Spring naar inhoud

2. Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling

2.1 Algemeen

De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ). Dit op basis van continuïteitsveronderstellingen. 

De waardering en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten, tenzij anders vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd, tenzij anders vermeld. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn.

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar.

2.2 Vreemde valuta

2.2.1 Functionele valuta

De posten in de jaarrekening van de groepsmaatschappijen worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de economische omgeving waarin de groepsmaatschappij voornamelijk haar bedrijfsactiviteiten uitoefent (de functionele valuta). De euro is de functionele en presentatievaluta van DELA Groep.

​2.2.2 Omrekening van vreemde valuta

Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de koers op transactiedatum. Activa en passiva in vreemde valuta die op actuele waarde worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. Koersverschillen die optreden bij de afwikkeling van monetaire posten zijn in de resultatenrekening verwerkt in de periode dat zij zich voordoen.

Activa die volgens de verkrijgingsprijs worden gewaardeerd in een vreemde valuta, worden omgerekend tegen de wisselkoers op de transactiedatum (of de benaderde koers).

​2.3 Herverzekeringscontracten

Herverzekering wordt ingezet voor onze overlijdensrisicoverzekeringen middels een combinatie van quota share en excedent herverzekeringscontracten. Doel is de kans op schommelingen in het operationeel resultaat verkleinen. Uit hoofde van met herverzekeraars afgesloten contracten wordt DELA Natura gecompenseerd voor verliezen op uitgegeven verzekeringscontracten. 

Herverzekeringspremies, provisies en uitkeringen evenals technische voorzieningen voor herverzekeringscontracten worden op dezelfde wijze verantwoord als de directe verzekeringen waarvoor de herverzekeringen zijn afgesloten. Het aandeel van herverzekeraars in de technische voorzieningen waartoe DELA Natura uit hoofde van haar herverzekeringscontracten gerechtigd is, wordt in mindering gebracht op de bruto technische voorzieningen. De kortlopende vorderingen op herverzekeraars zijn opgenomen onder de vorderingen.

De waardering van door en aan herverzekeraars verschuldigde bedragen geschiedt in overeenstemming met de voorwaarden van de herverzekeringscontracten. Verplichtingen uit herverzekering betreffen voornamelijk te betalen premies.

De vorderingen uit hoofde van herverzekeringscontracten worden op de balansdatum beoordeeld op eventuele bijzondere waardeverminderingen.

​2.4 Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd op het bedrag van de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen vinden lineair plaats over de economische levensduur. De economische levensduur wordt aan het einde van het boekjaar opnieuw beoordeeld. Bij eventuele significante wijzigingen wordt de afschrijvingstermijn herzien. Voor de kosten van interne ontwikkeling wordt een wettelijke reserve gevormd ter hoogte van het geactiveerde bedrag.

Om vast te stellen of er voor een immaterieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering wordt verwezen naar paragraaf 2.7.

2.4.1 Goodwill

De bij acquisities betaalde goodwill is gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. De goodwill wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur, die jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur voor verschillende goodwill- posities ligt tussen de 20 jaar en 30 jaar. 

2.4.2. Overgenomen verzekeringsportefeuilles

De toekomstige kasstromen van overgenomen verzekeringsportefeuilles zijn gewaardeerd tegen de op het moment van verkrijging vastgestelde reële waarde. Deze waarde is bepaald op basis van het bedrag dat betaald zou worden tussen onafhankelijke partijen die ter zake goed geïnformeerd zijn en tot transactie bereid zouden zijn. Deze waarde wordt lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur, welke jaarlijks wordt beoordeeld. De huidige verwachte levensduur van overgenomen verzekeringsportefeuilles is 20 jaar, gerekend vanaf overnamedatum. 

2.4.3. Softwaresystemen

Uitgaven voor ontwikkeling van software worden geactiveerd als onderdeel van de vervaardigingsprijs als het waarschijnlijk is dat economische voordelen zullen worden behaald en de kosten betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Investeringen in softwaresystemen worden geactiveerd en lineair afgeschreven over de verwachte levensduur met een maximum van 10 jaar.

2.5 Materiële vaste activa

​2.5.1 Onroerende zaken in eigen gebruik

Overige onroerende zaken in eigen gebruik worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van 3 procent van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Periodiek groot onderhoud wordt volgens de componentenbenadering geactiveerd. Hierbij worden de totale uitgaven toegewezen aan de samenstellende delen.

​2.5.2 Overige vaste bedrijfsmiddelen

De overige vaste bedrijfsmiddelen waaronder inventarissen en auto’s zijn opgenomen tegen de aanschafwaarde verminderd met afschrijvingen  op basis van de verwachte levensduur, rekening houdend met de eventuele restwaarde. Indien van toepassing wordt in de waardering rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen. Kosten voor groot onderhoud worden conform de componentenbenadering geactiveerd en afgeschreven over de verwachte levensduur. De afschrijving vindt lineair plaats. De afschrijvingstermijnen zijn als volgt:

  • installaties: 10 jaar
  • inventaris: 10 jaar
  • rouwauto’s: 8 jaar
  • overige auto’s: 5 jaar
  • bedrijfskleding: 2 jaar
  • laptops: 4 jaar
  • IT-apparatuur: 5 jaar

​2.6 Beleggingen

Hieronder wordt per beleggingscategorie de grondslag van waardering en resultaatbepaling beschreven. Het merendeel van de beleggingen wordt gewaardeerd tegen actuele waarde. Waar een nadere toelichting nodig is op de actuele waarde, is deze in hoofdstuk 5 bij de toelichting op de balanspost gegeven. Zowel ongerealiseerde als gerealiseerde winsten en verliezen ten gevolge van verkopen en waardeveranderingen van beleggingen worden in de resultatenrekening verantwoord. Transactiekosten samenhangend met de aan- of verkoop van beleggingen worden rechtstreeks in de resultatenrekening verantwoord onder de beheerskosten, uitzonderling hierop betreft de aankoopkosten van hypothecaire leningen. Aan- en verkopen van effecten vinden plaats op transactiedatum.

​2.6.1 Onroerende zaken

Onroerende zaken worden gewaardeerd tegen actuele waarde op balansdatum. Waardeveranderingen van beleggingen in onroerende zaken worden in de resultatenrekening verantwoord. Indien deze waardeveranderingen cumulatief positief zijn, wordt er ten laste van de vrije reserves een herwaarderingsreserve gevormd, waarbij met latente belastingen rekening wordt gehouden. In hoofdstuk 5.3 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode.

​2.6.2 Deelnemingen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Wanneer 20 procent of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, is er sprake van een wettelijk vermoeden van invloed van betekenis. 

De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de desbetreffende deelneming.

Indien de waardering van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover DELA Groep in deze situatie geheel of gedeeltelijk instaat voor de schulden van de deelneming, wordt een voorziening getroffen. De eerste waardering van deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Daarna worden, uitgaande van de waarde bij eerste waardering, de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening.

Deelnemingen waarop geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen de realiseerbare waarde. Afwaardering vindt plaats ten laste van de resultatenrekening.

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen op deelnemingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen.

​2.6.3 Aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren

Aandelen worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord.

​2.6.4 Obligaties en andere vastrentende waardepapieren

Obligaties worden gewaardeerd tegen reële waarde aan de hand van officiële noteringen in de financiële markten.

​2.6.5 Derivaten

DELA Groep heeft valutatermijncontracten die worden gewaardeerd tegen reële waarde. De winst of het verlies uit de herwaardering naar reële waarde per balansdatum wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Het betreft niet-beursgenoteerde stukken en deze worden gewaardeerd op basis van financiële modellen, de 'mark-to-model' methode. Indien afgeleide financiële instrumenten een negatieve waarde hebben, worden deze op de balans gerubriceerd onder de overlopende passiva.

​2.6.6 Hypothecaire leningen

Vorderingen uit hypothecaire leningen worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De directe kosten die samenhangen met het verstrekken van een hypothecaire lening worden opgenomen als aankoopkosten. Zij zijn onderdeel van de geamortiseerde kostprijs en worden geactiveerd op de balans. Op balansdatum wordt beoordeeld of er objectieve waarnemingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van de vorderingen uit hypothecaire leningen. Indien dit het geval is, dient dit verlies verantwoord te worden in de resultatenrekening.

​2.6.7 Overige leningen

De beleggingen in bedrijfsleningen worden gewaardeerd tegen reële waarde.
Overige leningen hebben een vastgestelde rente en worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid.

​2.6.8 Vastgoed,- infrastructuur-, land- en bosbouwfondsen

Participaties in vastgoed- infrastructuur-, land- en bosbouwfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.3 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voor de cumulatieve ongerealiseerde positieve waarde wordt een herwaarderingsreserve gevormd.

​2.6.9 Hypotheekfondsen

Participaties in hypotheekfondsen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.3 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voor de cumulatieve ongerealiseerde positieve waarde wordt op fondsniveau een herwaarderingsreserve gevormd.

​2.6.10 Beleggingen in liquide middelen

Beleggingen in liquide middelen worden gewaardeerd tegen reële waarde die gelijk is aan de nominale waarde.

​2.6.11 Andere financiële beleggingen

De Andere financiële beleggingen worden gewaardeerd tegen reële waarde. Deze post bevat beleggingen zonder frequente marktnotering. In hoofdstuk 5.3 wordt een nadere toelichting gegeven op de waarderingsmethode. Waardemutaties worden direct in de winst- en verliesrekening verantwoord. Voor de cumulatieve ongerealiseerde positieve waarde wordt een herwaarderingsreserve gevormd. Uitzondering hierop is de kunstcollectie die tegen verkrijgingsprijs wordt gewaardeerd.

2.7 Vlottende activa

​2.7.1 Voorraden

Voorraden worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs onder toepassing van de FIFO-methode (‘first in, first out’) of lagere opbrengstwaarde. De verkrijgingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging, inclusief gemaakte kosten om de voorraden op de huidige plaats en in de huidige staat te houden. De lagere opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de lagere opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

​2.7.2 Onderhanden projecten

DELA Groep realiseert crematie-installaties op basis van contractuele afspraken. Projectkosten worden verantwoord zodra deze zich voordoen. Bij betrouwbare inschatting van het resultaat worden opbrengsten en kosten proportioneel toegerekend aan de contractperiode (percentage-of-completionmethode). Is een betrouwbare inschatting niet mogelijk, dan worden opbrengsten slechts verantwoord tot het niveau van de gemaakte kosten, mits voldoende dekking uit projectopbrengsten aanwezig is. Verwachte verliezen worden direct ten laste van het resultaat gebracht. Voor verwachte verliezen wordt een voorziening gevormd, welke deel uitmaakt van de post onderhanden projecten op de balans. Facturatie vindt plaats op basis van overeengekomen termijnen of behaalde mijlpalen en staat los van de mate van voortgang zoals bepaald voor de winstneming. Verschillen tussen de voortgang van het project en de gefactureerde termijnen kunnen daardoor leiden tot een vordering of schuld uit hoofde van onderhanden werk. 

Onderhanden projecten waarvan het saldo een debetstand vertoont, worden gepresenteerd onder de overige activa. Onderhanden projecten waarvan het saldo een creditstand vertoont, worden gepresenteerd onder de kortlopende schulden. 

​2.7.3 Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van de vorderingen.

Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en de passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds. Daarnaast is een latente belastingvordering opgenomen voor verliesverrekening. Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk wordt geacht dat er voldoende toekomstige fiscale winst beschikbaar zal zijn. De berekening van de latente belastingvorderingen op nominale waarde geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in de komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgesteld.

​2.7.4 Overlopende activa

De vorderingen worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs wordt gelijkgesteld aan de nominale waarde. Noodzakelijk geachte voorzieningen voor mogelijke verliezen als gevolg van oninbaarheid worden in mindering gebracht.

​2.7.5 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen als kortlopende schulden onder schulden aan kredietinstellingen. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

​2.8 Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa

Door DELA Groep wordt op balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig is geweest. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroom genererende eenheid waartoe het actief behoort. Hierbij wordt gebruik gemaakt van schattingen. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde.

Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, wordt deze bijzondere waardevermindering teruggedraaid tot maximaal de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Ook voor financiële instrumenten beoordeelt DELA Groep op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen wordt de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen bepaald en direct verwerkt in de resultatenrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn op de geamortiseerde kostprijs, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Eventuele terugname van het waardeverminderingsverlies wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs. Het teruggenomen verlies wordt dan in de resultatenrekening verwerkt. Een waardeverminderingsverlies op goodwill zal in de toekomst niet meer worden teruggenomen.

​2.9 Aandeel derden

Het aandeel van derden in het groepsvermogen betreft het minderheidsbelang van derden in het eigen vermogen van geconsolideerde maatschappijen. Het aandeel van derden in het resultaat van geconsolideerde maatschappijen wordt in de winst-en-verliesrekening in mindering gebracht op het groepsresultaat.

Indien de aan het minderheidsbelang van derden toerekenbare verliezen het minderheidsbelang van derden in het eigen vermogen van de geconsolideerde maatschappijen overtreffen, komt het verschil en eventuele verdere verliezen volledig ten laste van DELA Groep, tenzij en voor zover de minderheidsaandeelhouder de verplichting heeft, en in staat is, om die verliezen voor haar rekening te nemen. Als de geconsolideerde maatschappijen vervolgens weer winst maken, komen die winsten volledig ten gunste van DELA Groep totdat de door DELA Groep voor haar rekening genomen verliezen zijn gerecupereerd.

2.10 Technische voorzieningen

​2.10.1 Algemeen

Het bepalen van de technische voorzieningen is een proces dat van nature wordt omgeven met onzekerheden. De werkelijke uitkeringen zijn afhankelijk van factoren zoals sociale, economische en demografische trends, inflatie, beleggingsrendementen, gedrag van polishouders en aannames over de ontwikkeling van sterfte. Het gebruik van andere aannames voor deze factoren dan de tariefsgrondslagen die nu in de jaarrekening zijn gebruikt, zou een materieel effect kunnen hebben op de technische voorzieningen en verzekeringstechnische lasten (zie ook 5.11 toereikendheidstoets).

​2.10.2 Uitvaartverzekeringen

Voor uitkeringen uit hoofde van verzekeringspolissen die naar verwachting in de toekomst worden gedaan, wordt een verplichting opgenomen zodra de polis van kracht is. De verplichtingen voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico bestaan uit de (met tariefsinterest) verdisconteerde waarde van de (op basis van tariefsterfte) verwachte toekomstige uitkeringen (inclusief reeds toegekende winstdeling) aan polishouders of andere begunstigden, onder aftrek van toekomstige premies.

De technische voorziening voor het DELA UitvaartPlan is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2,75 procent interest en op basis van de door het Actuarieel Genootschap gepubliceerde overlevingstafel GBMV 1995-2000, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. Voor verzekeringen tegen tijdelijke premiebetaling is de rekenrente voor de periode na einddatum premiebetaling 2 procent.

Voor de technische voorzieningen van de in 2021 overgenomen Yarden-portefeuille worden grondslagen gehanteerd die behoren bij een waardering op reële waarde ten tijde van de overnamedatum. De rekenrente is gemiddeld 1,3 procent en de sterfte is gebaseerd op de prognosetafel 2020 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap. Ook is rekening gehouden met onnatuurlijk verval, gebaseerd op ervaringscijfers en met het actuele kostenniveau op het moment van overname. Daarnaast is er een additionele voorziening inzake de Yarden-portefeuille. DELA heeft op het moment van de overname gegarandeerd dat nabestaanden de eerste 10 jaren na de overname het tekort aan inflatie niet hoeven te betalen. Deze tekorten zijn op het moment van overname ingeschat en verdisconteerd met als resultante de reële waarde van deze toezegging.

Het overgrote deel van de technische voorziening voor uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en risico zoals gesloten in België is berekend volgens de zuivere nettomethode tegen de gebruikelijke interestvoeten en overlevingstafels ten tijde van de ingangsdata van de polissen, waarbij gebruik wordt gemaakt van grondslagen met betrekking tot sterfte en interest. De verwachte uitkeringen zijn gebaseerd op de grondslagen van het tarief zoals dat is vastgesteld bij het afsluiten van de polis.

De technische voorziening voor DELA Sorgenfrei Leben wordt berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 2 procent interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

Voor de technische voorzieningen van de in 2022 overgenomen verzekeringsportefeuille in Duitsland worden grondslagen gehanteerd die behoren bij een waardering op reële waarde ten tijde van de overnamedatum. De rekenrente is gemiddeld 2,5 procent en de sterfte is gebaseerd op de prognosetafel 2022 van het Koninklijk Actuarieel Genootschap.

​2.10.3 Overlijdensrisicoverzekering

Voor het DELA LeefdoorPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de zuivere nettomethode tegen 3 procent interest en op basis van de prognosetafels zoals deze ten tijde van de introductie van het tarief door het Koninklijk Actuarieel Genootschap zijn gepubliceerd.

De technische voorziening voor DELA Activ Leben wordt berekend volgens de zuivere netto methode tegen 3 procent interest. De sterftekansen zijn gebaseerd op sterftetafels zoals ten tijde van de introductie geproduceerd door de Deutsche Aktuarvereinigung.

​2.10.4 Spaarverzekeringen

Voor het DELA CoöperatiespaarPlan wordt de technische voorziening berekend volgens de opgebouwde poliswaarde op grond van de ingelegde spaarpremies, de reeds toegekende winstaandelen alsmede de interestvoet behorende bij het tarief.

​2.10.5 Premies

De premies bevatten opslagen voor dekking van de kosten. Wanneer de premies worden ontvangen of invorderbaar zijn geworden, vallen de opslagen vrij en zijn deze beschikbaar voor dekking van de werkelijke kosten, waaronder begrepen doorlopende kosten en acquisitiekosten. 

​2.10.6 Acquisitiekosten

De geactiveerde acquisitiekosten worden op de voorziening in mindering gebracht.

​2.11 Winstdeling

Of en hoe winstdeling in het kader van ons DELA Uitvaartplan kan worden toegekend, wordt op voordracht van de groepsdirectie vastgesteld door de algemene vergadering van coöperatie DELA. Het evenwicht tussen een gezonde solvabiliteit, voldoende eigen vermogen en winstdeling is voor de financiële gezondheid van onze coöperatie hierbij van belang. De hoogte van de winstdeling wordt actuarieel berekend. Binnen de met de algemene vergadering afgestemde uitgangspunten wordt de hoogte van het bedrag aan jaarlijkse winstdeling door de groepsdirectie zelf vastgesteld. Een eventueel afwijkend winstdelingsvoorstel dient op voordracht van de groepsdirectie te worden goedgekeurd door de algemene vergadering. De verwerking van de eventuele winstdeling vindt vervolgens plaats via de post technische voorzieningen. De toevoeging van het bedrag dat coöperatie DELA onder de technische voorzieningen voor winstdeling heeft bestemd, geschiedt ten laste van het resultaat.

2.12 Voorzieningen

2.12.1 Algemeen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

​2.12.2 Voorziening jubilea

De voorziening jubilea wordt opgenomen voor verwachte jubileumuitkeringen gedurende het dienstverband (25 jaar in dienst en 40 jaar in dienst) en bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Bij de bepaling van de voorziening wordt rekening gehouden met toekomstige uitstroomkansen. Deze zijn gebaseerd op ervaringscijfers. De impact van looninflatie en verdiscontering wordt buiten beschouwing gelaten van de verwachte uitkeringen, aangezien deze per saldo niet materieel is.

​2.12.3 Latente belastingverplichtingen

Voor in de toekomst te betalen belastingbedragen uit hoofde van verschillen tussen commerciële en fiscale balanswaarderingen wordt een voorziening getroffen ter grootte van de som van deze verschillen vermenigvuldigd met het geldende belastingtarief. Op deze voorziening worden in mindering gebracht de in de toekomst te verrekenen belastingbedragen uit hoofde van beschikbare voorwaartse verliescompensatie, voor zover het waarschijnlijk is dat de toekomstige fiscale winsten beschikbaar zullen zijn voor verrekening. De voorziening voor latente belastingverplichtingen wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.

De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

2.12.4 Voorziening onderhoudsabonnementen crematie installaties

De voorziening betreft de verwachte kosten voor onderhoud en vervanging van installatieonderdelen bij crematoria. Deze wordt gevormd op basis van lopende contracten per balansdatum uit geleverde goederen en diensten, gespreid over meerdere jaren. Ten laste van de voorziening komen zowel reeds gemaakte kosten als toekomstige onderhoudspenningen per crematie.

​2.12.5 Overige voorzieningen

Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de betreffende verplichtingen af te wikkelen. Discontering vindt plaats op basis van een disconteringsvoet voor belastingen die zowel de actuele marktrente als de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting weergeeft. Indien het effect van de tijdswaarde van geld niet materieel is, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de nominale waarde. Tenzij anders vermeld, worden de overige voorzieningen gewaardeerd tegen de contante waarde.

​2.13 Langlopende schulden

Langlopende schulden hebben een looptijd van langer dan één jaar en worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde, die bij aanvang gelijk is aan de geamortiseerde kostprijs. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Indien er geen sprake is van (dis)agio is deze gelijk aan de nominale waarde.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de resultatenrekening als interestlast verwerkt.

​2.14 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden op dezelfde manier gewaardeerd als langlopende schulden, echter hebben de kortlopende schulden een looptijd van gelijk aan of korter dan 1 jaar.

​2.15 Overlopende passiva

De overlopende passiva worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kostprijs.

​2.16 Leasing

DELA Groep heeft  leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij de organisatie ligt. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de resultatenrekening over de looptijd van het contract.

2.17 Opbrengstverantwoording

​2.17.1 Premieopbrengsten

De brutopremies bestaan uit de premies die door de polishouders zijn verschuldigd voor afgesloten verzekeringscontracten. De brutopremies exclusief belastingen en andere heffingen uit hoofde van verzekeringscontracten worden als opbrengst opgenomen wanneer deze verschuldigd zijn door de polishouder. Voor koopsomcontracten wordt de premie opgenomen als bate wanneer deze verschuldigd is, waarbij de eventuele kosten- en risicodekkingen worden uitgesteld en in het resultaat worden opgenomen in een constante verhouding tot de lopende verzekering. 

De herverzekeringspremies omvatten de premies uit hoofde van afgesloten herverzekeringscontracten. Deze worden als last opgenomen in de resultatenrekening.

2.17.2 Bruto beleggingsresultaat

Hieronder worden begrepen:

  • huuropbrengsten uit beleggingen in onroerende zaken;
  • resultaten uit deelnemingen;
  • dividenden van aandelen;
  • interest op beleggingen in vastrentende waarden;
  • gerealiseerde winsten en verliezen bij verkoop van beleggingen;
  • ongerealiseerde resultaten uit waardeveranderingen van effecten en onroerende zaken.

​2.17.3 Omzet uitvaartbedrijf

De opbrengsten van het uitvaartbedrijf worden genomen op het moment dat de prestaties zijn geleverd.

​2.17.4 Overige omzet

Onder de overige omzet zijn de opbrengsten verantwoord die voortvloeien uit de verkoop, installatie en onderhoud van crematieovens. 

Opbrengsten uit de verkoop van crematieovens en aanverwante goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico's met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten. Voor onderhanden projecten van crematieovens waarvan het resultaat betrouwbaar kan worden vastgesteld worden opbrengsten en kosten verantwoord volgens de percentage-of-completionmethode. Als het resultaat niet betrouwbaar is vast te stellen, worden opbrengsten slechts opgenomen tot het niveau van de gemaakte kosten voor zover deze waarschijnlijk gedekt zijn. 

Tot slot worden opbrengsten uit andere dan operationele activiteiten van DELA Groep ook onder de overige omzet verantwoord.

​2.17.5 Netto-omzet

Netto-omzet omvat de opbrengsten uit levering van goederen en diensten onder aftrek van kortingen en dergelijke, van over de omzet geheven belastingen en na eliminatie van transacties binnen DELA Groep. Eén van deze eliminaties ziet toe op de uitkeringen bij de verzekeraar die worden aangewend voor een uitvaart bij de uitvaartverzorger.

​2.18 Acquisitiekosten

Acquisitiekosten zijn de kosten die direct samenhangen met het afsluiten van verzekeringen, die afhankelijk zijn van en betrekking hebben op het verkrijgen van nieuwe of op verlenging van bestaande verzekeringscontracten. De acquisitiekosten bestaan uit aan derden betaalde provisies inzake verzekeringsproducten. De acquisitiekosten worden in mindering gebracht op de technische voorzieningen en in tien jaar afgeschreven ten laste van het resultaat. De jaarlijkse provisies worden gesaldeerd met de in het jaar teruggevorderde retourprovisies. De afschrijvingsperiode wordt periodiek beoordeeld. Indien van toepassing wordt de afschrijvingslast aangepast aan de kortere afschrijvingsperiode.

In de toereikendheidstoets wordt jaarlijks beoordeeld of de technische voorzieningen verminderd met geactiveerde acquisitiekosten en VOBA (Value of Business Acquired) toereikend is om met een grote mate van zekerheid aan de verplichtingen jegens polishouders te kunnen voldoen. Indien deze toets leidt tot de conclusie dat er geen sprake is van toereikendheid, worden in eerste instantie de geactiveerde acquisitiekosten voor zover nodig afgeschreven.

​2.19 Personeelskosten

Lonen, salarissen en sociale lasten zijn verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers en de belastingautoriteiten. In de volgende paragrafen worden de pensioenregelingen beschreven.

2.19.1 Pensioenregeling Nederland

De pensioenregeling van de Nederlandse groepsmaatschappijen bestaat uit een beschikbare premieregeling. Deelnemers bouwen een pensioenkapitaal op waarmee op het moment van pensionering een pensioenuitkering aangekocht dient te worden.

De belangrijkste kenmerken van deze regeling zijn:

  • werkgever betaalt maandelijks per werknemer een premie aan de uitvoerder;
  • het pensioengevend loon is 1,1666 keer het in de kalendermaand uitgekeerde fulltime maandloon, met een maximum op jaarbasis. (2025: € 137.800);
  • de pensioengrondslag waarover de werkgever premie inlegt is het pensioengevend loon minus de franchise (2025: € 18.475);
  • de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder bedraagt voor iedereen die na 1 januari 2022 in dienst is gekomen 22 procent. Voor medewerkers die vóór 1 januari 2022 in dienst waren is de pensioenpremie die betaald wordt aan de uitvoerder gebaseerd op een leeftijdsstaffel met oplopende premiepercentages.
  • Voor medewerkers die vanaf 1 januari 2022 in dienst zijn getreden geldt een eigen bijdrage van 6 procent van de pensioengrondslag. Voor medewerkers die vóór 1 januari 2022 in dienst waren bedraagt de eigen bijdrage van de werknemer 4,5 procent van de pensioengrondslag.
  • de regeling leidt niet tot enige verplichting op balansdatum, met uitzondering van verplichtingen die ontstaan uit nog niet betaalde premies.

Voor deelnemers is tevens een nabestaandenpensioen verzekerd ter grootte van 1,16 procent van pensioengrondslag maal het aantal dienstjaren vanaf deelname aan de pensioenregeling tot aan de pensioenrichtdatum. Het wezenpensioen bedraagt 20 procent van het nabestaandenpensioen. Bij arbeidsongeschiktheid is er sprake van premievrijstelling voor de deelnemers. Daarnaast is een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering verzekerd waarvan de hoogte van de uitkering afhangt van de mate arbeidsongeschiktheid.

Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing. Er worden door DELA Groep op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan verzekeringsmaatschappijen betaald. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

2.19.2 Pensioenregeling België

In België is sprake van een beschikbare premieregeling. Op het moment van pensionering heeft de deelnemer de keuze om het kapitaal eenmalig uit te laten betalen of om dit bedrag om te zetten in een periodieke pensioenuitkering. De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling zijn:

  • werkgever betaalt maandelijks een premie aan de uitvoerder;
  • de premie bedraagt 4 procent van het referentieloon en 13 procent van het loon boven het referentieloon, verhoogd met 4,4 procent belasting;
  • het referentieloon bedraagt 13,92 maal het bruto maandloon met een maximum van € 80.485.

Er is tevens een overlijdensverzekering voor de werknemer afgesloten waarbij de nabestaanden een overlijdenskapitaal ontvangen als de werknemer overlijdt vóór de einddatum. In geval van arbeidsongeschiktheid door ziekte, bevalling of een privé-ongeval, ontvangt de verzekerde een vervangingsinkomen.

2.19.3 Pensioenregeling Duitsland

In Duitsland worden de wettelijke pensioenpremies afgedragen middels de maandelijkse sociale verzekeringspremies. Er is geen aanvullend bedrijfspensioen.

​2.20 Overige baten en lasten

Dit zijn posten die voortvloeien uit de gewone bedrijfsuitoefening maar op grond van aard, de omvang, het incidentele karakter buiten het operationele resultaat worden gehouden. Dit met het doel om de analyse en de vergelijkbaarheid van het operationeel resultaat over de jaren heen te bevorderen.

​2.21 Afschrijvingen op immateriële en vaste activa

Immateriële vaste activa en vaste bedrijfsmiddelen worden vanaf het moment van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van materiële vaste activa worden verantwoord onder de bijzondere baten en lasten.

​2.22 Belastingen

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de resultatenrekening, rekening houdend met fiscaal compensabele verliezen (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

Het management beoordeelt periodiek de in de belastingaangiften ingenomen standpunten in situaties waarin de belastingwetgeving ruimte laat voor interpretatie, en treft waar nodig voorzieningen voor bedragen die naar verwachting aan de lokale belastingdienst moeten worden betaald.

Met betrekking tot de wetgeving inzake Pillar 2 inkomstenbelastingen heeft DELA Groep gebruik gemaakt van de verplichte uitzondering op basis van RJ uiting 2023-14 inzake de verwerking van latente belastingvorderingen en -verplichtingen die verband houden met Pillar 2-winstbelastingen.