers).

2.3 Herverzekeringscontracten

Uit hoofde van met herverzekeraars afgesloten contracten wordt DELA Groep gecompenseerd voor verliezen op uitgegeven verzekeringscontracten.

Herverzekeringspremies, provisies en uitkeringen evenals technische voorzieningen voor herverzekeringscontracten worden op dezelfde wijze verantwoord als de directe verzekeringen waarvoor de herverzekeringen zijn afgesloten. Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen waartoe DELA Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, wordt in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. De kortlopende vorderingen op herverzekeraars zijn opgenomen onder de vorderingen.

De waardering van door en aan herverzekeraars verschuldigde bedragen geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden van de herverzekeringscontracten. Verplichtingen uit herverzekering betreffen voornamelijk te betalen premies.

De vorderingen uit hoofde van herverzekeringscontracten worden op de balansdatum beoordeeld op eventuele bijzondere waardeverminderingen.

2.4 Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de bestede kosten, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De economische levensduur en de afschrijvingsmethode worden aan het einde van het boekjaar opnieuw beoordeeld. Bij eventuele significante wijzigingen worden de afschrijvingstermijn en de afschrijvingsmethode herzien. Voor de kosten van interne ontwikkeling wordt een wettelijke reserve gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag.

Om vast te stellen of er voor een immaterieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering wordt verwezen naar paragraaf 2.8.

2.4.1 Goodwill

De bij acquisities betaalde goodwill is gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. De goodwill wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur, die jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur voor verschillende goodwill- posities ligt tussen de 20 jaar en 30 jaar. 

2.4.2. Overgenomen verzekeringsportefeuilles

De toekomstige kasstromen van overgenomen verzekeringsportefeuilles zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. Deze waarde wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur van overgenomen verzekeringsportefeuilles is 20 jaar, gerekend vanaf overnamedatum. 

2.4.3. Concessies en vergunningen

Kosten van concessies en vergunningen worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs en lineair afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur met een maximum van 20 jaar.

2.5 Beleggingen

Hieronder wordt per beleggingscategorie de grondslag van waardering en resultaatbepaling beschreven. Het merendeel van de beleggingen wordt gewaardeerd tegen actuele waarde. Waar een nadere toelichting nodig is op de actuele waarde, is deze in hoofdstuk 5 bij de toelichting op de balanspost gegeven. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van beleggingen worden in de resultatenrekening verantwoord. Transactiekosten samenhangend met de aan- of verkoop van beleggingen worden rechtstreeks in de resultatenrekening verantwoord.

2.5.1 Onroerende zaken

Onroerende zaken worden gewaardeerd tegen actuele waarde op balansdatum. Waardeveranderingen van beleggingen in onroerende zaken worden in de resultatenrekening verantwoord. Indien deze waardeveranderingen cumulatief positief zijn, wordt er ten laste van de vrije reserves een herwaarderingsreserve gevormd, waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.

2.5.2 Deelnemingen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Wanneer 20 procent of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, is er sprake van een wettelijk vermoeden van invloed van betekenis. 

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming.

Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover DELA Groep in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, wordt een voorziening getroffen. De eerste waardering van deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Daarna worden, uitgaande van de waarde bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening.

Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde. Afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

2.5.3 Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren

Aandelen worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.

2.5.4 Obligaties en andere vastrentende waardepapieren

Obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten.

2.5.5 Derivaten

DELA Groep heeft valutatermijncontracten en een optie op extra aandelen van een deelneming. Beide worden gewaardeerd tegen reële waarde. Daarnaast heeft DELA Groep converteerbare leningen. Er is bij deze leningen sprake van een samengesteld financieel instrument. Deze bevatten een lening en een embedded derivaat, namelijk de optie om de lening om te zetten in aandelen. Dit embedded derivaat wordt op reële waarde afzonderlijk gewaardeerd. De winst of het verlies uit de herwaardering naar reële waarde per balansdatum wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Het betreft alle niet-beursgenoteerde stukken en deze worden gewaardeerd op basis van financiële modellen, de 'mark-to-model' methode. Indien afgeleide financiële instrumenten een negatieve waarde hebben, worden deze op de balans gerubriceerd onder de kortlopende schulden.

2.5.6 Hypothecaire leningen

Vorderingen uit hypothecaire leningen worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De directe kosten die samenhangen met het verstrekken van een hypothecaire lening worden opgenomen als aankoopkosten. Zij zijn onderdeel van de geamortiseerde kostprijs en worden geactiveerd op de balans. Op balansdatum wordt beoordeeld of er objectieve waarnemingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de vorderingen uit hypothecaire leningen. Indien dit het geval is, dient dit verlies verantwoord te worden in de resultatenrekening.

2.5.7 Overige leningen

De beleggingen in bedrijfsleningen worden gewaardeerd tegen reële waarde.
Overige leningen met een vastgestelde rente worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

2.5.8 Vastgoed,- infrastructuur-, land- en bosbouwfondsen

Participaties in vastgoed- infrastructuur-, land- en bosbouwfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt voor de ongerealiseerde waardestijging een herwaarderingsreserve gevormd.

2.5.9 Hypotheekfondsen

Participaties in hypotheekfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.

2.5.10 Beleggingen in liquide middelen

Beleggingen in liquide middelen worden gewaardeerd tegen reële waarde die gelijk is aan de nominale waarde.

2.5.11 Overige financiële beleggingen

De overige financiële beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voorts wordt voor de ongerealiseerde waardestijging een herwaarderingsreserve gevormd. Uitzondering hierop is de kunstcollectie die tegen kostprijs wordt gewaardeerd.

2.6 Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. De berekening van de latente belastingvorderingen geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgesteld.

2.7 Overige activa

2.7.1 Uitvaartcentra

De uitvaartcentra die in eigendom zijn van de uitvaartverzorgingsentiteit zijn als vastgoed in eigen gebruik aangemerkt. Waardering is op basis van verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van 3 procent van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Periodiek groot onderhoud wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd. Hierbij worden de totale uitgaven toegewezen aan de samenstellende delen.

2.7.2 Overige onroerende zaken in eigen gebruik

Overige onroerende zaken in eigen gebruik worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van 3 procent van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Periodiek groot onderhoud wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd. Hierbij worden de totale uitgaven toegewezen aan de samenstellende delen.

2.7.3 Overige vaste bedrijfsmiddelen

De overige vaste bedrijfsmiddelen waaronder inventarissen en auto’s zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. Kosten voor groot onderhoud worden conform de componentenbenadering geactiveerd en afgeschreven over de verwachte levensduur. De afschrijving vindt lineair plaats. De afschrijvingstermijnen zijn als volgt:

  • installaties: 10 jaar
  • inventaris: 10 jaar
  • rouwauto’s: 8 jaar
  • overige auto’s: 5 jaar
  • bedrijfskleding: 2 jaar
  • laptops: 4 jaar

2.7.4 Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO-methode (‘first in, first out’) of lagere marktwaarde. De verkrijgingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging, inclusief gemaakte kosten om de voorraden op de huidige plaats en in de huidige staat te houden. De lagere marktwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de lagere marktwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

2.8 Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Door DELA Groep wordt op balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is geweest. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Hierbij wordt gebruik gemaakt van schattingen. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde.

Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, wordt deze bijzondere waardevermindering teruggedraaid tot maximaal de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Ook voor financiële instrumenten beoordeelt DELA Groep op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen wordt de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen bepaald en direct verwerkt in de resultatenrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen aflossingswaarde, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Eventuele terugname van het waardeverminderingsverlies wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs. Het teruggenomen verlies wordt dan in de resultatenrekening verwerkt. Een waardeverminderingsverlies op goodwill zal in de toekomst niet meer worden teruggenomen.

2.9 Overlopende activa

De vorderingen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht.

2.10 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen als kortlopende schulden onder schulden aan kredietinstellingen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

2.11 Aandeel derden

Het aandeel van derden in het groepsvermogen betreft het minderheidsbelang van derden in het eigen vermogen van geconsolideerde maatschappijen. Het aandeel van derden in het resultaat van geconsolideerde maatschappijen wordt in de winst-en-verliesrekening in mindering gebracht op het groepsresultaat.

Indien de aan het minderheidsbelang van derden toerekenbare verliezen het minderheidsbelang van derden in het eigen vermogen van de geconsolideerde maatschappijen overtreffen, komt het verschil en eventuele verdere verliezen volledig ten laste van DELA Groep, tenzij en voor zover de minderheidsaandeelhouder de verplichting heeft, en in staat is, om die verliezen voor haar rekening te nemen. Als de geconsolideerde maatschappijen vervolgens weer winst maken, komen die winsten volledig ten gunste van DELA Groep totdat de door DELA Groep voor haar rekening genomen verliezen zijn gerecupereerd.

2.12 Voorzieningen

2.12.1 Algemeen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

2.12.2 Pensioenvoorziening

Nederland

De pensioenregeling van de Nederlandse groepsmaatschappijen bestaat uit een beschikbare premieregeling. Deelnemers bouwen een pensioenkapitaal op waarmee op het moment van pensionering een pensioenuitkering aangekocht dient te worden.

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • werkgever betaalt maandelijks per werknemer een premie aan de uitvoerder;
  • het pensioengevend loon is 1,1666 keer het in de kalendermaand uitgekeerde fulltime maandloon, met een maximum op jaarbasis. (2023: € 128.810);
  • de pensioengrondslag waarover de werkgever premie inlegt is het pensioengevend loon minus de franchise (2023: € 16.322);
  • de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder bedraagt voor iedereen die na 1 januari 2022 in dienst is gekomen 22 procent. Voor medewerkers die vóór 1 januari 2022 in dienst waren is de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder gebaseerd op een leeftijdsstaffel met oplopende premiepercentages.
  • Voor medewerkers die vanaf 1 januari 2022 in dienst zijn getreden geldt een eigen bijdrage van 6 procent van de pensioengrondslag. Voor medewerkers die vóór 1 januari 2022 in dienst waren bedraagt de eigen bijdrage van de werknemer 4,5 procent van de pensioengrondslag.
  • de regeling leidt niet tot enige verplichting op balansdatum, met uitzondering van verplichtingen die ontstaan uit nog niet betaalde premies.

Voor deelnemers is tevens een nabestaandenpensioen verzekerd ter grootte van 1,16 procent van pensioengrondslag maal het aantal dienstjaren vanaf deelname aan de pensioenregeling tot aan de pensioenrichtdatum. Het wezenpensioen bedraagt 20 procent van het nabestaandenpensioen. Bij arbeidsongeschiktheid is er sprake van premievrijstelling voor de deelnemers. Daarnaast is een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering verzekerd waarvan de hoogte van de uitkering afhangt van de mate arbeidsongeschiktheid.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. Er worden door DELA Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan verzekeringsmaatschappijen betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

België

In België is er eveneens sprake van een beschikbare premieregeling. Op het moment van pensionering heeft de deelnemer de keuze om het kapitaal eenmalig uit te laten betalen of om dit bedrag om te zetten in een periodieke pensioenuitkering. De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • werkgever betaalt maandelijks een premie aan de uitvoerder;
  • de premie bedraagt 4 procent van het referentieloon, verhoogd met 4,4 procent belasting;
  • het referentieloon bedraagt 13,92 maal het bruto maandloon.

Er is tevens een overlijdensverzekering voor de werknemer afgesloten, waarbij de nabestaanden een overlijdenskapitaal ontvangen als de werknemer overlijdt vóór de einddatum. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte, bevalling of een privé-ongeval, ontvangt de verzekerde een vervangingsinkomen.

Duitsland

In Duitsland worden de wettelijke pensioenpremies afgedragen middels de maandelijkse sociale verzekeringspremies. Er is geen aanvullend bedrijfspensioen.

2.12.3 Voorziening jubilea

De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte lasten gedurende het dienstverband. De voor de bepaling van de voorziening gehanteerde actuariële methode staat bekend als Projected Unit Credit-methode. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstige salarisstijgingen, overlevings- en arbeidsongeschiktheidskansen en dergelijke. Als langetermijnbeleggingsrendement is 3,1 procent (2022: 3,7 procent) aangehouden en voor de algemene salarisstijging 2,0 procent  (2022: 2,0 procent). De AG Generatietafel 2022 en de WIA/IVA-ervaringscijfers zijn toegepast. De aldus berekende verplichting is contant gemaakt tegen 3,2 procent ultimo 2023 (2022: 3,7 procent).

2.12.4 Latente belastingverplichtingen

Voor in de toekomst te betalen belastingbedragen uit hoofde van verschillen tussen commerciële en fiscale balanswaarderingen wordt een voorziening getroffen ter grootte van de som van deze verschillen vermenigvuldigd met het geldende belastingtarief. Op deze voorziening worden in mindering gebracht de in de toekomst te verrekenen belastingbedragen uit hoofde van beschikbare voorwaartse verliescompensatie, voor zover het waarschijnlijk is dat de toekomstige fiscale winsten beschikbaar zullen zijn voor verrekening. De voorziening voor latente belastingverplichtingen wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.

De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld. In Nederland bedraagt het belastingtarief 19 procent over een winst van € 200.000 en 25,8 procent daarboven per eind 2023. In België bedraagt het belastingtarief 25 procent per eind 2023. In Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30 procent. 

2.12.5 Overige voorzieningen

Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichtingen af te wikkelen. Discontering vindt plaats op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting weergeeft. Indien het effect van de tijdswaarde van geld niet materieel is, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de nominale waarde. Tenzij anders vermeld, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde.

2.13 Discretionaire winstdeling

Winstdeling wordt actuarieel berekend en is discretionair. De winstdeling is op voordracht van het bestuur en de rvc vastgesteld door de algemene vergadering. De verwerking van de discretionaire winstdeling vindt plaats via de post technische voorzieningen. De toevoeging van het bedrag dat DELA Groep onder de technische voorzieningen voor discretionaire winstdeling heeft bestemd, geschiedt ten laste van het resultaat.

2.14 Technische voorziening

2.14.1 Algemeen

Het bepalen van de technische voorzieningen is een proces dat van nature wordt omgeven met onzekerheden. De werkelijke uitkeringen zijn afhankelijk van factoren zoals sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en aannames over de ontwikkeling van sterfte. Het gebruik van andere aannames voor deze factoren dan de tariefsgrondslagen die nu in de jaarrekening zijn gebruikt, zou een materieel effect kunnen hebben op de technische voorzieningen en verzekeringstechnische lasten (zie ook 5.10 toereikendheidstoets).

2.14.2 Uitvaartverzekeringen

Voor uitkeringen uit hoofde van verzekeringspolissen die naar verwachting in de toekomst worden gedaan, wordt een verplichting opgenomen zodra de polis van kracht is. De verplichtingen voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico bestaan uit de (met tariefsinterest) verdisconteerde waarde van de (op basis van tariefsterfte) verwachte toekomstige uitkeringen (inclusief reeds toegekende winstdeling) aan polishouders of andere begunstigden, onder aftrek van toekomstige premies.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in Nederland is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2,75 procent interest en op basis van de door het Actuarieel Genootschap gepubliceerde overlevingstafel GBMV 1995-2000, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. Voor verzekeringen tegen tijdelijke premiebetaling is de rekenrente voor de periode na einddatum premiebetaling 2 procent.

Voor de technische voorzieningen van de in 2021 overgenomen Yarden-portefeuille worden grondslagen gehanteerd die behoren bij een waardering op reële waarde ten tijde van de overnamedatum. De rekenrente is gemiddeld 1,3 procent en de sterfte is gebaseerd op de prognosetafel 2020 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap. Ook is rekening gehouden met onnatuurlijk verval, gebaseerd op ervaringscijfers en met het actuele kostenniveau op het moment van overname. Daarnaast zijn er twee additionele voorzieningen inzake de Yarden-portefeuille:

  • DELA heeft op het moment van de overname een voorziening gevormd van € 62,4 miljoen waaruit toekomstige indexatie van de pakketpolissen van Yarden wordt gefinancierd. Inmiddels is een aantal jaren indexatie toegekend en is nog € 33,8 miljoen beschikbaar voor toekomstige indexaties. Er is op het moment van overname een inschatting gemaakt van deze toekomstige indexaties. De reële waarde van deze voorziening is vervolgens de contante waarde van deze onttrekkingen.
  • Daarbovenop heeft DELA gegarandeerd dat nabestaanden de eerste 10 jaren na de overname het tekort aan inflatie niet hoeven te betalen. Deze tekorten zijn op het moment van overname ingeschat en verdisconteerd met als resultante de reële waarde van deze toezegging.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in België is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen de gebruikelijke interestvoeten en overlevingstafels ten tijde van de ingangsdata van de polissen, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. De verwachte uitkeringen zijn gebaseerd op de grondslagen van het tarief zoals dat is vastgesteld bij het afsluiten van de polis.

De technische voorziening voor DELA Sorgenfrei Leben wordt berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2 procent interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

Voor de technische voorzieningen van de in 2022 overgenomen verzekeringsportefeuille in Duitsland worden grondslagen gehanteerd die behoren bij een waardering op reële waarde ten tijde van de overnamedatum. De rekenrente is gemiddeld 2,5 procent en de sterfte is gebaseerd op de prognosetafel 2022 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap.

2.14.3 Overlijdensrisicoverzekering

Voor het DELA LeefdoorPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 3 procent interest en op basis van de prognosetafels zoals deze ten tijde van de introductie van het tarief door het Koninklijk Actuarieel Genootschap zijn gepubliceerd.

De technische voorziening voor DELA Activ Leben wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3 procent interest vermeerderd met een voorziening voor onverdiende premie. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals ten tijde van de introductie geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

2.14.4 Spaarverzekeringen

Voor het DELA CoöperatiespaarPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de opgebouwde poliswaarde op grond van de ingelegde spaarpremies, de reeds toegekende winstaandelen alsmede de interestvoet behorende bij het tarief.

2.14.5 Premies

De premies bevatten opslagen voor dekking van de kosten. Wanneer de premies worden ontvangen of invorderbaar zijn geworden, vallen de opslagen vrij en zijn deze beschikbaar voor dekking van de werkelijke kosten, waaronder begrepen doorlopende kosten en acquisitiekosten. 

2.14.6 Acquisitiekosten

De geactiveerde acquisitiekosten worden op de voorziening in mindering gebracht.

2.15 Langlopende schulden

Langlopende schulden hebben een looptijd van langer dan één jaar en worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, die bij aanvang gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Indien er geen sprake is van (dis)agio is deze gelijk aan de nominale waarde.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de resultatenrekening als interestlast verwerkt.

2.16 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden op dezelfde manier gewaardeerd als langlopende schulden, echter hebben de kortlopende schulden een looptijd van gelijk aan of korter dan 1 jaar.

2.17 Overlopende passiva

De overlopende passiva worden tegen nominale waarde gewaardeerd.

2.18 Leasing

DELA Groep heeft geen financial leasecontracten. Leaseovereenkomsten die niet kwalificeren als financiële lease, worden aangemerkt als operationele lease. Bij operationele leases worden de leasebetalingen lineair over de looptijd van de lease ten laste van het resultaat verwerkt.

2.19 Opbrengstverantwoording

2.19.1 Premieopbrengsten

De brutopremies bestaan uit de premies die door de polishouders zijn verschuldigd voor afgesloten verzekeringscontracten. De brutopremies exclusief belastingen en andere heffingen uit hoofde van verzekeringscontracten worden als opbrengst opgenomen wanneer deze verschuldigd zijn door de polishouder. Voor koopsomcontracten wordt de premie opgenomen als bate wanneer deze verschuldigd is, waarbij de eventuele kosten- en risicodekkingen worden uitgesteld en in het resultaat worden opgenomen in een constante verhouding tot de lopende verzekering. 

2.19.2 Herverzekeringspremies

De herverzekeringspremies omvatten de premies uit hoofde van afgesloten herverzekeringscontracten. Deze worden naar evenredigheid van de looptijd van het contract als last opgenomen in de resultatenrekening.

2.19.3 Omzet uitvaartbedrijf

De opbrengsten van het uitvaartbedrijf worden genomen op het moment dat de prestaties zijn geleverd.

2.19.4 Overige omzet

Onder de overige omzet zijn de opbrengsten verantwoord die voortvloeien uit andere dan operationele activiteiten van DELA Groep.

2.19.5 Netto-omzet

Netto-omzet omvat de opbrengsten uit levering van goederen en diensten onder aftrek van kortingen en dergelijke, van over de omzet geheven belastingen en na eliminatie van transacties binnen DELA Groep. Eén van deze eliminaties ziet toe op de uitkeringen bij de verzekeraar die worden aangewend voor een uitvaart bij de uitvaartverzorger.

2.20 Acquisitiekosten

Acquisitiekosten zijn de kosten die direct samenhangen met het afsluiten van verzekeringen, die afhankelijk zijn van en betrekking hebben op het verkrijgen van nieuwe of op verlenging van bestaande verzekeringscontracten. De acquisitiekosten bestaan uit aan derden betaalde provisies inzake verzekeringsproducten. De acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen en in tien jaar afgeschreven ten laste van het resultaat. De jaarlijkse provisies worden gesaldeerd met de in het jaar teruggevorderde retourprovisies. Acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen voor zover zij kunnen worden terugverdiend uit het verwachte brutoresultaat van de onderliggende nieuwe productie van dat jaar. De afschrijvingsperiode wordt periodiek beoordeeld. Indien van toepassing wordt de afschrijvingslast aangepast aan de kortere afschrijvingsperiode. De afschrijvingsperiode is vastgesteld op 10 jaar.

Als onderdeel van de toereikendheidstoets vindt jaarlijks een beoordeling van bijzondere waardevermindering plaats op de toegerekende acquisitiekosten, waarbij wordt vastgesteld of de toekomstige bijdrage uit de verzekeringsproducten voldoende is om de toegerekende kosten te kunnen dekken.

2.21 Personeelsbeloningen

Lonen, salarissen en sociale lasten zijn verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers en de belastingautoriteiten.

2.22 Overige baten en lasten

Dit zijn posten die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening maar op grond van aard, de omvang, het incidentele karakter buiten het operationele resultaat worden gehouden. Dit met het doel om de analyse en de vergelijkbaarheid van het operationeel resultaat over de jaren heen te bevorderen.

2.23 Afschrijvingen op immateriële en vaste activa

Immateriële vaste activa en vaste bedrijfsmiddelen worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa worden verantwoord onder de bijzondere baten en lasten.

2.24 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de resultatenrekening, rekening houdend met fiscaal compensabele verliezen (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

3. Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode.

De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Kasstromen in vreemde valuta zijn omgerekend tegen de koersen per maandultimo.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en huren, en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. De verkrijgingsprijs van een verworven groepsmaatschappij is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De geldmiddelen die in de verworven groepsmaatschappij aanwezig zijn, zijn op de aankoopprijs in mindering gebracht.

4. Risicoparagraaf

4.1 Solvabiliteitspositie

De solvabiliteitspositie van DELA Groep wordt op basis van het standaardmodel onder Solvency II bepaald. 

De Solvency II-ratio is in 2023 enigszins gedaald als gevolg van ontwikkelingen in rente, inflatie en verwachte kosten. Uit stresstesten bleek dat de solvabiliteitspositie robuust is, maar dat DELA Groep gevoelig is voor scenario’s met een lage rente en een lage inflatie.

4.1.1 Ontwikkeling solvabiliteitskapitaalvereiste

De samenstelling van het kapitaalvereiste is in de onderstaande grafiek weergegeven.

Samenstelling SCR

Duidelijk is dat de verzekeringstechnische risico’s en de marktrisico’s de grootste risico’s zijn. Zowel voor de marktrisico’s als voor de verzekeringstechnische risico’s geldt dat de bruto posities (zonder rekening te houden met de mitigerende werking van de winstdeling) zijn toegenomen. Dat wordt grotendeels gecompenseerd door de mitigerende werking van de winstdeling.

4.1.2 Ontwikkeling kernvermogen

Het kernvermogen is in 2023 afgenomen als gevolg van ontwikkelingen in rente, inflatie en verwachte kosten. De samenstelling van het kernvermogen is in de onderstaande grafiek weergegeven (bedragen in € miljoen).

Samenstelling kernvermogen
'Kernvermogen tier 2' en 'niet in aanmerking komend' zijn nihil

Het kernvermogen is net als vorig jaar vrijwel geheel tier 1 kernvermogen. Alle bestanddelen van tier 1 staan volledig ter vrije beschikking van DELA. Het tier 3 vermogen betreft een netto positie van een actieve uitgestelde belastingpositie op de Belgische fiscus.

4.2 Risicoprofiel

DELA Groep staat bloot aan een groot palet aan risico’s. In hoofdstuk Onze governance van het bestuursverslag zijn de belangrijkste risicogebieden weergegeven in het risicoprofiel. Tevens zijn in dit hoofdstuk de belangrijkste ontwikkelingen in 2023 ten aanzien van de belangrijkste risico’s opgenomen

De verschillende risico’s worden in de onderstaande paragrafen nader toegelicht. Om de leesbaarheid te vergroten worden niet alle risico’s in detailniveau besproken en zijn enkele risico’s samengevoegd.

4.2.1 Marktrisico's

Het marktrisico is het risico op mogelijke verliezen door ongunstige ontwikkelingen op de financiële markten. De waarde van de beleggingen en de waarde van de verplichtingen hangen af van de ontwikkelingen op de financiële markten, de samenstelling van de beleggingsportefeuille en de kenmerken van de verzekeringsverplichtingen. 

DELA Groep heeft het marktrisico in belangrijke mate gemitigeerd door haar winstdelingsregeling en premiemaatregel, maar ook door derivaten waarmee een deel van het valutarisico gemitigeerd wordt. DELA Groep hanteert met betrekking tot haar beleggingsbeleid tevens het 'prudent person'-principe en periodiek worden volledige en/of partiële ALM-studies uitgevoerd om te toetsen of het beleggingsbeleid nog passend is.

In de onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het marktrisico, gekwantificeerd op basis van het standaardmodel gepresenteerd (bedragen in € miljoen).

Ontwikkeling marktrisico

De financiële markten herstelden in 2023 gedeeltelijk van de koersdaling in 2022. De rente is in de loop van het jaar ten opzichte van 2022 gestegen, maar eindigde lager. Ook de inflatie is afgenomen. 

De belangrijkste ontwikkelingen met een impact op het kapitaalvereiste voor marktrisico’s in 2023 waren de groei van de beleggingsportefeuille en de betere mitigerende werking van de winstdeling doordat de dekkingsgraad minder ver boven de grens van 210% ligt.

4.2.2 Verzekeringstechnische risico's

Het verzekeringstechnisch risico is het risico dat de omvang en het tijdstip van uitkeringen niet overeenstemmen met de verwachtingen zoals opgenomen in de premiestelling. DELA Groep mitigeert het verzekeringstechnisch risico o.a. door winstdelingsregeling en de premiemaatregel maar ook door herverzekering, (medische) acceptatie en het continu aandacht hebben voor de kosten ontwikkeling.

DELA Groep staat alleen bloot aan het levensverzekeringsrisico aangezien het alleen levensverzekeringen voert. De portefeuille van DELA Groep bestaat voor een belangrijk deel uit uitvaartverzekeringen. Hierbij worden aparte tarieven voor Nederland, België en Duitsland gebruikt. Deze tarieven zijn gebaseerd op de specifieke kenmerken en uitgangspunten (rekenrente, kosten, overlevingstafels) die in het betreffende land passend zijn. Jaarlijks wordt onderzocht of deze uitgangspunten passen bij de ontwikkeling van betreffende portefeuilles. De portefeuille is groot in aantal en omvang. Hierdoor is de kans op schommelingen in de resultaten beperkt. 

Daarnaast voert DELA Groep in Nederland en Duitsland een tijdelijke overlijdensrisicoverzekering. De verzekerde kapitalen zijn hierbij aanzienlijk hoger dan bij de uitvaartverzekeringen. Voor deze portefeuille wordt gebruik gemaakt van herverzekering om de volatiliteit van de resultaten te beperken.

Tot slot voert DELA Groep in Nederland een spaarproduct. Het overlijdensrisico in deze portefeuille is beperkt tot 10 procent van de opgebouwde waarde.

In grafiek hieronder is de opbouw van het verzekeringstechnisch risico grafisch weergegeven (bedragen in € miljoen).

Opbouw verzekeringstechnisch risico

De verzekeringstechnische risico’s zijn toegenomen. Dat is met name een neveneffect van de gedaalde rente en wordt grotendeels gecompenseerd door de verbeterde mitigerende werking van de winstdeling. Zoals eerder genoemd komt dat doordat de dekkingsgraad minder boven de grens van 210 procent ligt.

4.2.3 Kredietrisico

Kredietrisico (ook wel: tegenpartijkredietrisico) is het risico dat verliezen optreden door een onverwacht in gebreke blijven of een onverwachte verslechtering van de kredietwaardigheid van de tegenpartijen en debiteuren van een verzekeraar. Dit betreft met name vorderingen inzake hypotheken, herverzekeraars, derivaten en overige vorderingen op debiteuren. De omvang van het kredietrisico is in 2023 niet significant gewijzigd.

4.2.4 Liquiditeitsrisico

Dit is het risico dat DELA Groep op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders of andere crediteuren kan voldoen, omdat activa niet snel genoeg verhandeld kunnen worden. Het liquiditeitsrisico wordt binnen Solvency II niet in een kapitaalseis (SCR) uitgedrukt. DELA Groep dient voldoende liquiditeiten ter beschikking te hebben om claims uit te kunnen betalen die voortvloeien uit de gesloten verzekeringsovereenkomsten, maar ook om de overige jaarlijkse lasten te kunnen betalen. DELA Groep maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Daarnaast heeft DELA Groep ook kredietfaciliteiten bij de custodian van de aandelen en obligaties. DELA heeft gedurende 2023 voldaan aan haar financiële verplichtingen jegens polishouders en andere crediteuren.

4.2.5 Operationele risico's

Naast de financiële risico’s kent DELA Groep ook operationele risico’s. Dit zijn risico’s die voortkomen uit invloeden van buitenaf, uit het falen van mensen, processen en systemen. Onderstaand wordt nader ingegaan op de belangrijkste operationele risicogebieden.

Operationele risico’s doen zich voor op alle niveaus binnen de organisatie. De beheersmaatregelen zijn derhalve ook vastgelegd in verschillende specifieke beleidsdocumenten, protocollen en procesbeschrijvingen.

Dit risicodomein is binnen DELA Groep opgebouwd uit de volgende subrisico’s:

4.2.5.1 Interne en externe fraude

DELA Groep maakt onderscheid tussen interne fraude en externe frauderisico’s. Interne fraude is fraude gepleegd door een medewerker van DELA Groep waarbij de medewerker ongeoorloofde activiteiten onderneemt om zichzelf te verrijken en DELA Groep benadeeld wordt. Hieronder vallen malversaties, onterechte onkostendeclaratie, moedwillig onjuiste urendeclaraties etc. Externe fraude is gepleegd door iemand van buiten DELA Groep (externe partijen, leveranciers, klanten etc.) waarbij ongeoorloofde activiteiten worden ondernomen waarmee DELA Groep mee wordt geconfronteerd. DELA Groep accepteert geen enkele vorm van interne en externe fraude in haar risicobereidheid. Door de aanwezigheid van diverse beheersmaatregelen, zoals onder meer functiescheidingen en het vier-ogen principe, welke vastgelegd zijn in beleidsdocumenten (bijv. fraudebeleid) en procesbeschrijvingen worden de interne frauderisco’s laag en de externe frauderisico’s voor DELA Groep midden ingeschat.
In 2023 hebben er ten aanzien van dit subrisico een of meerdere incidenten plaatsgevonden. Hoewel geen van deze incidenten een significante impact had op de bedrijfsvoering zijn deze incidenten geëvalueerd en waar nodig zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het aanscherpen van werkinstructies en/of protocollen.

4.2.5.2 Werkomstandigheden en veiligheid

De risico’s die hieronder vallen, hebben betrekking op verliezen als gevolg van handelingen die niet in overeenstemming zijn met wetgeving op het gebied van werkomstandigheden, gezondheid of veiligheid of als gevolg van gebeurtenissen in verband met ongelijkheid of discriminatie. DELA Groep accepteert geen verhoogde risico's t.a.v. de gezondheid en veiligheid van haar medewerkers in haar risicobereidheid. Door de aanwezigheid van diverse beheersmaatregelen die vastgelegd zijn in beleidsdocumenten (bijv. ARBO-beleid) en protocollen worden deze risico’s voor DELA Groep laag ingeschat. 
In 2023 hebben er ten aanzien van dit subrisico een of meerdere incidenten plaatsgevonden. Hoewel geen van deze incidenten een significante impact had op de bedrijfsvoering zijn deze incidenten geëvalueerd en waar nodig zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het aanscherpen van werkinstructies en/of protocollen.

4.2.5.3 Fysieke activa

Dit betreffen de risico’s op verlies van of schade aan het hoofdkantoor, de uitvaartcentra en crematoria als gevolg van natuurrampen of andere gebeurtenissen. DELA Groep accepteert geen risico's met betrekking tot de beschikbaarheid van haar uitvaartfaciliteiten. Door de aanwezigheid van diverse beheersmaatregelen die vastgelegd zijn in beleidsdocumenten en procedures worden deze risico’s op midden ingeschat. 
In 2023 hebben er ten aanzien van dit subrisico een of meerdere incidenten plaatsgevonden. Hoewel geen van deze incidenten een significante impact had op de bedrijfsvoering zijn deze incidenten geëvalueerd en waar nodig zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het aanscherpen van werkinstructies en/of protocollen.

4.2.5.4 Systeemfalen en procesmanagement

Dit betreffen risico’s op verstoringen van bedrijfsactiviteiten als gevolg van systeemfalen. Hiertoe behoren ook de thema’s cyberrisico’s en informatiebeveiliging. Daarnaast zijn dit de risico’s waarbij sprake is van verliezen als gevolg van falende transactieverwerking of procesbeheer of als gevolg van relaties met leveranciers. DELA Groep heeft in haar risicobereidheid een aantal statements geformuleerd:

  • DELA Groep accepteert geen risico’s met betrekking tot verstoringen van IT / telecomsystemen, die leiden tot substantiële verstoring van de bedrijfskritische operationele processen;
  • DELA Groep accepteert geen risico's die de reputatie van DELA wezenlijk in gevaar brengen; DELA Groep accepteert geen risico's met betrekking tot beheerste bedrijfsvoering.

Door de aanwezigheid van diverse beheersmaatregelen die vastgelegd zijn in beleidsdocumenten (bijvoorbeeld informatiebeveiligingsbeleid en procesmanagementbeleid), procesbeschrijvingen en protocollen worden de risico’s op het vlak van procesmanagement en systeemfalen gedeeltelijk gemitigeerd en door DELA Groep op midden ingeschat. 
In 2023 hebben er ten aanzien van dit subrisico een of meerdere incidenten plaatsgevonden. Hoewel geen van deze incidenten een significante impact had op de bedrijfsvoering zijn deze incidenten geëvalueerd en waar nodig zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals bijvoorbeeld het aanscherpen van werkinstructies en/of protocollen.

4.2.6 Integriteitsrisico's

Integriteitsrisico’s gaan gepaard met het gevaar voor aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat als gevolg van ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven. Binnen DELA Groep wordt dit risico in de basis gemonitord vanuit de compliancefunctie op basis van de thema’s in de systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA). Het resterende risico wordt derhalve als beperkt ervaren en hiervoor hoeft geen aanvullend kapitaal aangehouden te worden.

De thema’s in SIRA zijn:

  • Organisatie- en medewerkers integriteit: onder organisatie-integriteit vallen thema’s als governance en uitbesteding. Medewerkersintegriteit heeft betrekking op de integriteit van het bestuur, het intern toezichthoudende orgaan en de interne en externe medewerkers. Onderwerpen die hiermee samenhangen zijn bijvoorbeeld pre- employmentscreeningen, vakbekwaamheid en belangenverstrengeling.
  • Klant-ketenintegriteit: dit betreft zowel de integriteit van de klanten als het integere gedrag van de organisatie richting deze klanten. Daarnaast betreft het de integriteit van de keten waarin de onderneming opereert. Thema’s die hieronder vallen zijn bijvoorbeeld zorgplicht en bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering.
  • Marktintegriteit: dit betreft de integriteit van de (financiële) markt(en). Mededinging en marktmisbruik maken hiervan onderdeel uit.
  • Integriteit verwerking persoonsgegevens: dit betreft de integriteit van de data die binnen DELA Groep gebruikt worden (denk aan bewerking en beveiliging van persoonsgegevens).

4.2.7 Risico’s welke geen onderdeel zijn van het standaardmodel

Naast de risico’s die in het standaardmodel mee worden genomen bij de vaststelling van de kapitaalvereisten zijn er nog verschillende andere risico’s die van belang zijn voor DELA Groep. In de onderstaande paragrafen worden deze nader toegelicht.

4.2.7.1 Strategische risico's

Dit zijn onzekerheden die een belemmering kunnen vormen voor de implementatie van de langetermijnstrategie. Deze risico’s kunnen de buitenlandse expansie of het handhaven van het bedrijfsmodel waarin het kunnen geven van winstdeling essentieel is, belemmeren. Deze risico’s worden vooral ondervangen door een gedegen strategieproces. Dit proces wordt begeleid door externe consultants, waarop de rvc toezicht houdt. Bij de implementatie worden business cases gehanteerd om de benodigde investeringen te toetsen en beheersbaar te houden. Daarnaast wordt in de jaarlijkse ORSA geanalyseerd welke risico’s een potentiële bedreiging vormen voor de continuïteit van DELA Groep. Uit stresstesten bleek dat de solvabiliteitspositie robuust is, maar dat DELA Groep gevoelig is voor scenario’s met een lage rente en een lage inflatie. Indien nodig worden voorbereidende maatregelen getroffen of andere keuzes gemaakt. De belangrijkste randvoorwaarden en maatregelen zijn uitgewerkt in het kapitaalbeleid dat jaarlijks geëvalueerd wordt. Het risico wordt derhalve als beperkt ervaren en hiervoor hoeft geen aanvullend kapitaal aangehouden te worden.

De externe ontwikkelingen die impact kunnen hebben op de strategie worden continu gemonitord en meegenomen in het lopende strategieproces.

4.2.7.2 Reputatierisico

Het reputatierisico is het risico op schade door reputatieverlies. Het reputatierisico wordt beheerst door het actief invulling geven aan reputatiemanagement, met als belangrijke pijler het incidentenmanagement. Hierbij worden mogelijke reputatierisico’s en de bijbehorende uitstralingseffecten tijdig geïdentificeerd en eventuele managementacties tijdig in gang gezet. Ook zijn de ondernemingscultuur en gewenste toon aan de top belangrijke pijlers om dit risico te mitigeren, ondersteund door opleidingsprogramma’s, de administratieve organisatie en interne beheersing. Het risico wordt daarom als beperkt ervaren en hiervoor hoeft geen aanvullend kapitaal aangehouden te worden.

4.2.7.3 Uitvaartkosteninflatie

Het standaardmodel bevat geen uitvaartkosteninflatierisico. Hoewel dit inflatierisico het risico van de polishouders is, is dit risico toch van belang aangezien een stijging van de uitvaartkosten direct leidt tot een premiestijging. DELA Groep streeft naar een goede dienstverlening aan leden tegen een zo laag mogelijke premie. In de ORSA wordt hier dan ook specifiek aandacht aan besteed. DELA Groep heeft in enige mate invloed op de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie en volgt de ontwikkeling van de uitvaartkosteninflatie nauwgezet gedurende het jaar.

4.2.7.4 Duurzaamheidsrisico

Onder het duurzaamheidsrisico valt onder andere het risico van klimaatveranderingen. DELA Groep wordt hier zowel direct mee geconfronteerd als indirect via haar beleggingen. In 2023 is de impact van klimaatrisico’s wederom nader geanalyseerd in de ORSA. De risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt, hebben beperkte invloed op de dekkingsgraad, premiestijging en solvabiliteit. Bij de inprijzing van klimaatgerelateerde risico’s zien we dat de dekkingsgraad langer laag blijft en de premiestijging hoger is dan in het basisscenario. De solvabiliteit blijft in de verschillende klimaatscenario’s overeind.

4.2.7.5 Verslaggevingsrisico

Daarnaast heeft DELA Groep te maken met het verslaggevingsrisico. Dit is het risico dat de financiële en niet- financiële rapportages van de onderneming substantieel onjuiste of onvolledige informatie bevatten. Tevens betreft dit het risico dat interne en externe belanghebbenden niet tijdig kennis kunnen nemen van de rapportages. Dit risico wordt binnen DELA Groep onder andere beheerst door maatregelen en procedures die in verschillende beleidsdocumenten zijn vastgelegd en in praktijk worden gebracht, zoals het Beleid externe verslaglegging volgens de richtlijnen van de Jaarverslaggeving (RJ) en het Beleid inzake openbaarmaking SFCR en rapportages aan de toezichthouder.

5. Toelichting op de balans

5.1 Immateriële activa

Verloop
Bedragen x € 1.000   2023 2022    
           
Boekwaarde per 1 januari   134.910  140.940     
           
Investeringen   31.112  17.572     
Afwaarderingen   -2.442  -16.377     
Verwerving als gevolg van acquisities   6.123     
Afschrijvingen   -12.365  -13.348     
           
Boekwaarde per 31 december   151.215  134.910     
Immateriële vaste activa, cumulatief
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Verkrijgingsprijzen   386.842  355.730     
Cumulatieve waardeverminderingen en afschrijvingen   -235.627  -220.820     
           
Boekwaarde per 31 december   151.215  134.910     
Immateriële vaste activa, specificatie
Bedragen x € 1.000 Goodwill Overgenomen verzekerings-portefeuilles Software-systemen Overig Totaal
           
Boekwaarde 31-12-2022 77.349  9.611  46.726  1.224  134.910 
           
Investeringen 4.879  26.233  31.112 
Afwaarderingen -2.442  -2.442 
Afschrijvingen -5.595  -610  -5.855  -305  -12.365 
           
Boekwaarde 31-12-2023 74.191  9.001  67.104  919  151.215 

De investeringen gedurende het boekjaar 2023 hebben voornamelijk betrekking op investeringen in meerdere softwaresystemen. Daarnaast heeft het uitvaartbedrijf in België overnames gedaan.

In 2023 heeft een impairment van € 1,6 miljoen plaatsgevonden op de goodwillpositie van Salarise als gevolg van een aanpassing van toekomstverwachtingen.

Per jaareinde ziet nog € 17,7 miljoen van de goodwillpositie toe op overgenomen Nederlandse en Belgische uitvaartactiviteiten. In 2023 heeft een impairment van € 0,8 miljoen plaatsgevonden. De waardering van deze goodwillpositie ultimo jaareinde is sterk afhankelijk van enerzijds het verwachte rendement alsmede ook de verwachte toekomstige exploitatieresultaten. Indien deze grootheden in de toekomst afwijken van de huidige inschattingen kan dit een effect hebben op de boekwaarde.

5.2 Beleggingen

DELA Groep beheert risicoposities met behulp van periodieke Asset & Liability Management (ALM)–studies met het doel op de lange termijn beleggingsresultaten te realiseren die de interestverplichtingen uit hoofde van verzekeringscontracten en deposito's overtreffen en daarnaast de winstdelingambities waarmaken. De belangrijkste beleggingsdoelstelling in het verzekeringsbedrijf is de maximalisatie van het beleggingsrendement binnen het toegestane risicokader.

5.2.1 Onroerende zaken

Verloop
Bedragen x € 1.000 Ref. 2023 2022    
           
Boekwaarde per 1 januari (voor foutherstel)   521.889  672.637     
Effect foutherstel   73.940  73.246     
Boekwaarde per 1 januari (na foutherstel)   595.829  745.883     
           
Investeringen   23.193  22.137     
Herwaarderingen   -29.691  -43.216     
Herrubricering uitvaartcentra   20.852  694     
Desinvesteringen   -79.226  -129.669     
           
Boekwaarde per 31 december   530.956  595.829     
           
Verkrijgingsprijzen   500.847  540.599     
Cumulatieve waardemutaties   30.109  55.229     
           
Boekwaarde per 31 december   530.956  595.829     

Onroerende zaken betreffen investeringen in direct vastgoed. Op de balans van DELA Groep zijn geen vastgoedbeleggingen opgenomen vanuit operationele leasing waarbij DELA de lessee is. Om een betere geografische spreiding van vastgoedbeleggingen te bewerkstelligen zijn vanaf 2020 delen van de vastgoedportefeuille verkocht en is er geïnvesteerd in internationale vastgoedfondsen (beleggingscategorie: vastgoedfondsen). De waardering van het vastgoed (excl. crematoria en uitvaartcentra) dat ultimo 2023 nog in de portefeuille zit, is in 2023 met circa 6 procent in waarde gedaald. De markthuur steeg voor deze assets met ongeveer 2 procent. Ultimo 2023 bedroeg de totale waarde van deze portefeuille 11.6 keer de markthuur (2022: 14,4 keer).

Over de desinvesteringen is een positief resultaat van € 3,1 miljoen gerealiseerd. Het verkoopresultaat wordt bepaald door het verschil tussen de nettoverkoopopbrengst en de waardering op de balans per verkoopdatum.

De overige onroerende zaken zijn allemaal dienstbaar aan de bedrijfsactiviteiten.

In het volgende overzicht is een verdeling van onroerende zaken naar soort weergegeven.

Onroerende zaken, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Winkels   67.855  152.096     
Woningen   4.020  6.085     
Crematoria   304.724  299.234     
Uitvaartcentra   98.464  73.940     
Kantoren   33.665  35.051     
Parkeerplaatsen   3.410     
Overig   22.228  26.013     
           
Totaal   530.956  595.829     

De beleggingen in winkels bestaan hoofdzakelijk uit winkelpanden op A-1 locaties en winkelcentra verspreid over Nederland.

Overige onroerende zaken hebben betrekking op DOMUSDELA. De fair value van DOMUSDELA Vastgoed en Klooster is in 2023 extern getaxeerd. In 2022 werd het gewaardeerd op basis van de stichtingskosten aangezien er toen nog geen vijf jaar na aanschaf was verstreken en deze periode als opstartfase aangemerkt wordt.

Per 31-12-2023 waren er geen onroerende zaken in ontwikkeling.

Onroerende zaken, bedragen in resultatenrekening
Bedragen x € 1.000   2023 2022    
           
Huurinkomsten   43.298  44.972     
Overige baten en lasten   -25.603  -37.898     
Exploitatiekosten   -13.533  -13.922     
           
Totaal   4.161  -6.848     

De huurcontracten voor commercieel vastgoed worden opgesteld op basis van ROZ-model 2012. Circa 15 procent van de contracten hebben een looptijd en worden automatisch verlengd, als er niet opgezegd wordt. Circa 41 procent van de contracten met looptijd hebben een verlengingsregel van 5 jaar, overige hebben diverse looptijden (meestal 1 of 3 jaar). 11 procent van de contracten loopt voor onbepaalde tijd, op ieder moment opzegbaar met inachtneming van een opzegtermijn van een jaar. Er zijn geen koopopties opgenomen in de contracten.

De negatieve Overige baten en lasten komen voornamelijk voort uit een ongerealiseerde waardedaling van de onroerende zaken. Dit is onderdeel van de beleggingsopbrengsten.

DELA Groep heeft aangaande leegstand een beperkte omvang aan exploitatiekosten.

Contractuele verplichtingen per balansdatum
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Voor nieuwbouw   45  2.210     
Voor herontwikkeling      
           
Totaal   45  2.210     

In de waardebepaling van onroerende zaken zijn schattingen opgenomen. Daarom bestaat er een mate van onzekerheid in de waardering en dient er bij de waardering altijd met een bandbreedte rekening gehouden te worden. De nauwkeurigheid van een taxatie van een courant object wordt geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10 procent (+/ -) van de waarde. Hieronder wordt de waarderingsmethode per categorie onroerende zaak toegelicht.

Waarderingsmethode van winkels, woningen, kantoren en parkeerplaatsen

De waardering van de onroerende zaken wordt onder meer gebaseerd op beschikbare marktgegevens en wordt samengesteld door externe taxateurs. De taxaties worden uitgevoerd conform RICS Taxatiestandaarden en conform het reglement van de NRVT. Zowel de RICS Taxatiestandaarden als het reglement van de NRVT voldoen aan de 'International Valuation Standards' en derhalve voldoen de taxaties hier ook aan. De methode is afhankelijk van het type vastgoed. In de vastgoedportefeuille is de BAR/NAR-methode, de huurwaardekapitalisatiemethode en de Discounted cashflow (DCF) methode gehanteerd. Minimaal één keer in de 3 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld door middel van een full valuation op basis van onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. In de tussenliggende jaren wordt de waarde gebaseerd op een hertaxatie  die ook door de externe deskundigen wordt verricht. De gehele portefeuille is gewaardeerd door de externe taxateur CBRE . De  taxateur beschikt over een ISAE3402 type II verklaring. De verantwoordelijke taxateurs zijn ingeschreven bij het NRVT. De gehanteerde disconteringsvoet ligt tussen de 2 procent en 7 procent, afhankelijk van de gehanteerde risico-opslag die per complex wordt vastgesteld. De Gross initial yield ligt tussen 3,2 procent en 19,1 procent. Indien er definitieve en onvoorwaardelijke overeenstemming is over de verkoop van een onroerende zaak wordt de onroerende zaak gewaardeerd tegen de overeengekomen koopsom.

Winkels

Voor het bepalen van de actuele waarde van de winkels zijn de volgende berekeningsmethoden gehanteerd: de huurwaardekapitalisatiemethode of de DCF-methode. De taxateur maakt een afweging met welke methode hij het best de waarde kan bepalen. Bij winkels wordt voornamelijk de huurwaardekapitalisatiemethode gehanteerd, bij winkelcentra voornamelijk de DCF-methode. Bij de huurwaardekapitalisatiemethode wordt de actuele waarde bepaald aan de hand van de brutomarkthuurwaarde van de verhuurbare vloeroppervlakten van de gebouwen en/of terreinen, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten en gerelateerd aan een onder de huidige marktomstandigheden reëel geacht nettorendement.

Woningen

Voor de bepaling van de actuele waarde van de woningen wordt de DCF-methode gebruikt. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een rendement gedurende een beschouwperiode van 10 jaar. De cashflows bestaan uit huurinkomsten en eventuele uitpondopbrengsten, verminderd met onroerende zaak gebonden zakelijke en andere lasten.

Kantoren

Voor kantoren is het in de markt gangbaar om deze objecten te waarderen op basis van de inkomstenbenadering en de vergelijkingsmethodiek. Derhalve is de waardering tot stand gekomen door middel van een gecombineerde BAR/NAR-DCF rekenmethodiek.

Waarderingsmethode van crematoria

Crematoria worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij crematoria ouder dan 5 jaar de DCF-methode en huurwaardekapitalisatiemethode gebruikt. De gehanteerde discount rates zijn marktconform en liggen tussen 9,25 procent en 10,25 procent. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld. In de tussenliggende jaren wordt de actuele waarde intern vastgesteld. Het extern waarderen vindt roulerend in de tijd over de portefeuille plaats, waardoor jaarlijks altijd een gedeelte van de portefeuille door een onafhankelijke, externe deskundigen is vastgesteld. 

De crematoria jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt. Daarnaast wordt jaarlijks met een intern rekenmodel getoetst of er een bijzondere waardevermindering moet plaatsvinden.

Door het gebrek aan actuele transacties in de markt die gebruikt kunnen worden om het taxatieproces te valideren, heeft het taxeren van onroerende zaken een aanzienlijk verhoogde graad van onzekerheid. In geval er sprake is van verkooptransacties in de periode waarin de jaarrekening wordt opgemaakt waarbij er afwijkingen zijn tussen de verkoopwaarde en de taxatiewaarde, vindt waardering van de onroerende zaak plaats tegen de gerealiseerde verkoopwaarde. Verkoopresultaten en waardeveranderingen van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken worden verwerkt in de resultatenrekening. Via de resultatenrekening worden deze waardeveranderingen, mits deze (op pandniveau) cumulatief positief zijn, verwerkt in de herwaarderingsreserve waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Hierbij wordt rekening gehouden met de oorspronkelijke kostprijs waarbij geen correctie wordt gemaakt voor afschrijvingen.

Waarderingsmethode van uitvaartcentra

De uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn als beleggingsvastgoed aangemerkt. Deze uitvaartcentra worden gewaardeerd tegen de actuele waarde op balansdatum. Voor de bepaling van deze actuele waarde wordt bij uitvaartcentra ouder dan 5 jaar de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast. Minimaal één keer in de 5 jaar wordt de waarde door onafhankelijke, externe deskundigen vastgesteld. In de tussenliggende jaren wordt de actuele waarde intern vastgesteld. Het extern waarderen vindt roulerend in de tijd over de portefeuille plaats, waardoor jaarlijks altijd een gedeelte van de portefeuille door een onafhankelijke, externe deskundigen is vastgesteld.
De uitvaartcentra jonger dan 5 jaar worden gewaardeerd op basis van de stichtingskosten, aangezien deze periode als opstartfase aangemerkt wordt en daarom de beste inschatting is van de actuele waarde.
Waardeveranderingen worden in de resultatenrekening verantwoord. Indien deze waardeveranderingen cumulatief positief zijn, wordt er ten laste van de vrije reserves een herwaarderingsreserve gevormd, waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. Herwaarderingsreserves worden op objectniveau gevolgd.

5.2.2 Deelnemingen

Specificatie
Bedragen x € 1.000 Aandeel in geplaatst kapitaal 31-12-2023 31-12-2022    
           
- Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., Rue des Nutons 329, Charleroi 35% 1.287  1.242     
- Stoppelenburg B.V., Populierenlaan 122a, Krimpen aan den IJssel   712     
- Neo Joule B.V., Sintelstraat 27, Maasbracht 18% 1.400  1.400     
- The Right Meal B.V., Melkpad 49, Hilversum 16% 275     
- Salarise B.V., Hoofdstraat 244, Driebergen-Rijsenburg 25% 657  657     
- Jelsumerhof Beheer B.V., Sem Dresdenstraat 2A, Leeuwarden 25% 198  178     
           
Totaal   3.542  4.464     
Deelnemingen, verloop
Bedragen x € 1.000   2023 2022    
           
Boekwaarde per 1 januari   4.464  3.999     
           
Desinvesteringen   -712     
Resultaat deelneming   65  515     
Dividenduitkeringen   -50     
Afwaarderingen   -275     
           
Boekwaarde per 31 december   3.542  4.464     
  • DELA Funerals Assistance 1 BVBA heeft een 35 procent belang in Société d'Étude et de Service pour la Crémation N.V., een crematorium; 
  • DELA Holding N.V. heeft een 18,4 procent belang in deelneming Neo Joule B.V. Neo Joule B.V. is opgericht voor onderzoek naar andere crematiemethoden;
  • Voor Elkaar Holding N.V. heeft een 25 procent belang in Salarise B.V. Salarise B.V. is een Peer-to-Peer leningsplatform, dat aantrekkelijke aflosbare leningen aanbiedt en oversluit voor mensen met een salaris in dienstverband. DELA Holding N.V. heeft opties om het belang in stappen uit te breiden naar 100 procent;
  • DELA Uitvaartverzorging N.V. heeft een belang van 25 procent in Jelsumerhof Beheer B.V. Jelsumerhof Beheer B.V. is een uitvaartonderneming.

DELA Uitvaartverzorging N.V. heeft haar 20 procent belang in uitvaartonderneming Stoppelenburg B.V. in 2023 verkocht. 

The Right Meal B.V. is in 2023 failliet verklaard. Inmiddels is gebleken dat het bedrijf een doorstart heeft gemaakt. In afwachting van de afwikkeling is deze positie uit voorzichtigheid afgewaardeerd.

5.2.3 Overige financiële beleggingen

Verloop
Bedragen x € 1.000 Boekwaarde 31-12-2022 Aankopen Verkopen en aflossingen Herwaarde-ring en andere mutaties Boekwaarde 31-12-2023
           
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 1.792.117  716.253  -758.931  199.869  1.949.308 
Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 2.226.270  1.361.176  -1.245.236  96.325  2.438.535 
Derivaten 64.574  -49.825  14.749 
Hypothecaire leningen 163.879  3.553  -17.434  177  150.175 
Overige leningen 243.278  109.741  -178.762  13.140  187.397 
Vastgoedfondsen 1.891.058  88.612  -239.478  1.740.192 
Infrastructuurfondsen 1.002.657  64.579  19.811  1.087.047 
Land- en bosbouwfondsen 103.686  143.665  3.196  250.547 
Hypotheekfondsen 298.979  82.563  7.474  389.016 
Beleggingen in liquide middelen 72.667  -657  72.010 
Andere financiële beleggingen 10.894  17.289  535  28.718 
           
Totaal 7.870.059  2.587.431  -2.200.363  50.567  8.307.694 
Overige financiële beleggingen, overige waarderingen
Bedragen x € 1.000     Balans-
waarde
Kostprijs Markt-
waarde
           
Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren     1.949.308  1.575.952  1.949.308 
Obligaties en andere vastrentende waardepapieren     2.438.535  2.546.375  2.438.535 
Derivaten     14.749  14.749 
Hypothecaire leningen     150.175  150.175  146.113 
Overige leningen     187.397  194.815  187.397 
Vastgoedfondsen     1.740.192  1.697.934  1.740.192 
Infrastructuurfondsen     1.087.047  964.773  1.087.047 
Land- en bosbouwfondsen     250.547  248.012  250.547 
Hypotheekfondsen     389.016  436.953  389.016 
Beleggingen in liquide middelen     72.010  72.010  72.010 
Andere financiële beleggingen     28.718  28.308  28.718 
           
Totaal     8.307.694  7.915.307  8.303.632 
Niet-afgedekte valutaposities
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Amerikaanse dollar    1.736.290   1.636.057     
Hong Kong dollar    124.586   146.125     
Zuid-Koreaanse won    88.647   64.138     
Braziliaanse real    84.819   76.779     
Nieuwe Taiwanese dollar    67.776   56.703     
Indiase roepie    61.605   54.409     
Australische dollar    58.220   65.739     
Overig    515.707   494.336     
           
Totaal    2.737.650   2.594.286     

Aandelen en obligaties
Alle aandelen en obligaties zijn beursgenoteerd. 

De modified duration is een maat voor de rentegevoeligheid. De modified duration van de obligaties en andere leningen bedraagt gemiddeld 5,2.

Aandelen, geografisch verdeeld
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Azië-Pacific   32,8% 33,4%    
Europa   25,6% 25,9%    
Noord-Amerika   36,0% 34,4%    
Latijns-Amerika   3,3% 3,7%    
Midden-Oosten   2,4% 2,7%    
           
Totaal   100,0% 100,0%    
Aandelen, verdeling naar sector
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Informatie Technologie   20,3% 15,9%    
Financiële instellingen   18,9% 17,7%    
Luxe consumentengoederen   12,3% 11,9%    
Industrie   11,7% 11,2%    
Gezondheidszorg   9,1% 10,3%    
Consumptiegoederen   6,7% 8,6%    
Communicatiediensten   6,6% 6,5%    
Energie   5,4% 5,7%    
Grondstoffen   4,6% 6,2%    
Vastgoed   2,6% 3,0%    
Nutsbedrijven   1,8% 3,0%    
           
Totaal   100,0% 100,0%    
Vastrentende waardepapieren, verdeling naar rating
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
AAA   31,7% 27,5%    
AA   14,6% 13,2%    
A   6,8% 6,5%    
BBB   16,6% 17,6%    
< BBB   21,9% 25,0%    
Overige   8,4% 10,3%    
           
Totaal   100,0% 100,0%    

Derivaten
De waardering van de derivaten (valutatermijn contracten) vindt plaats op basis van de ‘mark-to-model’ benadering. De gemiddelde resterende looptijd van deze contracten bedraagt 7 weken.

Hypothecaire leningen
De hypothecaire leningen betreffen directe investeringen in hypotheken, alle met NHG verstrekt. De actuele waarde van de hypothecaire leningen bedraagt € 146,1 miljoen. De actuele waarde van de onderpanden op de hypothecaire leningen bedraagt € 335,8 miljoen per eind 2023. 

Overige leningen
Binnen de leningen is per 31 december 2023 een lening opgenomen ter hoogte van € 3,5 miljoen met een vast rentepercentage van 3 procent. Voor deze lening is een zekerheid verworven middels pandrecht op alle uitstaande aandelen van de betreffende tegenpartij en een borgstelling ter hoogte van € 0,5 miljoen. 

In 2023 heeft Voor Elkaar Holding N.V. (VEH) een converteerde lening verstrekt aan Prikkl ter grootte van € 1 miljoen. De vergoeding over de lening bedraagt een vaste rente van 6 procent en loopt tot 2027. In 2027 heeft VEH de optie om de lening om te zetten in een aandelenbelang. Daarnaast zijn er in de overeenkomst nog 2 call opties op aandelen opgenomen. De waarde van het conversierecht en de call opties zijn niet berouwbaar te bepalen. Hierdoor zijn deze uit voorzichtigheid op € 0 gewaardeerd.

In 2023 heeft VEH een converteerde lening verstrekt aan Salarise ter grootte van € 0,9 miljoen. De vergoeding over de lening bedraagt een vaste rente van 6 procent en loopt tot 2028. In 2028 heeft VEH de optie om de lening om te zetten in een aandelenbelang. De waarde van het conversierecht is niet betrouwbaar te bepalen. Hierdoor is deze uit voorzichtigheid op € 0 gewaardeerd.

Vastgoedfondsen 
De vastgoedfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de vastgoedfondsen betreft de reële waarde, waarbij de DCF-methode is gehanteerd. Deze waardering wordt van de fondsmanagers overgenomen en betreft de waarderingsmethode die ook gebruikt wordt bij het verhandelen van eigendomsstukken. De waardering voldoet aan algemene aanvaardbare waarderingsmethodes. Deze waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. Van de meeste fondsen ontvangen wij een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij de door het fonds gehouden investeringen.

Infrastructuurfondsen en land- en bosbouwfondsen
De infrastructuurfondsen en land- en bosbouwfondsen zijn niet-beursgenoteerd. De waardering van de fondsen betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij waardering van de fondsen is de DCF-methode gehanteerd. Bij de waardering van de fondsen worden de lokale boekhoudstandaarden gehanteerd. Vastgesteld is dat deze standaarden slechts marginaal van elkaar afwijken. De waardering wordt uitgevoerd door een externe taxateur/waardeerder. We ontvangen van de meeste fondsen een ISAE3402 Type II rapport of equivalent daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de waardering of jaarrekening van de fondsen wordt voor een aantal fondsen pas ontvangen nadat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de door fondsmanagers verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij de door het fonds gehouden investeringen.

Hypotheekfondsen 
Het hypothekenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in niet-NHG hypotheken. De waardering van het hypothekenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de waardering van het hypothekenfonds is de DCF-methode gehanteerd. Het fonds past lokale boekhoudstandaarden toe die door DELA geëvalueerd worden op toepasbaarheid binnen de eigen waarderingsgrondslagen. De waardering wordt intern uitgevoerd en getoetst door de externe accountant van het fonds. We ontvangen een ISAE3402  Type II rapport daarvan. De controleverklaring van de externe accountant bij de jaarrekening van het fonds wordt ontvangen voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld. Analyse heeft uitgewezen dat er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

Per balansdatum bedraagt de loan-to-value 70,1 procent (2022: 66,7 procent). 

Beleggingen in liquide middelen 
Beleggingen in liquide middelen hebben betrekking op vorderingen en schulden die direct verband houden met de beleggingsportefeuilles met een afgegeven mandaat aan de vermogensbeheerder. Het betreft met name geldposities in de verschillende FGR's (Fonds Gemene Rekening).

Overige financiële beleggingen
De onder de Overige financiële beleggingen opgenomen bedragen hebben betrekking op de kunstcollectie, belangen in niet-beursgenoteerde participatiemaatschappijen en een leningenfonds. De kunstcollectie is tegen kostprijs of lagere marktwaarde gewaardeerd. Ultimo 2023 bedraagt deze € 4,1 miljoen (2022: € 3,8 miljoen). De marktwaarde van participatiemaatschappijen is gebaseerd op de DCF-methode.

Het leningenfonds is niet-beursgenoteerd en bestaat uit investeringen in bedrijfsleningen. De waardering van het leningenfonds betreft de reële waarde en wordt van de fondsmanagers overgenomen. Bij de reële waardering van het leningenfonds zijn de standaarden gehanteerd die aansluiten bij IFRS en US GAAP. DELA heeft vastgesteld dat deze standaarden slechts marginaal afwijken van de DELA-grondslagen. De waardering wordt uitgevoerd door een externe waardeerder. We ontvangen van het fonds een ISAE3402 Type II rapport. Voordat de jaarrekening van DELA Groep is vastgesteld ontvangt DELA in ieder geval een controleverklaring van de accountant waarmee  er voldoende zekerheid bestaat over de betrouwbaarheid van de verantwoorde waarderingen, er blijft echter in beperkte mate sprake van schattingsonzekerheden die van nature aanwezig zijn bij door het fonds gehouden investeringen.

Securities lending 
DELA Groep leent aandelen en obligaties uit. Om het risico voor DELA Groep te beperken, dienen de leners hiervoor onderpand (collateral) te storten. Hierbij is cash-collateral niet toegestaan en aan de lenende partijen worden strenge eisen gesteld. Om het risico verder te beperken worden de volgende aanvullende restricties opgelegd:

  • alleen tegenpartijen met een rating van minimaal A- volgens S&P;
  • onderpand alleen staatsobligaties van OECD-landen met een rating van minimaal AA- volgens S&P;
  • de marktwaarde van het onderpand dient minimaal 102 procent te bedragen van de marktwaarde van de uitgeleende effecten;
  • aandelen op onze engagementlijst worden niet uitgeleend. Engagement is het proces waarbij actief gebruik gemaakt wordt van rechten als aandeelhouder.

De marktwaarde van de uitgeleende stukken per 31-12-2023 bedraagt € 408,4 miljoen (2022: € 518,6 miljoen). De waarde van het onderpand bedraagt € 421,8 miljoen (2022: € 536,2 miljoen).

5.3 Vorderingen

Specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Latente belastingvorderingen   116.498  82.893     
Vennootschapsbelasting   81.945  40.757     
Belastingen en premies sociale verzekeringen   26.215  11.185     
Leningen u/g bestuur   85  107     
Debiteuren   20.326  17.541     
Vorderingen uit verzekeren   -279  -251     
Overige vorderingen   16.009  31.195     
           
Totaal   260.799  183.427     

De overige vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar, behalve de latente belastingvorderingen en de leningen u/g bestuur.

Op de latente belastingposities wordt saldering toegepast. In de tabel hieronder is een specificatie gegeven van de verschillende latente posities die gezamenlijk gepresenteerd zijn op de actiefzijde van de balans, waarbij als gevolg van saldering ook negatieve bedragen in zijn opgenomen.

Latente belastingvorderingen, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
Inzake andere fiscale waardering van:          
- technische voorziening   100.024  109.308     
- verliesverrekening voorgaande jaren   86.218     
- eerste kosten   37.199  38.222     
- effecten   -31.554  55.309     
- onroerende zaken   -78.822  -117.581     
- overig   3.433  -2.365     
           
Totaal   116.498  82.893     

Als gevolg van een negatieve fiscaal resultaat is er in 2023 een verlieslatentie ontstaan. Door een stijging van de reële waarde van de beleggingen in boekjaar 2023 zijn de actieve latenties op effecten gewijzigd in passieve latenties.

Leningen u/g bestuur
De in artikel 2:383 lid 2 BW bedoelde hypothecaire lening aan een bestuurder bedraagt € 85.000 (2022: € 107.000). Van de lening aan de bestuurder is € 85.000 (2022: € 107.000) verstrekt tegen 3 procent. In 2024 is deze lening volledig afgelost.

5.4 Overige activa

Onroerende zaken in eigen gebruik, verloop
Bedragen x € 1.000   2023 2022    
           
Boekwaarde per 1 januari (voor foutherstel)   96.116  99.580     
Effect foutherstel op waardering   27.819  21.516     
Effect foutherstel op rubricering   -73.940  -73.246     
Boekwaarde per 1 januari (na foutherstel)   49.995  47.850     
           
Investeringen   5.726  3.752     
Herwaarderingen   -970  2.825     
Herrubricering uitvaartcentra   -20.852  -694     
Verwerving als gevolg van acquisitie   45     
Desinvesteringen   -1.383  -2.457     
Afschrijvingen   -519  -1.326     
           
Boekwaarde per 31 december   31.998  49.995     
           
Aanschafwaarde   117.768  134.276     
Afschrijvingen en herwaarderingen   -85.770  -84.281     
           
Boekwaarde per 31 december   31.998  49.995     

Over de desinvesteringen is een boekverlies van € 232.000 gerealiseerd (2022: boekverlies € 22.000).

Overige vaste bedrijfsmiddelen, verloop
Bedragen x € 1.000   2023 2022    
           
Boekwaarde per 1 januari   26.025  26.198     
           
Investeringen   11.616  7.621     
Verwerving als gevolg van acquisities   134     
Desinvesteringen   -1.087  -1.080     
Afschrijvingen   -5.612  -6.848     
           
Boekwaarde per 31 december   30.942  26.025     
           
Aanschafwaarde   165.873  155.344     
Cumulatieve afschrijvingen   -134.931  -129.319     
           
Boekwaarde per 31 december   30.942  26.025     

Over de desinvesteringen is een boekwinst van € 17.000 gerealiseerd (2022: boekverlies € 330.000).

5.5 Groepsvermogen

Verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Boekwaarde per 1 januari (voor foutherstel)   1.037.582  1.778.413     
Effect foutherstel   19.979  15.148     
Boekwaarde per 1 januari (na foutherstel)   1.057.561  1.793.561     
           
Resultaat na belastingen   -54.295  -736.270     
Overige waardemutaties   10  270     
           
Boekwaarde per 31 december   1.003.276  1.057.561     

Het totaalresultaat over het boekjaar bedraagt - € 54.285.000

5.6 Aandeel derden

Verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Boekwaarde per 1 januari   3.164  3.229     
           
Resultaat na belastingen   -29  -177     
Overige mutaties   -2.244  112     
           
Boekwaarde per 31 december   891  3.164     

De overige mutatie van het aandeel derden betreft de uitbreiding van het aandeel UNC van 70 naar 100 procent in 2023. 

5.7 Solvabiliteit

DELA Groep bepaalt de solvabiliteit op basis van Solvency II. Dat zijn Europese rekenregels waarbij voor het bepalen van de solvabiliteit rekening wordt gehouden met de risico’s die in de balans van de verzekeraar zijn opgenomen. DELA Groep hanteert het zogeheten standaardmodel Solvency II voor haar berekeningen. Hierbij wordt uitgegaan van de door de Europese toezichthouder EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur (inclusief Ultimate Forward Rate) per ultimo 2023. Het minimaal noodzakelijk geachte solvabiliteitspercentage is intern vastgesteld op 150 procent.

Solvabiliteit (op basis van Solvency II-richtlijnen)
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Vereiste solvabiliteit   1.236.505  1.216.049     
Aanwezige solvabiliteit   2.574.915  2.751.276     
Solvabiliteitsratio   208% 226%    

De Solvency II-ratio is weliswaar gedaald maar nog steeds robuust te noemen. Voor het verloop van de solvabiliteitsratio in 2023 wordt verwezen naar het hoofdstuk Onze financiën in het jaarverslag. 

Voor een nadere toelichting op de totstandkoming van de solvabiliteitsratio's wordt verwezen naar de SFCR-rapportage (solvabiliteit en financiële toestand) die gepubliceerd is op de website van DELA.

5.8 Voorzieningen

Verloop
Bedragen x € 1.000 Boekwaarde 31-12-2022 Dotatie Onttrekking Overige waardemutaties Boekwaarde 31-12-2023
           
Voorziening latente belastingverplichtingen 7.946  18.118  26.064 
Voorziening pensioenen 60  -60 
Voorziening ambtsjubilea 1.323  142  -77  1.388 
Overige voorzieningen 302  208  510 
           
Totaal 9.631  18.468  -77  -60  27.962 

De voorzieningen hebben een overwegend langlopend karakter.

Op de latente belastingposities wordt saldering toegepast. In de tabel hieronder is een specificatie gegeven van de verschillende latente posities die gezamenlijk gepresenteerd zijn op de pasiefzijde van de balans, waarbij als gevolg van saldering ook negatieve bedragen in zijn opgenomen.

Latente belastingen, specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
Inzake andere fiscale waardering van:          
- onroerende zaken   447  -348     
- verliesverrekening voorgaande jaren   -14.945  -16.625     
- eerste kosten   15.867  15.309     
- effecten   24.096  7.581     
- overig   599  2.029     
           
Totaal   26.064  7.946     

5.9 Technische voorzieningen

Specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Bruto technische voorzieningen   8.134.587  7.663.848     
Herverzekeringsdeel   -14.228  -25.281     
Overrentedeling   17.206     
Toegerekende acquisitiekosten   -116.165  -106.833     
           
Totaal   8.021.400  7.531.734     
Technische voorziening, verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Boekwaarde per 1 januari   7.531.734  7.172.311     
           
- Uit premies   561.051  523.206     
- Interest   189.851  178.840     
- Winstdeling   249.224  43.654     
- Uitkeringen   -294.417  -201.332     
- Deelpremie voor overlijden   -187.990  -175.760     
- Onttrekking voor kosten   -18.442  -17.914     
- Overige mutaties   -279  -898     
- Toegerekende acquisitiekosten   -9.332  -10.355     
- Acquisitie   19.982     
           
Boekwaarde per 31 december   8.021.400  7.531.734     

Nagenoeg de totale technische voorziening is als langlopend te beschouwen. De modified duration betreft 36,0. 

Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen en de uitkeringen waartoe DELA Groep uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, worden in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen.

De voorzieningen voor het levenrisico zijn in beginsel gebaseerd op tariefgrondslagen en dat zijn doorgaans bevolkingssterfetafels, een vaste rekenrente en kostenparameters voor eerste en doorlopende kosten.

Financiële grootheden levensverzekeringen 2023
Bedragen x € 1.000 Jaarpremie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen Aantal verzekerden
           
Uitvaartverzekering 633.350  30.849.723    7.593.849  4.978.491 
Spaarverzekering 36.064  462.710  420.646  420.646  53.157 
Overlijdensrisicoverzekering 62.553  47.292.139    120.092  509.585 
Herverzekering       -14.228   
Overrentedeling       17.206   
Toegerekende acquisitiekosten       -116.165   
           
Totaal 731.967  78.604.572  420.646  8.021.400  5.541.233 

De toename van de jaarpremie en het verzekerd kapitaal komt mede doordat DELA Groep in 2022 een Duitse verzekeringsportefeuille heeft overgenomen.

Financiële grootheden levensverzekeringen 2022
Bedragen x € 1.000 Jaarpremie Verzekerd kapitaal Opgebouwd saldo Voorziening verzekerings-verplichtingen Aantal verzekerden
           
Uitvaartverzekering 589.388  28.904.875  7.100.925  4.928.579 
Spaarverzekering 43.465  506.381  460.401  460.401  55.136 
Overlijdensrisicoverzekering 57.527  43.558.706  102.522  505.747 
Herverzekering       -25.281   
Toegerekende acquisitiekosten -106.833 
           
Totaal 690.380  72.969.962  460.401  7.531.734  5.489.462 
Toegerekende acquisitiekosten, verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Boekwaarde per 1 januari   106.833  96.478     
           
Toegerekend   27.265  26.126     
Afgeschreven   -17.933  -15.771     
           
Boekwaarde per 31 december   116.165  106.833     

Toerekening van acquisitiekosten heeft betrekking op betaalde provisies in België en Duitsland. Voor de Nederlandse verzekeringsportefeuille vindt alleen nog afschrijving plaats op betaalde provisie van voor 1 januari 2013. 

5.10 Toereikendheidstoets

De toereikendheidstoets betreft een toets van de technische voorziening waarbij wordt aangetoond dat deze toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. De toets houdt in dat de balansvoorziening verminderd met hiermee verband houdende toegerekende acquisitiekosten en immateriële activa wordt vergeleken met een voorziening die rekening houdt met actuele inschattingen van alle toekomstige kasstromen en met toekomstige ontwikkelingen. In deze kasstromen zijn de winstdeling en premiemaatregel begrepen. Bij deze actuele schatting zijn onzekerheidsmarges in acht genomen zoals voorgeschreven in Richtlijn 605 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Indien deze actuele schatting lager uitkomt dan de aanwezige technische voorziening, kan gesteld worden dat de aanwezige balansvoorziening toereikend is om de toekomstige verplichtingen jegens de polishouders te voldoen.

Jaarlijks wordt deze toereikendheidstoets op de totale portefeuille verzekeringsverplichtingen uitgevoerd. Een eventueel tekort wordt onmiddellijk ten laste van de resultatenrekening gebracht door in eerste instantie de toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles af te boeken, eventueel gevolgd door een afboeking van de toegerekende acquisitiekosten en vervolgens voor zover noodzakelijk een aanvullende voorziening te treffen. Afboekingen op toegerekende acquisitiekosten of toekomstige winstmarges in overgenomen portefeuilles als gevolg van deze toets worden in latere jaren niet meer teruggenomen. In het verleden zijn er geen afboekingen geweest.

Veronderstellingen toereikendheidstoets
Disconteringsvoet Gebaseerd op door EIOPA gepubliceerde rentetermijnstructuur, waarbij rekening is gehouden met de Ultimate Forward Rate (UFR) per 31 december 2023.
Winstdeling Er is sprake van volledige winstdeling indien de dekkingsgraad, ofwel de marktwaarde van de beleggingen uitgedrukt in procenten van de marktwaarde van de reeds toegekende verplichtingen, hoger is dan 210 procent. Indien de dekkingsgraad 120 procent of lager is, dan is er geen winstdeling. Tussen 120 procent en 210 procent is de winstdeling naar evenredigheid.
Premiemaatregel Indien zowel de 20-jaars swaprente volgens de hierboven omschreven rentetermijnstructuur lager is dan 1 procent en als de dekkingsgraad lager is dan 120 procent, wordt er een extra premieverhoging gevraagd. De extra premieverhoging bereikt de maximale waarde bij een rente van - 1 procent.
Verwachte sterfte Gebaseerd op de prognosetafel 2022 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap voor Nederland, de prognosetafel 2020 van het Instituut van de Actuarissen in België voor België en de sterftetafel 2008T van de Deutschen Aktuarvereinigung voor Duitsland. De sterftekansen uit deze bevolkingstafels zijn gecorrigeerd op basis van portefeuillestatistieken.
Onnatuurlijk verval Ervaringskansen per homogene risicogroep op basis van de eigen portefeuille.
Kosten De kosten per dekking zijn voor zowel Nederland als België bepaald op basis van de begroting 2024 en beleggingskosten die passen bij de verwachte beleggingsmix in 2024.
Garanties Reële waarde.

Het totaal van de technische voorzieningen laat bij de uitgevoerde toereikendheidstoets per ultimo 2023 op actuele waarde een overwaarde van € 2,3 miljard zien. Dit is nagenoeg gelijk aan vorig jaar. De uitkomsten van de toereikendheidstoets zijn op het niveau van DELA Natura (inclusief het Belgische en Duitse bijkantoor) uitgevoerd.

5.11 Langlopende schulden

Specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Depot herverzekeraars   6.939  18.462     
Depositofonds   142.738  139.941     
Geldleningen o/g extern lang   8.570  8.948     
Overig   1.207  1.208     
           
Langlopende schulden   159.454  168.559     

Onder de rubriek overig is een langlopende verplichting opgenomen vanuit een verlieslatend contract.

5.11.1 Depot herverzekeraars

De schulden aan herverzekeraars maken deel uit van een arrangement en hebben een langlopend karakter. De herverzekeraar is verplicht het herverzekerd belang in contanten bij de verzekeraars van DELA Groep te deponeren. Over het depot wordt een rente vergoed van 3 procent tot 4,5 procent per jaar (2022: 3 procent tot 4,5 procent).

Depot herverzekeraars, verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Stand per 1 januari   18.462  17.359     
           
Ontvangen stortingen   1.114  1.103     
Afkoop herverzekeringscontract   -12.637       
           
Boekwaarde per 31 december   6.939  18.462     

In 2023 is een herverzekeringscontract die betrekking had op een inactieve portefeuille afgekocht. Het bijbehorende depot is daardoor ook teruggestort.

5.11.2 Depositofonds

Dit betreft stortingen door cliënten ten behoeve van de toekomstige verzorging van de uitvaart. Deze deposito’s worden uitgekeerd bij overlijden. Hierdoor heeft deze post een overwegend langlopend karakter.

Schulden uit hoofde van het depositofonds, verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Stand per 1 januari   139.941  141.547     
           
Bijgeschreven rente   6.098  3.756     
Ontvangen stortingen   5.178  5.346     
Afkopen   -777  -744     
Verwerving als gevolg van acquisities   138     
Uitkeringen   -7.840  -9.964     
           
Boekwaarde per 31 december   142.738  139.941     

De rentevergoeding over het depositofonds wordt jaarlijks gebaseerd op de ECB-depositorente per 31 december van het betreffende jaar plus 0,75 procent, met een minimumvergoeding van 2,5 procent tot 6,0 procent per jaar afhankelijk van ingangsdatum en het ingelegde bedrag.

De rentevergoeding voor de van voormalig-Yarden overgenomen deposito's bedroeg in 2023 0,44 procent (2022: 0,01 procent).

5.11.3 Geldleningen

Het betreft leningen die door dochterondernemingen aangegaan zijn. De van toepassing zijnde rentepercentages variëren van 1 procent tot 4 procent.

Geldleningen, verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Stand per 1 januari   8.948  12.332     
           
Verwerving als gevolg van acquisities   -37  74     
Aflossingen   -341  -3.458     
           
Boekwaarde per 31 december   8.570  8.948     

Van de geldleningen heeft € 0,2 miljoen een looptijd korter dan een jaar, € 1,6 miljoen een looptijd tussen 1 en 5 jaar en € 6,7 miljoen een looptijd langer dan 5 jaar.

5.12 Kortlopende schulden

Specificatie
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Vooruitontvangen premies   74.414  68.371     
Crediteuren   8.759  9.229     
Vennootschapsbelasting   17.765  26.371     
Overige belastingen en sociale lasten   15.430  4.435     
Nog te betalen uitkeringen   70.648  67.796     
Kortlopend deel langlopende schulden   90  98     
Overige schulden en overlopende passiva   52.769  58.335     
           
Boekwaarde per 31 december   239.875  234.635     

Grafonderhoud (inbegrepen in de post Overige schulden en overlopende passiva)
De overlopende post (groot € 6,6 miljoen) wordt bepaald op basis van de vooruitontvangen opbrengsten uit hoofde van afgesloten onderhoudsovereenkomsten inzake het onderhoud van grafmonumenten en het verwachte toekomstige verlies van de op balansdatum afgesloten onderhoudscontracten. Oude contracten worden gedurende een looptijd van 15 jaar lineair afgeschreven. Nieuwe contracten worden afgeschreven in overeenstemming met de looptijd van het contract.

5.13 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

5.13.1 Aansprakelijkheidsstelling

Door DELA coöperatie is ten behoeve van de meeste in de consolidatie betrokken dochterondernemingen een aansprakelijkheidsstelling afgegeven zoals bedoeld in artikel 2:403 BW. De betreffende dochterondernemingen zijn opgenomen in paragraaf 1.2.

5.13.2 Garantiestelling terrorisme

Uit hoofde van de deelname aan de collectieve verzekering van de Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden N.V. bestaat een voorwaardelijke verplichting van terreurschaden voor een bedrag van maximaal € 2,1 miljoen. Er heeft zich in het boekjaar geen terreurschade binnen deze overeenkomst voorgedaan.

5.13.3 Bankgaranties

Binnen DELA Groep zijn in totaal voor € 0,1 miljoen aan bankgaranties afgegeven. Hoofdzakelijk zijn deze afgegeven bij huurcontracten met externe partijen.

5.13.4 Meerjarige financiële verplichtingen

Specificatie
Bedragen x € 1.000 Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar    
           
Huurverplichtingen 1.781  5.591  3.397     
Leaseverplichtingen 3.316  7.100     

5.13.5 Kredietfaciliteiten

DELA Groep heeft een kredietfaciliteit bij Northern Trust met een maximum van € 100 miljoen of 10 procent van de waarde van de effecten die in bewaring zijn gegeven. Het onderpand bestaat dan ook uit de effecten die bij Northern Trust in bewaring liggen. Het verschuldigde rentepercentage betreft het ESTER-rentetarief plus een opslag van 1,25 procent.

DELA Groep heeft een kredietfaciliteit bij Rabobank met een maximum van € 4 miljoen. Het verschuldigde rentepercentage betreft het EONIA-rentetarief plus een opslag van 1,6 procent.

5.13.6 Investeringsverplichting

DELA Groep is in 2023 geen nieuwe overeenkomsten aangegaan voor investeringen in infrastructuurfondsen. Ultimo 2023 zijn de resterende investeringsverplichtingen met diverse tegenpartijen € 11,1 miljoen en $ 43,3 miljoen (per balansdatum omgerekend € 39,2 miljoen).

DELA Groep is in 2023 geen nieuwe overeenkomsten aangegaan voor investeringen in vastgoedfondsen. Ultimo 2023 zijn de resterende investeringsverplichtingen € 76,0 miljoen.

DELA Groep is in 2023 met een tegenpartij overeengekomen om € 100 miljoen te investeren in land- en bosbouwfondsen. Ultimo 2023 zijn de resterende investeringsverplichtingen € 108,1 miljoen en $ 57,7 miljoen (per balansdatum omgerekend € 52,3 miljoen).

DELA Groep is in 2023 met een tegenpartij overeengekomen om € 200 miljoen te investeren in een leningenfonds. Ultimo 2023 is de resterende investeringsverplichting € 186,6 miljoen.

Ultimo 2023 is er geen resterende investeringsverplichting in ASR Hypotheekfonds.

5.13.7 Toekomstige contractuele huurinkomsten

DELA Groep heeft uit hoofde van lopende huurovereenkomsten recht op toekomstige huuropbrengsten.

Toekomstige contractuele huurinkomsten
Bedragen x € 1.000 Korter dan één jaar Tussen één en vijf jaar Langer dan vijf jaar    
           
Huurinkomsten 7.130  19.675  22.556     

5.13.8 Fiscale eenheid

Binnen DELA Groep zijn fiscale eenheden samengesteld voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB) in zowel Nederland als België. Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde belastingen. In de tabel hieronder wordt de samenstelling van deze fiscale eenheden weergegeven.

Samenstelling fiscale eenheden
  VPB Nederland OB Nederland VPB België OB België
         
DELA Coöperatie U.A. Ja Ja Nee Nee
DELA Holding N.V. Ja Ja Nee Nee
DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. Ja Ja Nee Nee
DELA Vastgoed B.V. Ja Ja Nee Nee
DELA Hypotheken B.V. Ja Ja Nee Nee
DELA Crematoria Groep B.V. Ja Ja Nee Nee
DomusDELA Vastgoed B.V. Ja Ja Nee Nee
DomusDELA Klooster B.V. Ja Ja Nee Nee
DomusDELA Exploitatie B.V. Ja Ja Nee Nee
DELA Uitvaartverzorging N.V. Ja Ja Nee Nee
DELA Depositofonds B.V. Ja Ja Nee Nee
DELA US Investments B.V. Ja Ja Nee Nee
Begraafbeheer B.V. Ja Ja Nee Nee
DELA Depositary & Asset Management B.V. Ja Ja Nee Nee
Voor Elkaar Holding B.V. Ja Ja Nee Nee
Fello B.V. Ja Ja Nee Nee
Crematorium La Grande Suisse B.V. Nee Nee Nee Nee
Exploitatie crematorium La Grande Suisse B.V. Nee Nee Nee Nee
Begraafplaatsen & Crematorium Almere B.V Nee Nee Nee Nee
Exploitatie Maatschappij Yarden - Eefting B.V. Nee Nee Nee Nee
Uitvaartcentrum Zwolle B.V. Nee Nee Nee Nee
DELA Holding Belgium N.V. Nee Nee Ja Ja
Crematorium Brugge N.V. Nee Nee Ja Ja
Crematorium Vilvoorde N.V. Nee Nee Ja Ja
Hainaut Crémation SA Nee Nee Nee Ja
DELA Funerals Assistance 1 BVBA Nee Nee Nee Ja
DELA Natura-en levensverzekeringen N.V. filiaal België Nee Nee Ja Ja
DELA Vastgoed België N.V. Nee Nee Nee Ja
DELA Enterprise N.V. Nee Nee Ja Ja
DELA Investment Belgium N.V. Nee Nee Ja Nee

5.14 Gebeurtenissen na balansdatum

Na balansdatum hebben zich geen gebeurtenissen voorgedaan die vermeld dienen te worden die onontbeerlijk zijn voor het inzicht van de jaarrekening respectievelijk belangrijke financiële gevolgen hebben.

6. Toelichting op de resultatenrekening

6.1 Opbrengsten

Specificatie
Bedragen x € 1.000     2023    2022 
           
Premieopbrengsten          
Premieopbrengsten Nederland   480.749    487.609   
Premieopbrengsten België   161.889    146.089   
Premieopbrengsten Duitsland   70.063    35.313   
      712.701    669.011 
Omzet uitvaartbedrijf          
Omzet uitvaartbedrijf Nederland   312.060    303.408   
Omzet uitvaartbedrijf België   71.624    66.541   
    383.684    369.949   
Interne omzet   -195.841    -178.173   
      187.843    191.776 
           
Bruto beleggingsresultaat     373.710    -805.658 
           
Overige omzet     757    39 
           
Totaal     1.275.011    55.168 

Van de totale premieopbrengsten in 2023 bestaat € 7,5 miljoen uit koopsommen (2022: € 11,6 miljoen).

6.2 Beleggingsresultaten

Gerealiseerde en ongerealiseerde netto beleggingsresultaten, specificatie 2023
Bedragen x € 1.000 Gerealiseerde winst Gerealiseerd verlies Ongerealiseerd resultaat Beheerskosten Totaal
           
Onroerende zaken (a) 17.489  -19.417  20.622  -22.550 
           
Deelnemingen (b) 193  -193 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 203.474  159.611  204.817  6.440  242.240 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 110.419  169.078  230.277  2.330  169.288 
- Derivaten 134.173  58.634  -49.817  442  25.280 
- Hypothecaire leningen 5.046  533  4.513 
- Overige leningen 21.942  4.672  13.321  1.367  29.224 
- Vastgoedfondsen 54.659  591  -235.040  38  -181.010 
- Infrastructuurfondsen 34.682  18.250  52.932 
- Land- en bosbouwfondsen 1.903  6.194  8.097 
- Hypothekenfondsen 8.067  29  7.474  15.512 
- Andere financiële beleggingen 1.494  3.424  535  5.290  -6.685 
  575.859  396.039  196.011  16.440  359.391 
           
Netto beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 593.348  396.232  176.594  37.062  336.648 
Gerealiseerde en ongerealiseerde netto beleggingsresultaten, specificatie 2022
Bedragen x € 1.000 Gerealiseerde winst Gerealiseerd verlies Ongerealiseerd resultaat Beheerskosten Totaal
           
Onroerende zaken (a) 24.639  -13.273  18.997  -7.631 
           
Deelnemingen (b) 471  -44  515 
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 453.644  203.652  -619.164  5.912  -375.084 
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 171.340  224.229  -364.846  4.003  -421.738 
- Derivaten 73.925  304.021  105.416  436  -125.116 
- Hypothecaire leningen 6.718  946  5.772 
- Overige leningen 17.894  7.784  -24.712  1.149  -15.751 
- Vastgoedfondsen 50.112  439  29.192  337  78.528 
- Infrastructuurfondsen 28.528  50.048  242  78.334 
- Land- en bosbouwfondsen -660  -660 
- Hypothekenfondsen 4.093  -304  -58.310  -53.913 
- Andere financiële beleggingen 64  308  -692  3.787  -4.724 
  806.318  740.129  -883.728  16.812  -834.351 
           
Netto beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 831.428  740.085  -897.001  35.809  -841.467 

Ongerealiseerde resultaten geven de wijzigingen van de marktwaarde in het boekjaar weer van de beleggingen (inclusief valuta-effecten) die op balansdatum in bezit zijn. Alle overige beleggingsopbrengsten worden toegerekend aan de gerealiseerde beleggingsopbrengsten.

Directe en indirecte netto beleggingsresultaten, specificatie 2023
Bedragen x € 1.000 Direct Indirect Totaal    
           
Onroerende zaken (a) -6.188  -16.362  -22.550     
           
Deelnemingen (b) -193  -193     
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 42.528  199.712  242.240     
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 71.373  97.915  169.288     
- Derivaten -442  25.722  25.280     
- Hypothecaire leningen 4.513  4.513     
- Overige leningen 18.446  10.778  29.224     
- Vastgoedfondsen 54.355  -235.365  -181.010     
- Infrastructuurfondsen 33.122  19.810  52.932     
- Land- en bosbouwfondsen 1.903  6.194  8.097     
- Hypothekenfondsen 8.067  7.445  15.512     
- Andere financiële beleggingen -3.796  -2.889  -6.685     
  230.069  129.322  359.391     
           
Netto beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 223.688  112.960  336.648     
Directe en indirecte netto beleggingsresultaten, specificatie 2022
Bedragen x € 1.000 Direct Indirect Totaal    
           
Onroerende zaken (a) -2.130  -5.501  -7.631     
           
Deelnemingen (b) 515  515     
           
Overige financiële beleggingen (c):          
- Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren 61.113  -436.197  -375.084     
- Obligaties en andere vastrentende waardepapieren 81.707  -503.445  -421.738     
- Derivaten -436  -124.680  -125.116     
- Hypothecaire leningen 5.772  5.772     
- Overige leningen 14.198  -29.949  -15.751     
- Vastgoedfondsen 49.720  28.808  78.528     
- Infrastructuurfondsen 28.528  49.806  78.334     
- Land- en bosbouwfondsen -660  -660     
- Hypothekenfondsen 4.402  -58.314  -53.912     
- Andere financiële beleggingen -1.843  -2.881  -4.724     
  243.161  -1.077.512  -834.351     
           
Netto beleggingsresultaat (a) + (b) + (c) 241.546  -1.083.013  -841.467     

Onder directe beleggingsresultaten worden alle ontvangen rente, huur- en dividendopbrengsten verstaan minus alle beleggingskosten. Alle resultaten, zowel gerealiseerd als niet-gerealiseerd die ontstaan als gevolg van marktwaardemutaties, worden toegerekend aan de indirecte beleggingsopbrengsten.

6.3 Verzekeringstechnische lasten

Specificatie
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Uitkering bij overlijden   61.051  64.813     
Uitvaartkosten   154.402  133.807     
Expiratie   30.508  4.028     
Uitkering pensioenverzekeringen   11  11     
Kapitaaluitkeringen   77.743  70.877     
Uitkeringen royementen   433  312     
Afkopen   83.361  36.012     
Dotatie technische voorziening   249.775  306.142     
Intercompany uitkeringen verzekeraar aan uitvaartbedrijf   -195.841  -178.173     
           
Totaal   461.443  437.829     

6.4 Acquisitiekosten

Specificatie
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Directe acquisitiekosten   29.941  28.101     
Toegerekende acquisitiekosten   -27.265  -26.126     
Afschrijving acquisitiekosten   17.933  15.771     
           
Totaal   20.609  17.746     

De acquisitiekosten betreffen aan derden betaalde provisies.

6.5 Personeelskosten

Specificatie
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Salarissen   139.883  133.630     
Sociale lasten   27.217  25.672     
Pensioenlasten   24.854  17.904     
Uitbesteed werk   51.647  41.432     
Overige personeelskosten   16.718  17.496     
           
Totaal   260.319  236.134     

Door de uitzonderlijk hoge inflatie van de afgelopen periode is besloten de pensioenafspraken te indexeren. Dit heeft in 2023 voor extra pensioenlasten gezorgd.

6.6 Afschrijvingen op en overige waardeveranderingen van immateriële en materiële vaste activa

Specificatie
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Afschrijvingen immateriële vaste activa   14.807  29.725     
Afschrijvingen materiële vaste activa   6.131  8.174     
           
Totaal   20.938  37.899     

6.7 Overige bedrijfskosten

Specificatie
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Gebouw en inventaris   34.641  22.548     
Autokosten   10.061  8.705     
ICT-kosten   38.485  31.467     
Reclamekosten   25.356  24.331     
Diensten door derden   29.143  28.473     
Kantoorkosten   11.028  10.587     
Incidentele baten   -7.721  -16.168     
Incidentele lasten   643  1.885     
Gift Stichting DELA Fonds   501  602     
Overige kosten   897  299     
           
Af: Activeren softwaresystemen   -17.113  -11.545     
           
Totaal   125.921  101.184     

De stijging van gebouw- en inventariskosten in 2023 komt vooral door hogere energie- en gasprijzen. 

De incidentele baten in 2023 betreffen voornamelijk de definitieve berekening van het zgn. pro rata BTW-percentage.

De incidentele baten in 2022 betreffen voornamelijk de vrijval van negatieve goodwill ten aanzien van de overname van de Monuta-portefeuille in Duitsland.

6.8 Beloning bestuurders en commissarissen

De bezoldiging van de bestuurders kent een vaste en een variabele component. De bestuurders ontvangen geen representatievergoeding noch aandelen of opties, echter de variabele beloning (maximaal 20 procent) wordt voor 60 procent onvoorwaardelijk uitgekeerd en voor 40 procent voorwaardelijk. Beide delen worden volledig in geld uitgekeerd. De retentieperiode voor het voorwaardelijke deel bedraagt drie jaar. De bezoldiging van bestuurders in het boekjaar bedroeg aan vaste beloning € 1.177.000 (2022: € 1.142.000), aan uitgekeerde variabele beloning € 144.000 (2022: € 180.000) en aan bijdrage pensioenen € 262.000 (2022: € 241.000).

De bezoldiging van de commissarissen (van DELA coöperatie, DELA Holding N.V. en DELA Natura- en levensverzekeringen N.V. tezamen) in het boekjaar bedroeg € 229.000 (2022: € 268.000).

6.9 Accountantshonoraria

Het honorarium voor het onderzoek van de jaarrekening betreft de totale honoraria over het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, ongeacht of de werkzaamheden door de externe accountant reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. In het boekjaar en voorgaand boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht:

Accountantshonoraria 2023
Bedragen x € 1.000 Deloitte NL Deloitte buitenland Totaal Deloitte    
           
Controle van de jaarrekening 902  282  1.184     
Andere controlewerkzaamheden 208  208     
           
Totaal 1.110  282  1.392     
Accountantshonoraria 2022
Bedragen x € 1.000 Deloitte NL Deloitte buitenland Totaal Deloitte    
           
Controle van de jaarrekening 853  264  1.117     
Andere controlewerkzaamheden 232  232     
           
Totaal 1.085  264  1.349     

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij DELA Groep zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke externe accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. De andere controlewerkzaamheden betreffen hoofdzakelijk de controle van de kwantitatieve jaarstaten richting de toezichthouder. De bedragen zijn exclusief omzetbelasting.

6.10 Belastingen resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening

De belasting over het negatieve resultaat voor belastingen ten bedrage van  € 55,7 miljoen kan als volgt worden toegelicht:

Belastingen over het resultaat, specificatie
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Verschuldigde vennootschapsbelasting verslagjaar   2.498  26.126     
Voorgaande jaren   -3.379  -10.990     
Acute vennootschapsbelasting   -881  15.136     
           
Latente vennootschapbelasting   -462  -287.465     
           
Totaal   -1.343  -272.329     

Het nominale belastingtarief in 2023 bedraagt in Nederland 25,8 procent (2022: 25,8 procent), in België 25 procent (2022: 25 procent) en voor Duitsland wordt rekening gehouden met het geldende nominale tarief van 30 procent (2022: 30 procent). Aangezien in Duitsland slechts beperkt belastbaar resultaat wordt bepaald, zorgt dit voor slechts een geringe afwijking tussen het toepasselijke tarief en de effectieve belastingdruk.

Belastingen over het resultaat, toelichting
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen   -55.667  -1.008.776     
Nominaal belastingpercentage   25,8% 25,8%    
           
Nominaal belastingbedrag   -14.362  -260.264     
Effect deelnemingsvrijstelling   22.715  -43.090     
Vennootschapsbelasting voorgaande jaren   -3.379  -10.990     
Fiscale verschillen   -6.317  42.015     
           
Totaal   -1.343  -272.329     

De effectieve belastingdruk wijkt af van het nominale tarief. Door belangen van meer dan 5 procent in beleggingsfondsen ontstaan hierop deelnemingsvrijstellingen. Belastingen voorgaande jaren betreft hoofdzakelijk een aanpassing op het toepassen van de deelnemingsvrijstelling op een beleggingsfonds. De fiscale verschillen zijn vooral veroorzaakt doordat in België gerealiseerde en ongerealiseerde verliezen op aandelen niet fiscaal aftrekbaar zijn. Het effectieve belastingtarief over 2023 bedraagt 2,7 procent (2022: 27,0 procent).

Het wetsvoorstel ‘Wet minimumbelasting 2024’ (Pijler-2 wetgeving) is eind 2023 in Nederland aangenomen. Deze wet voorziet in een winstbelastingstelsel voor grote ondernemingen met een minimum effectief belastingtarief van 15 procent per jurisdictie. De wet treedt in werking met ingang van 31 december 2023 en vindt voor het eerst toepassing met betrekking tot het verslagjaar 2024 van DELA Groep. Voor verslagjaar 2023 geldt dat gebruik is gemaakt van de verplichte uitzondering inzake de verwerking van latente belastingvorderingen en -verplichtingen die verband houden met Pijler 2-winstbelastingen. Daarnaast zijn op basis van toekomstprojecties van de resultaten voor de komende jaren van DELA Groep de verwachte effecten bepaald van Pijler-2 wetgeving. Op basis van deze projecties is de verwachting dat DELA Groep geen extra winstbelasting dient af te dragen omdat in elke jurisdictie voldaan wordt aan het minimumtarief van Pijler-2 wetgeving. 

7. Gemiddelde aantal medewerkers

Gedurende 2023 had DELA Groep gemiddeld 2.953 (2022: 2.919) medewerkers in dienst, waarvan 455 (2022: 447) medewerkers in België en 46 in Duitsland (2022: 36). Hiervan zijn 9 medewerkers (2022: 9) werkzaam voor vermogensbeheer waarvan de personeelskosten € 1,2 miljoen (2022: € 1,0 miljoen) vallen onder de beleggingskosten.

8. Claims

Bij of door DELA Groep is geen materiële claim aanhangig gemaakt.

Eindhoven, 26 april 2024

DELA Coöperatie U.A.

Het bestuur
drs. S. (Sandra) Schellekens- Lyppens, CEO / voorzitter
Ir. J.A.M. (Jack) van der Putten, CCO / vicevoorzitter
J.L.R. (Jon) van Dijk RA, CFRO

De raad van commissarissen
J.W.T. (John) van der Steen, voorzitter
prof. dr. J.J.A. (Hans) Leenaars RA, vicevoorzitter
G.C.A.M. (Frits) van Bree RA, secretaris
drs. W.A.P.J. (Willemien) Caderius van Veen RA
drs. G.M. (Georgette) Fijneman
mr. drs. G.H.C. (Georges) de Méris FCA

Enkelvoudige jaarrekening

Enkelvoudige balans per 31 december 2023

Na resultaatbestemming

Bedragen x € 1.000 Ref.   31-12-2023   31-12-2022
           
ACTIVA          
           
Vaste activa          
Deelnemingen 10  1.006.459    1.046.025   
Vorderingen op groepsmaatschappijen 11  3.500    3.500   
Overige beleggingen   3.310    3.027   
      1.013.269    1.052.552 
Vlottende activa          
Vorderingen op groepsmaatschappijen 11  9.967    18.254   
Overige vorderingen   70.632    16.519   
      80.599    34.773 
           
Liquide middelen 12    297    330 
           
TOTAAL ACTIVA     1.094.165    1.087.655 
           
           
PASSIVA          
           
Eigen vermogen 16         
Herwaarderingsreserve 13  401.855    437.905   
Wettelijke reserves 14  35.437    33.200   
Overige reserves 15  565.984    586.456   
      1.003.276    1.057.561 
           
Kortlopende schulden          
Schulden aan groepsmaatschappijen   88.746    29.601   
Overige schulden   2.143    493   
      90.889    30.094 
           
TOTAAL PASSIVA     1.094.165    1.087.655 

Enkelvoudige resultatenrekening over 2023

Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Resultaat deelnemingen na belastingen   -39.576  -720.190     
Vennootschappelijk resultaat na belastingen   -14.719  -16.080     
           
Resultaat na belasting   -54.295  -736.270     

Toelichting op de enkelvoudige balans en resultatenrekening

9. Algemeen

9.1 Grondslagen

De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, uitgegeven door de Raad voor de Jaarverslaggeving.

De grondslagen van waardering en resultaatbepaling voor de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk. Aangezien de resultatenrekening over 2023 van DELA Coöperatie is verwerkt in de geconsolideerde jaarrekening, is volstaan met weergave van de beknopte enkelvoudige resultatenrekening in overeenstemming met artikel 2:402 van het B.W. Deelnemingen in groepsmaatschappijen worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaarde in overeenstemming met paragraaf 2.5.2 van de geconsolideerde jaarrekening.

Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de toelichting in hoofdstukken 2 en 3 op de geconsolideerde balans en resultatenrekening.

9.2 Foutherstel

Uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn in eerdere boekjaren ten onrechte tegen historische kosten (minus cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen cf. RJ212) gewaardeerd. Deze niet-materiele fout is voor het inzicht op retrospectieve wijze verwerkt in de jaarrekening 2023. De uitvaartcentra die eigendom zijn van de verzekeraar (of één van haar deelnemingen) zijn als beleggingsvastgoed aangemerkt. Daarom hadden deze objecten volgens de waarderingsgrondslag van beleggingsvastgoed gewaardeerd (tegen reële waarde met waardeverandering in het resultaat cf. RJ605 en RJ213) moeten worden. De vergelijkende cijfers over boekjaar 2022 zijn hierop aangepast. Hieronder is de impact weergegeven op de presentatie van de waarde op de balans en de wijziging van het resultaat voor boekjaar 2022.

Wijziging presentatie vergelijkende cijfers
Bedragen x € 1.000   Jaarrekening 2022 Effect
foutherstel
Jaarrekening 2023  
Correcties in de balans          
Deelnemingen   1.026.045  19.979  1.046.024   
Eigen vermogen   1.037.582  19.979  1.057.561   
           
Correcties in de resultatenrekening          
Resultaat deelnemingen na belasting   -725.021  4.831  -720.190   

10. Deelnemingen

De deelnemingen betreffen een 100 procent-belang in DELA Holding N.V. en een 100 procent-belang in Voor Elkaar Holding N.V.

Deelnemingen, verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Stand per 1 januari (voor foutherstel)   1.026.046  1.750.752     
Effect foutherstel   19.979  15.322     
Stand per 1 januari (na foutherstel)   1.046.024  1.766.074     
           
Resultaat deelneming   -39.576  -720.365     
Investeringen   45     
Overige waardemutaties   11  270     
           
Stand per 31 december   1.006.459  1.046.024     
           
Aanschafwaarde   607.409  607.409     
Cumulative mutaties   399.050  438.615     
           
Stand per 31 december   1.006.459  1.046.024     

11. Vorderingen

Vorderingen op groepsmaatschappijen, verloop
Bedragen x € 1.000   31-12-2023 31-12-2022    
           
Vaste activa          
DELA Holding N.V.   3.500  3.500     
           
Vlottende activa          
DELA Holding N.V.   9.967  18.254     
           
Totaal   13.467  21.754     

Over het gemiddeld saldo van deze rekening courantverhoudingen wordt 3,5 procent (kort) en 7,0 procent (lang) rente berekend.

12. Liquide middelen

De liquide middelen staan ter vrije beschikking van de rechtspersoon. De liquide middelen bestaan volledig uit banktegoeden.

13. Herwaarderingsreserve

Verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Stand per 1 januari   437.905  387.037     
           
Van overige reserves inzake waardemutatie beleggingen zonder frequente marktnotering   45.944  98.970     
Naar overige reserves inzake verkoop beleggingen zonder frequente marktnotering   -81.994  -48.102     
           
Stand per 31 december   401.855  437.905     

Herwaarderingsreserves inzake waardemutaties beleggingen zonder frequente marktnotering zijn wettelijke reserves.

14. Overige wettelijke reserves

Ter hoogte van de geactiveerde kosten van intern ontwikkelde softwaresystemen is een wettelijke reserve gevormd. 

Overige wettelijke reserves, verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Stand per 1 januari   33.200  28.198     
           
Naar overige reserves inzake vrijval wettelijke reserve bij deelnemingen   -2.089  -2.562     
Van overige reserves inzake vorming wettelijke reserve bij deelnemingen   4.326  7.564     
           
Stand per 31 december   35.437  33.200     

15. Overige reserves

Verloop
Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Stand per 1 januari (voor foutherstel)   566.477  1.363.178     
Effect foutherstel   19.979  15.322     
Stand per 1 januari (na foutherstel)   586.455  1.378.500     
           
Uit bestemming resultaat boekjaar   -54.295  -736.445     
Naar herwaarderingsreserve inzake waardemutatie beleggingen zonder frequente marktnotering   -45.944  -98.970     
Van herwaarderingsreserve inzake verkoop beleggingen zonder frequente marktnotering   81.994  48.102     
Vorming wettelijke reserve   -2.237  -5.002     
Overige waardemutaties   11  270     
           
Stand per 31 december   565.984  586.455     

16. Mutatieoverzicht eigen vermogen

Voorstel tot resultaatbestemming 2023 
Voorgesteld wordt het negatieve resultaat na belastingen van € 54,3 miljoen te onttrekken aan de overige reserves. Vooruitlopend op de vaststelling door de algemene vergadering is deze resultaatbestemming reeds in de jaarrekening verwerkt.

Resultaatbestemming 2022
De jaarrekening 2022 is vastgesteld in de algemene vergadering van 13 mei 2023. De algemene vergadering heeft de bestemming van het resultaat vastgesteld conform het daartoe gedane voorstel.

Mutatieoverzicht eigen vermogen

Bedragen x € 1.000   2023  2022     
           
Stand per 1 januari (voor foutherstel)   1.037.582  1.778.413     
Effect foutherstel   19.979  15.322     
Stand per 1 januari (na foutherstel)   1.057.560  1.793.735     
           
Uit bestemming resultaat boekjaar   -54.295  -736.445     
Overige waardemutaties   11  270     
           
Stand per 31 december   1.003.276  1.057.560     

17. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

DELA Coöperatie maakt deel uit van een Nederlandse fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (VPB) en voor de omzetbelasting (OB). Iedere vennootschap binnen de fiscale eenheid is hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde belastingen.

18. Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende 2023 had DELA Coöperatie 1 (2022: 1) werknemer in dienst, waarvan geen (2022: geen) werknemers in het buitenland.

Eindhoven, 24 april 2024

DELA Coöperatie U.A.

Het bestuur
drs. S. (Sandra) Schellekens- Lyppens, CEO / voorzitter
Ir. J.A.M. (Jack) van der Putten, CCO / vicevoorzitter
J.L.R. (Jon) van Dijk RA, CFRO

De raad van commissarissen
J.W.T. (John) van der Steen, voorzitter
prof. dr. J.J.A. (Hans) Leenaars RA, vicevoorzitter
G.C.A.M. (Frits) van Bree RA, secretaris
drs. W.A.P.J. (Willemien) Caderius van Veen RA
drs. G.M. (Georgette) Fijneman
mr. drs. G.H.C. (Georges) de Méris FCA

Versie:
v6.2.34

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report